Paragrafen

Inhoud

1. Weerstandsvermogen en risicobeleid

1. Weerstandsvermogen en risicobeleid

Weerstandsvermogen wordt in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) beschreven als: “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken”. Het weerstandsvermogen bestaat uit een incidenteel en een structureel deel, waarbij het incidentele deel vermogen is om onverwachte incidentele tegenvallers op te vangen zonder dat dit van invloed is op de huidige bedrijfsvoering. De middelen die dit bepalen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve, en het vrij besteedbare deel van (bestemmings-) reserves waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd. Het structurele deel is het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel op te vangen zonder beïnvloeding van de uitvoering van bestaande taken. De middelen hiertoe worden gevormd door (onbenutte) belastingcapaciteit, heroverwegingen c.q. bezuinigingen en geraamde onvoorziene uitgaven.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door gecalculeerde risico's in mindering te brengen op de vrij besteedbare middelen en/of reserves. Het weerstandsvermogen geeft, rekening houdend met in de programmabegroting 2016 geprognotiseerde jaarresultaten, het volgende beeld:

Structureel weerstandsvermogen

Het structureel weerstandsvermogen is bestemd voor tegenvallers als gevolg van autonome ontwikkelingen en calamiteiten waarvoor geen budget aanwezig is. Structurele tegenvallers dienen uiteindelijk structureel uit het begrotingsresultaat te worden gefinancierd. Het is toegestaan om gedurende een aantal jaren een bestemmingsreserve in te zetten. Het structureel weerstandsvermogen van de gemeente Papendrecht is:

Toelichting:

  1. Budget onvoorziene uitgaven: Voor onvoorziene uitgaven is jaarlijks € 100.000 beschikbaar.
  2. Onbenutte belastingcapaciteitGemeenten mogen gezamenlijk de opbrengsten van de onroerende zaakbelasting (OZB) jaarlijks met maximaal 3% verhogen (landelijk gemiddelde). Deze zogeheten macronorm geldt voor de onroerende zaakbelasting en is een macro-plafond dat is ingesteld om te forse lokale lastenstijgingen te voorkomen. In de Programmabegroting 2016 van Papendrecht is de totale OZB-omvang aangepast met 0,80% inflatie. De onbenutte belastingcapaciteit (het gat tussen de 0,8% en 3%) is € 120.000 met structureel effect. Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB op termijn te bepalen is gebruik gemaakt van de berekeningswijze OZB-tarief van het rijk voor toelating tot artikel 12. Daarmee wordt de maximale verhoging berekend, voordat de artikel 12 status van toepassing kan worden. Op termijn is sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van € 1.000.000. Overige belastingen zijn 100% kostendekkend.
  3. Rente-effect aanwending van alle reserves: De gemeente Papendrecht heeft ultimo 2015 (algemene en bestemmings-)reserves voor € 23,4 miljoen. Het aanwenden van reserves heeft een ongunstig effect op het renteresultaat. Bij aanwending neemt de financieringsbehoefte toe en stijgen de rentelasten, dit kan leiden tot een nadeel van € 0,5 miljoen.

Beoordeling weerstandscapaciteit

Voor de beoordeling van de weerstandscapaciteit gaat het om een beoordeling van de relatie tussen het beschikbare weerstandsvermogen en het, aan de risico's gerelateerde, benodigde weerstandsvermogen. Voor de hoogte en samenstelling van het weerstandsvermogen zijn geen landelijke normen en richtlijnen vastgesteld. De normen voor het weerstandsvermogen worden door de raad vastgesteld. Een gangbare norm is het hanteren van een beoogde weerstandsratio (= weerstandsvermogen gedeeld door risico’s) van tussen de 1 en 1,5. Met een weerstandsratio van 2 of hoger is het weerstandsvermogen goed tot uitstekend te noemen. Uitgangspunt is om voor risico's, waarvoor geen specifieke reserve is gevormd uit te gaan van een ratio van 1,5 met een ondergrens van 1,0. Voor risico's waar wel een specifieke reserve voor is gevormd is een ratio van 1,0 voldoende. De gemeentelijke weerstandsratio voor algemene risico's bedraagt 1,6. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

Incidenteel weerstandsvermogen

De stand van de reserves na resultaatbestemming bedraagt ultimo 2015 € 23,4 miljoen. Hiervan is € 17,6 miljoen vrij besteedbaar. Dit betreft het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve, van de reserve raadsvisie, van de reserve zonder naam en specifieke risicoreserves. Het risico wordt gecalculeerd op € 14,5 miljoen. Het incidenteel weerstandsvermogen komt uit op € 3,0 miljoen.

 

Toelichting van de risico's

Risico’s grondexploitatie

De risico’s van de grondexploitaties zijn bij de jaarrekening 2015 geactualiseerd. Dit heeft tot een bijstelling geleid (zie paragraaf Grondbeleid). Gelet op de onzekere economische ontwikkelingen wordt als maatregel voor de beheersing van het risico op de grondexploitaties een reserve aangehouden ter grootte van het financiële risico.

Risico's Noordoevers transformatie zone

De Risicoreserve Noordoevers wordt in lijn met besluitvorming aangehouden op het maximum risico. Hiermee zijn de risico’s bij de grondexploitatie afgedekt.

Risico's erfpachtgronden

De fabriekslocatie van fokker aan de industrieweg wordt door de gemeente in erfpacht uitgegeven. Om het risico op waardedaling op te vangen wordt een deel van de erfpachtcanon gereserveerd.

Risico's deelnemingen

De gemeente loopt bij de deelneming Fabriek Slobbengors CV een financieringsrisico. Het risico-aandeel in de rentevergoeding wordt ter afdekking van dit risico gestort in de risicoreserve deelnemingen.

Risico's frictie personeel

Dit betreft het risico op deze frictiekosten bij (re) organisaties als gevolg van lokale en regionale ontwikkelingen. De gemeente is aangaande ww-verplichtingen eigen risicodrager. Daarnaast brengt de begeleiding van medewerkers van werk naar werk ook kosten met zich mee.

Risico's verbonden partijen sociaal domein

Dit betreft het risico dat de gemeente loopt op alle publieke verbonden partijen die gelieerd zijn aan het sociaal domein. Dit betreft de SDD, de Soj, DG&J en Drechtwerk. Verbonden partijen hebben, omdat de gemeenten dienen als achtervang, zelf beperkt weerstandvermogen. Gemeenten zullen voor het overige deel in het lokale weerstandsvermogen middelen moeten reserveren. Voor bepaling van het gemeentelijke risico is uitgegaan van de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing uit de jaarstukken 2015 en/of de begroting 2017 van deze verbonden partijen. Voor de uitvoering van de decentralisaties is het uitgangspunt dat de desbetreffende taken worden uitgevoerd voor het geld dat er vanuit het Rijk voor beschikbaar is. Wij sluiten echter ook na het eerste volledige uitvoeringsjaar niet uit dat in de komende periode extra geld nodig zal zijn om de taken uit te voeren.

Risico’s overige verbonden partijen

Dit betreft het risico dat de gemeente loopt op alle publieke verbonden partijen die niet zijn gelieerd aan het sociaal domein. Doordat gemeenten dienen als achtervang hebben verbonden partijen zelf beperkt weerstandvermogen. Gemeenten zullen voor het overige deel in het lokale weerstandsvermogen middelen moeten reserveren. Voor bepaling van het gemeentelijke risico’s is uitgegaan van de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing uit de jaarstukken 2015 en/of de begroting 2017 van deze verbonden partijen.

Risico's Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten VPB-plichtig. Hierdoor moeten gemeenten over de winst van bedrijfsonderdelen die volgens de wet op de vennootschapsbelasting kwalificeren als onderneming belasting over de winst afdragen. In 2016 worden mogelijke financiële effecten geïnventariseerd.

Risico's afgegeven gemeentegaranties

De gemeente staat voor in totaal € 55,1 miljoen garant. Hiervan had € 35,7 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. Het bedrag aan directe borgstellingen (exclusief de borgstelling voor de gemeenschappelijke regelingen) bedroeg per eind 2015 € 9,1 miljoen. Ook hier zijn voldoende zekerheden gesteld, waardoor het risico beperkt is.

Risico's overig

Dit betreft onder andere negatieve bijstelling van het gemeentefonds, schadeclaims, lagere rijksbijdrage decentralisaties sociaal domein en wijziging in (fiscale)wetgeving.

 

Herschikking reserves

Herschikking reserves

De raad heeft verzocht het inzicht in de reserves transparanter te maken. Uitgangspunt hierbij is het vrij besteedbare deel van reserves zichtbaar te maken. Door vrij besteedbare reserves zonder concreet doel te clusteren in een vrije reserve kan dit worden bereikt. Dit betreft het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve, van de reserve raadsvisie en de reserve zonder naam. Daarnaast is er ook de reserve bedrijfsvoering. Deze is geoormerkt voor uitgaven voor het personeel niet zijnde frictie. De reserve is hiermee niet vrij besteedbaar. In 2016 zal een bestedingsvoorstel worden gedaan. Hierbij wordt onder andere gedacht aan het geven van een impuls aan het nieuwe werken in aansluiting op de nieuwe inrichting van het gemeentehuis.

Gewenste omvang Algemene reserve

Door het vormen van een vrije reserve kan de algemene reserve uitsluitend gezien worden als weerstandsvermogen. Uitgaande van de ratio van 1,5 en een algemeen risico van € 4,9 miljoen komt de gewenste omvang van de algemene reserve uit op € 7,4 miljoen. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

De stand van de Algemene reserve per 31-12-2015 bedraagt € 7,1 miljoen. Hiervan is € 290.000 in de Begroting 2016 meerjarig belegd voor de bijdrage rMJP (€ 120.000), taakstelling veiligheidsregio (€ 90.000), transitieplan Drechtsteden (€ 50.000) en de aanvullende storting in de voorziening wethouders pensioenen (€ 30.000). Deze middelen worden overgeheveld naar een nieuwe bestemmingsreserve. Daar staat tegenover dat het vrij besteedbare deel van de reserve Raadsvisie (€ 159.000) en de reserve Zonder naam (€ 1.023.000) aan de Algemene reserve worden toegevoegd. Na deze mutaties resteert een saldo van € 7.956.000. Met een gewenste omvang van € 7.380.000 kan € 576.000 vrijvallen ten gunste van de vrije reserve. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

 

De voorgestelde herschikking is onderdeel van het voorstel tot resultaatbestemming.

Financiële kengetallen

In lijn met de wijziging van het BBV zijn in deze paragraaf relevante financiële kengetallen opgenomen. Deze kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad.

Netto schuldquote

De netto schuldquote en de solvabiliteitsratio geven een goed inzicht in de schuldpositie van de gemeente. Met de netto schuldquote worden de totale schulden afgezet tegen het totaal aan baten van de gemeente. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de gemeentelijke jaaromzet (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio laat zien welk deel van het bezit van de gemeente wordt bekostigd met eigen vermogen. Hierbij geldt hoe hoger het percentage hoe beter het is. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat gemiddeld de solvabiliteitsratio zich begeeft tussen de 30% en 70%. Bij een solvabiliteitsratio tussen 20% en 30% springt het stoplicht op oranje en bij een percentage van <20% heeft een gemeente zijn bezit zwaar belast met schuld.

Aandeel grondexploitatie

Met het aandeel grondexploitaties wordt aangeven hoe de boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale baten van de gemeente. Hoe lager het percentage hoe beter. In onderstaande grafiek is het verloop van deze kengetallen weergegeven.

Naast bovenstaande kengetallen wordt ook inzicht gegeven in de structurele exploitatieruimte (- = tekort) en de belastingcapaciteit. De structurele ruimte laat zien welk deel van het begrotingsresultaat reëel is (zie ook Hoofdstuk 7 Financiële begroting). De belastingcapaciteit laat zien hoe de woonlasten zich verhouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Overige financiële kengetallen

Bevindingen

  • De netto schuld is in 2015 toegenomen.
  • De solvabiliteitsratio is laag. De gemeente heeft relatief veel gefinancierd met vreemd vermogen. Dit is te verklaren gezien het hoge voorzieningenniveau binnen Papendrecht en de recente investeringen hierin. Verder heeft de gemeente veel economische activiteiten (parkeren, sportcentrum en theater) in eigen beheer. Het financieren hiervan met vreemd vermogen is niet ongebruikelijk.
  • Het aandeel van de grondexploitatie neemt de komende jaren af. Met het beëindigen van de projecten zal dit op termijn verder dalen.
  • De structurele ruimte laat voor 2015 een overschot zien

Conclusie

  • Voor concrete risico’s zijn specifieke reserves benoemd en is de omvang inzichtelijk.
  • Het incidentele weerstandsvermogen is om eenmalige tegenvallers te financieren. Met een omvang van € 17,6 miljoen per ultimo 2015 en in samenhang met de huidige risico’s van € 14,5 is het weerstandsvermogen toereikend. Daarbij moet worden aangetekend dat nog niet alle risico’s kwantificeerbaar zijn.
  • Voor algemene risico´s bedraagt de weerstandsratio 1,6.
  • Met de voorgestelde herschikking van reserves wordt het vrij besteedbaar deel van de reserves inzichtelijk gemaakt.

2. Onderhoud kapitaalgoederen

2. Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt aangegeven wat in 2015 gedaan is aan de openbare infrastructuur en gebouwen. De gemeente Papendrecht heeft de beschikking over een groot aantal kapitaalgoederen, zoals wegen, riolering, water, groen, civiele constructies en gebouwen. Al deze kapitaalgoederen dienen zo effectief mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangelegd. De gemeente Papendrecht wil haar kapitaalgoederen goed onderhouden en instandhouden. De wijze waarop de inspanning die hiervoor in 2015 is geleverd, wordt in deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen beschreven.

Openbare ruimte algemeen

In het Uitvoeringsplan IBOR 2015 -2020 is de integrale kwaliteit en zijn de financiële middelen door de gemeenteraad vastgesteld. Het Uitvoeringsplan brengt in beeld hoe de openbare ruimte in deze planperiode in stand wordt gehouden. Het uitvoeringsplan geeft bijzondere aandacht aan de aanpak van onderhoudsachterstand bij wegen en civiele constructies om achterstallig onderhoud nu en in de toekomst te voorkomen.

 In het uitvoeringsplan is een aantal financiële voorstellen gedaan. Dit betreft voorstellen voor de inzet van structurele financiële middelen en de inzet van reserves (de reserve geluidsschermen). Allereerst is in het uitvoeringsplan een beperkte budgetgroei tot 2020 voorgesteld, en zijn voorstellen voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand gedaan. Daarnaast zijn verschillende oplossingsrichtingen geformuleerd (zoals omvormen groen, Participatie in het groen, etc.) voor behoud van de technische kwaliteit.

 Financiële middelen zijn beschikbaar gesteld voor projecten waarbij onderhoudsachterstand is geconstateerd. Deze werkzaamheden zijn gestart en hebben een doorloop tot en met 2016.
Het gaat hierbij om:

Asfaltwegen                         

Uitgevoerd

  • Vervangen deklaag Kastanjelaan (fase 1), vervangen deklaag Burgemeester Keijzerweg (deel Noordhoek-Alblasserdam)
  • Vervangen deklaag Vijzellaan

Voorbereiding

  • Reconstructie Veerweg (t.h.v. Vondelpark)
  • Reconstructie Jacob Catslaan.

Elementenverharding                      

Uitgevoerd 

  • Herstraten Henri Dunantsingel (Oostkant)
  • Herstraten fiets- en voetpaden Randweg

Voorbereiding

  • Marnixstraat e.o.
  • JR Suurhofstraat
  • J.J. Vorinckstraat.

Civiele kunstwerken            

Voorbereiding

  • Vervanging 10 civiele kunstwerken.

Riolering

Wat hebben we gedaan (beleidsmatig)?

  • In 2013 is de samenwerkingsovereenkomst "Gemeenschappelijke Afvalwaterketen Alblasserwaard Vijfheerenlanden" ondertekend.
  • In deze samenwerking is in 2015 het beheer en onderhoud van het grondwatermeetnet aanbesteed, in samenwerking met Hendrik-Ido-Ambacht en Vianen. Totaal zijn dit 146 peilbuizen, waarvan 46 in Papendrecht.
  • In de regio GAAV is in 2015 een programma van eisen voor het reinigen van kolken opgesteld, aanbesteed en uitgevoerd.
  • In 2015 is een programma van eisen voor rioolrenovatie opgesteld, aanbesteed en uitgevoerd. Bij deze wijze van rioolrenovatie wordt een kunststof kous in de rioolbuis geplaatst, waarmee de noodzakelijke reparatie is uitgevoerd. Dit is kosten effectief, omdat de weg niet opengebroken hoeft te worden en de uitvoering in een kort tijdsbestek kan plaatsvinden.
  • De negen deelnemende gemeenten hebben ieder voor zich een storingensysteem voor rioolgemalen. Het doel is deze negen systemen te vervangen door één gezamenlijk systeem. Dit jaar is de systeemkeuze gemaakt en zijn de eerste gemeenten aangesloten op de nieuwe voorziening. De automatisering is ondergebracht bij de gemeente Zederik en kent een uitwijkvoorziening. In 2016 worden de overige gemeenten aangesloten.

Wat hebben we gedaan (uitvoering)?

  • In 2015 zijn de volgende riool vervangingswerkzaamheden uitgevoerd:
  • Eilandstraat/Havenstraat. Deze werkzaamheden bestaan uit rioolvervanging, het vervangen van de verharding en het vervangen van het groen. Het asfalt van de rijbaan wordt aangepast in elementenverharding. Met de inrichting vindt aansluiting plaats met het materiaalgebruik van het centrum.
  • Spinbolmolen: Het aanbrengen van een pomp (tijdelijke maatregel), vooruitlopend op structurele maatregelen (vervanging).
  • Schoolstraat. Deze werkzaamheden zijn vooruitlopend op de Markt uitgevoerd en bestaan uit rioolvervanging, het ophogen van de verharding en het vervangen van het groen.
  • Molenlaan. Het vervangen van de riolering is uitgevoerd in een integraal bestek samen met het groot onderhoud asfaltwegen Burgemeester Keijzerweg (Veerweg- Noordhoek).

De onderstaande riool vervangingswerkzaamheden zijn in voorbereiding genomen:

  • Van der Palmstraat
  • Edelweisslaan
  • Jan Steenlaan/Ary Scheffersingel, e.o.
  • Goudenregenstraat
  • Walmolen
  • De Markt

In 2015 is het project Stellingmolen afgerond.

In 2015 is de jaarprogrammering voor renovatie van gemalen aanbesteed en uitgevoerd.

In 2015 zijn vooral in de wijk Westpolder rioolreiniging en –inspectie werkzaamheden uitgevoerd.

Het betreft totaal circa 10 km riolering, 7% van het totale stelsel. Aan de hand van deze inspecties wordt klein onderhoud uitgevoerd en het vervangen van riolering gepland. Bij klein onderhoud betreft dit scheuren in buizen, obstakels en ingroei van boomwortels. Door plaatselijke reparaties wordt voorkomen dat de riolering vroegtijdig vervangen moet worden. Bij vervanging gaat het niet alleen om de kwaliteit van de rioolbuis maar ook om het functioneren van het plaatselijke rioolstelsel.

In 2015 is het volledige rioolstelsel doorgerekend, met als doel inzicht te krijgen in de afvoermogelijkheden van het rioolstelsel en om inzicht te verkrijgen in de mate van wateroverlast bij extreme regenval. Een eerste berekening is uitgevoerd, de capaciteiten zijn getoetst. Na invoering van verbetervoorstellen wordt opnieuw de capaciteit van het stelsel getoetst. Deze doorberekening levert invulling in het nieuwe GRP.

In december is voor het college een themamiddag Water georganiseerd. Het college is hierbij breed geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van drinkwater (Oasen), oppervlaktewater en zuivering (Waterschap), het Waterplan en de inzameling en afvoer van regen – en afvalwater(gemeente).

In 2015 is tijdelijk een pomp geplaatst in verband met wateroverlast uit de riolering in de Spinbolmolen. Dit is een tijdelijke maatregel, vooruitlopend op het groot onderhoud/ vervanging riolering in de Spinbolmolen.

In 2015 heeft samen met het Waterschap een onderzoek plaatsgevonden naar de verbetering van de waterkwaliteit van het watercirculatiesysteem in zuid- west Papendrecht. In het zuid westen van Papendrecht is tien jaar geleden een rondspoelsysteem aangebracht om de waterkwaliteit te verbeteren. Het definitieve rapport is gereed in het 1e kwartaal 2016.

Wegen

Wat hebben we gedaan (beleidsmatig)?

Is eerder beschreven onder het onderdeel openbare ruimte algemeen (Uitvoeringsplan IBOR 2015-2020).

Wat hebben we gedaan (uitvoering)?

Naast het regulier onderhoud en diverse IBOR projecten (apart onderdeel in deze paragraaf) zijn vervangingsprojecten uitgevoerd. Een aantal projecten komt voort uit het GRP en wordt gecombineerd met de riolering, zoals de Molenlaan, Havenstraat en omgeving, Schoolstraat, de Markt en Edelweisslaan, Van der Palmstraat, Jan Steenlaan/Ary Scheffersingel, Walmolen, Goudenregenstraat (in voorbereiding).

 

Vanuit het groot onderhoud asfaltwegen zijn de volgende asfaltprojecten opgepakt/uitgevoerd:

  • Burgemeester Keijzerweg (Veerweg-Noordhoek). Vervanging asfalt rijbaan, herinrichting busstation, aanleg twee richting fietspad tot Alblasserdam.
  • Wieklaan fase 2. Dit project is in voorbereiding en sluit aan op het eerdere project in de Wieklaan en het project Burgemeester Keijzerweg/Molenlaan. Hierbij wordt de weg opgehoogd, het asfalt en aanwezige riolering vervangen.

 

In 2014 is gestart met uitvoering van de revitalisering Oosteind. Met subsidie en in samenwerking met de afdeling RO wordt het bedrijventerrein voorzien van nieuwe bestrating en verlichting. In 2015 is de Geulweg en Rietgorsweg opnieuw aangelegd. Voor de Gantelweg wordt met Boskalis onderhandeld om het eigendom van de Gantelweg over te dragen.

In regionaal verband vindt samenwerking plaats ten aanzien van een gezamenlijk onderhoudsbestek asfaltverharding & markering.

In 2015 zijn de wegverhardingen geïnspecteerd volgens de CROW methodiek.

Groen

Wat hebben we gedaan (beleidsmatig)?

Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2015-2024 vastgesteld. Het Groenbeleidsplan is een visieplan. De gemeente Papendrecht streeft naast een robuust netwerk van groen en blauw naar een gevarieerd aanbod van aantrekkelijk en betekenisvol groen. Samen met de visie op het groenblauwe netwerk vormt het Groenbeleidsplan het kompas van het beheer, onderhoud en investeringen in het groen en blauw binnen de gemeente Papendrecht.

Door de vaststelling van het Groenbeleidsplan 2015-2024 is een start gemaakt met het meer natuurlijke beheer en onderhoud van Papendrecht. In 2015 hebben alle 'groene' medewerkers de cursus gedragscode bestendig beheer en onderhoud in het kader van de Flora en Faunawet gevolgd.

Daarnaast is het bijenconvenant ondertekend, wordt het gras op een aantal locaties 'gemaaid' door schapen, wordt het onkruid op de verharding in 2016 milieuvriendelijk bestreden, vindt regelmatig afstemming plaats met de Natuur- en Vogelwacht 'De Alblasserwaard' en wordt bij nieuwe aanplant van bomen en beplanting rekening gehouden met flora en fauna.

Wat hebben we gedaan (uitvoering)?

In 2015 is een veiligheidsonderzoek bij de bomen uitgevoerd (Visual Tree Assessment), het betrof ca. een derde van het bomenbestand (circa 4.700 bomen). De resultaten worden in 2016 verwerkt in onderhoudsplanningen voor gericht onderhoud en zo nodig wordt tot kap van bomen besloten.

Op 21 oktober heeft de gemeente Papendrecht het Bijenconvenant van de Bijenstichting ondertekend, daarmee is verklaard dat (vooruitlopend op het verbod op chemische onkruidbestrijding) het onkruid op verharding in eigendom van de gemeente Papendrecht op een milieuvriendelijke wijze bestreden gaat worden. Dit zal vanaf 2016 op deze wijze plaatsvinden. In 2015 zijn de mogelijkheden omtrent regionale aanbestedingen onderzocht, inzet is dat Papendrecht en Alblasserdam gezamenlijk gaan aanbesteden in 2016.

In 2015 is samen met de gemeenten Alblasserdam, Sliedrecht, Dordrecht en Papendrecht een gezamenlijk bestek voor het onderhoud van bomen aanbesteed. Papendrecht heeft dit traject getrokken.

In 2015 is Nieuwland Parc in beheer genomen, belangrijk speerpunt bij het beheer en onderhoud is de natuurontwikkeling van de eco zone.

In 2015 is door bewoners (in samenwerking met de gemeente) de werkgroep sociale moestuin opgericht. Deze werkgroep is ontstaan vanuit het wijkplatform Molenvliet-Wilgendonk. Deze werkgroep maakt zich sterk voor de sociale moestuin. In 2015 is op drie locaties (o.a. bij de Beukmolen) binnen de gemeente een moestuin aangebracht.

Langs de Rembrandtlaan zijn 23 bomen gekapt, de gemeente had vervolgens het voornemen om de bestaande beplanting om te vormen tot gazon. Echter in samenspraak met de bewoners is gezamenlijk een beplantingsplan opgesteld en aangelegd. Als tegenprestatie voeren de bewoners van de Rembrandtlaan gezamenlijk het onderhoud uit.

Begin 2015 zijn naar aanleiding van het incident op de Veerdam 13 bomen gekapt en 14 bomen fors gesnoeid. Aansluitend zijn twee veiligheidscontroles uitgevoerd en is gestart met een schetsontwerp voor het verjongingsplan kastanjebomen in de Veerdam.

Naast de reguliere werkzaamheden heeft in 2015 in het openbaar groen een aantal reconstructies plaatsgevonden. Deze reconstructies zijn onder meer uitgevoerd/gerealiseerd in:

  • Stellingmolen, reconstructie en vernieuwde groene inrichting
  • Parc Nieuwland, aanplant groene inrichting.

Integraal beheer openbare ruimte (IBOR-voorziening)

Wat hebben we gedaan?

Regulier groot onderhoud van wegen (elementenverharding) en groen worden gefinancierd uit de voorziening Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Deze onderhoudsmaatregelen hebben het doel om de openbare ruimte tussentijds te herstellen om zo de functie in stand te houden.

 De volgende IBOR werkzaamheden zijn in 2015 uitgevoerd:

  • Voetpad Andoornlaan: herstraten voetpad in verband met afschuiving en ernstige verzakkingen
  • Brasem: Ophogen voetpad langs onderheide tuinmuren in verband met forse zetting en wegspoeling zand onder tuinmuren
  • Veerdam: Plaatselijk herstel van het straatwerk in verband met wortelopdruk in de bestrating
  • Rembrandtlaan: Herstraten van het fiets- en voetpad in verband met ernstige wortelopdruk en verzakkingen
  • Pontonniersweg: Herstel parkeerplaatsen ter hoogte van twee appartementencomplexen in verband met ernstige wortelopdruk. Daarnaast herstel straatwerk rond trappen richting Pontonnierspad
  • Eikenlaan: Herstel losliggende bestrating voor ingang appartementencomplex in de Eikenlaan
  • Anjerstraat: Ophogen (circa 50cm) voetpad nabij achterkant woningen
  • Randweg: herstraten voetpad bij de Randweg en rijbaan bij het woonwagenkamp
  • Scheidingslaan: Het vervangen van de beplanting in de scheidingslaan, aanplanten bomen in nieuwe beplantingsvakken. Omvormen meerdere beplantingsvakken naar gazon. Herstel straatwerk van het voetpad
  • Veerprommenade (t.h.v. Fritella): Aanbrengen hellingbaan voor invaliden naar ingang Pannenkoekhuis. Ophogen bestrating bij intree
  • Douwes Dekkerlaan: herstraten rijbaan voor verkeersbrug.

Openbare verlichting

Wat hebben we gedaan (beleidsmatig/uitvoering)

In 2015 zijn 211 armaturen en 3 lichtmasten vervangen. Deze vervanging heeft plaatsgevonden in de Badhuisstraat, Dr. Rietveldplein, P.J. Oudstraat, Veerweg (parallelweg t.h.v. Den Briel), Oude SW36 (weg ten noorden van de Witte Brug), Vijzellaan en Wiardi Beckmanstraat. De verlichting hierbij is vervangen in LED- verlichting.

Ieder jaar vindt de groepsgewijze lampvervanging binnen de openbare verlichting plaats. Hierin worden de lampen voor het einde van hun levensduur groepsgewijs vervangen, juist voor het moment dat het uitvalspercentage zal gaan oplopen. Dit is kostenefficiënt en levert een kwalitatief betere openbare verlichting op dan wanneer lampen alleen worden vervangen wanneer de lamp is gedoofd vanwege ouderdom. Deze werkzaamheden zijn eind 2015 uitgevoerd.

Vanuit de Dijkvisie Papendrecht worden de dijkwegen bij planmatige vervanging van openbare verlichting voorzien van een nieuwe karakteristieke dijkverlichting. Om een keuze te maken in een nieuw type armatuur, passend bij het straatbeeld, is eind 2015 een tijdelijke proefopstelling op het Bosch aangebracht met drie verschillende type armaturen, voor een periode van ongeveer drie maanden. De vormgeving van de nieuwe armaturen sluit beter aan op de verlichting van het centrum van Papendrecht.

Voor het regulier onderhoud aan de openbare verlichting heeft Papendrecht een dienstverleningsovereenkomst met Bureau OVL. Binnen deze regionale samenwerking wordt samengewerkt met negen andere gemeenten in de Alblasserwaard Vijfheerenlanden. De hoofdtaak is de uitvoering van het administratieve beheer en de centrale aansturing op de uitvoeringswerkzaamheden aan de openbare verlichting. Op 12 november is door de gemeenteraad ingestemd met de toetreding van Krimpenerwaard tot de gemeenschappelijke regeling Bureau Openbare Verlichting.

 In het Energieakkoord, dat in 2013 landelijk is overeengekomen, staan afspraken over onder andere het energieverbruik van de openbare verlichting (OVL) en de verkeersregelinstallaties (VRI's). Rijkswaterstaat bewaakt in opdracht van de Sociaal- Economische Raad (SER) de voortgang.

In het SER-Energieakkoord staan o.a. de volgende doelstellingen genoemd:

  • 20% energiebesparing bij openbare verlichting en verkeersregelinstallaties in 2020 ten opzichte van 2013;
  • 40% van de openbare verlichting is voorzien van slim energiemanagement in 2020;
  • 40% van de openbare verlichting is energiezuinig in 2020.

Deze doelstellingen gelden voor heel Nederland, alle openbare verlichting en verkeersregelinstallaties van gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat samen. Dus niet iedere gemeente hoeft 20% / 40% energiebesparing te halen.

Gemeente Papendrecht heeft, in samenwerking met Bureau OVL, zich aangemeld voor de jaarlijkse monitoring voor energiebesparing. Met deze monitoring wordt de energiebesparing binnen de OVL bijgehouden, kan vergeleken worden met het landelijk gemiddelde of met andere organisaties. De gegevens worden tevens gepubliceerd via de Klimaatmonitor.

De doelstelling waarbij 40% van de openbare verlichting is voorzien van slim energiemanagement in 2020 is binnen de gemeenschappelijke regeling behaald.

In Papendrecht zijn 418 armaturen met LED verlichting aanwezig (bijna 7%).

Civiele constructies (zoals bruggen, duikers, etc.)

Wat hebben we gedaan (uitvoering):

Dit jaar zijn 24 bruggen geïnspecteerd.

Constructief onderzoek heeft plaatsgevonden naar de verkeersbrug Jan Steenlaan. Onderzoek gaf aan dat het noordelijke landhoofd zijn stabiliteit verloor. Door de gemeenteraad is een krediet beschikbaar gesteld van € 525.000,- om de verkeersbrug te vervangen door een duiker, in combinatie met het grootschalig asfaltproject Burgemeester Keijzerweg. Deze werkzaamheden zijn in 2015 uitgevoerd.

In 2015 is een deformatiemeting aan de duikerbrug Veerweg uitgevoerd, in verband met monitoring op zetting van de duikerbrug.

Eind december is bij de twee keermuren aan de Onderslag een onaanvaardbare zetting vastgesteld. In afwachting van nader onderzoek in 2016 is de directe omgeving voorzien van een tijdelijke afzetting.

De volgende onderhoudswerkzaamheden aan civiele constructies hebben plaatsgevonden:

  • Vervangen damwand duikerbrug Westkil
  • Vervangen circa 65 dekplanken vlonder Vondelpark
  • Vervangen dekplanken houten brug Ridderspoorhof
  • Vervangen beschoeiing onder drie bruggen t.h.v. zuidelijk voetgangerstunnel N3
  • Vervangen dekplanken vier bruggen Park Noord Hoekse Wiel
  • Vervangen brugdek houtenbrug J.H.A Schaperstraat /P.J. Oudstraat.

In 2015 is een programma van eisen voor vervanging civiele kunstwerken opgesteld.

Speelruimte

Stand van zaken (beleidsmatig)

In het kader van het speelruimtebeleid heeft inventarisatie van de speelplekken in Wilgendonk plaatsgevonden.

Wat hebben we gedaan (uitvoering)?

In 2015 heeft de jaarlijkse inspectie van de speelobjecten plaatsgevonden. Eigenaren van speelobjecten (derden, zoals scholen) zijn geïnformeerd over de kwaliteit van de speelobjecten.

In 2015 zijn de speelplaatsen in de wijk Wilgendonk onder de loep genomen en heeft overleg plaatsgevonden met de omwonenden en gebruikers over de wensen, eisen en kwaliteit. Aan de hand daarvan zijn op diverse locaties diverse speeltoestellen vervangen of gerepareerd.

 

Water en baggeren

Wat hebben we gedaan?

In 2015 is het onderhoudsplan baggeren en beschoeiingen van watergangen 2015-2024 vastgesteld. Conform het onderhoudsplan, hebben onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden in trajecten op de Admiraal de Ruyterweg (achter begraafplaats), Zernikelaan, Tiendweg Oost, Noordrand (ten zuiden A15) en Park Noordhoekse Wiel.

In 2015 heeft de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden, vanuit regionaal onderhoudsbestek beschoeiingen op diverse locaties binnen Papendrecht.

Als voorbereiding op onderhoud aan duikers, heeft een grootschalige inspectie aan circa 85 duikers (en duikerbruggen) plaatsgevonden.

In 2015 is samen met het Waterschap Rivierenland en de klankbordgroep gewerkt aan het Streefbeeldenplan stedelijk water. Doel van het streefbeeldenplan is het bepalen en vastleggen van het gewenste beeld, gebruik, onderhoud en inrichting van het stedelijke water om de (ecologische) kwaliteit, beleving, biodiversiteit, en het gebuik te optimaliseren, waar mogelijk te vergroten en te kunnen toetsen.

Waterbuspontons

Wat hebben we gedaan?

Het onderhoud waterbuspontons vindt plaats in samenwerking met de Drechtsteden. In 2015 zijn onderhoudswerkzaamheden aan drie waterbuspontons uitgevoerd, op basis van uitgevoerde inspectiewerkzaamheden.

Gebouwen

Stand van zaken

Voor circa vijfendertig panden en vijf woningen die in eigendom van de gemeente zijn, is voor het jaarlijkse onderhoud een onderhoudsvoorziening ingericht. Over een voortschrijdende planperiode van tien jaar wordt per jaar een begroting uitgewerkt. Op grond hiervan wordt een gemiddelde storting bepaald en op de betreffende panden verantwoord.

Wat hebben we gedaan?

In 2015 is de meerjaren onderhoudsplanning geactualiseerd.

Havens

Wat hebben we gedaan?

Naast de reguliere werkzaamheden in de havens is de voorbereiding voor het baggeren van de Schaarhaven opgestart.

De bodemdiepte van de havens zijn in 2015 gepeild. Aan de hand van deze peilingen worden werkzaamheden in de havens voorbereid.

 

 

Elektrische laadpalen

Wat hebben we gedaan?

In 2015 zijn acht elektrische laadpalen in de openbare ruimte geplaatst en opgeleverd. Inmiddels staan 19 elektrische laadpalen in de openbare ruimte, naast de twee elektrische laadpalen in de parkeergarages.

 

Parkeergarages

Wat hebben we gedaan?

Naast het regulier onderhoud in de parkeergarages, heeft in samenwerking met Dordrecht een regionale aanbesteding en gunning plaatsgevonden voor het bezorgen en ophalen van het geld van de geldautomaten in de parkeergarages.

Eind 2015 is een proefopstelling van LED verlichting aangebracht waarmee de huidige TLD verlichting in de loop van 2016 wordt vervangen. Met de proefopstelling wordt beoordeeld welke verlichting het best passend is bij de parkeergarages.

3. Financiering

3. Financiering

In deze paragraaf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt ingegaan op de manier waarop de gemeente met het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen, zowel op korte als op langere termijn, is omgegaan. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht en eventuele genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen vermeld.

De advisering over en de uitvoering van de gemeentelijke financieringstaken wordt verzorgd vanuit het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Besluitvorming over de financiering blijft bij de gemeente behalve als het specifiek gemandateerd is. De toedeling van de bevoegdheden (wie autoriseert, wie voert uit) is vastgelegd in het gemeentelijke Financieringsstatuut. Conform de in het Financieringsstatuut opgenomen bepalingen heeft gedurende 2015 tweemaal ambtelijk voortgangsoverleg plaatsgevonden tussen gemeente en het SCD over de uitvoering van de financieringsfunctie. In dit overleg wordt één van de belangrijkste gespreksonderwerpen gevormd door de liquiditeitenplanning met een planperiode van vijf jaar. Het doel van deze planning is om zicht te krijgen op de meerjarige financieringsbehoefte, speciaal wat betreft de kasstromen die voortvloeien uit diverse gemeentelijke grondexploitaties en het investeringsplan.

Economische ontwikkelingen

Het jaar 2015 kenmerkte zich door een verder neerwaartse trend van de rente op de geldmarkt en een enigszins grillig verloop van de rente op de kapitaalmarkt. Mede als gevolg van ECB-maatregelen is de rente op 1-maandskasgeldleningen het gehele jaar onder de 0% uitgekomen. 

Vertoonde de kapitaalmarktrente de eerste vier maanden van 2015 een dalende trend, vanaf mei is een stijging in gang gezet tot boven de 1% in juli. De ontwikkelingen rondom de Griekse schuldenkwestie speelden hierin een grote rol. Vanaf het najaar is een lichte daling ingezet.

Onder de huidige marktomstandigheden is het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk kort te financieren. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

 De ontwikkeling van de rente gedurende 2015 kan als volgt worden weergegeven:

Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, er thans opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2015 circa 0,35 procentpunt.

Wettelijke ontwikkelingen

Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof)

De kern van de Wet houdbare overheidsfinanciën is verankering van de Europese begrotingsafspraken en de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) een gelijkwaardige inspanning moeten leveren om aan deze afspraken te voldoen. Eén van de belangrijkste doelen is het bereiken van begrotingsevenwicht op middellange termijn. De Eerste Kamer heeft op 26 mei 2015 een wetswijziging aangenomen waarbij het sanctiemechanisme wordt vervangen door een correctiemechanisme. Als een meerjarige overschrijding van de vastgestelde norm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden dreigt heeft de Minister de mogelijkheid met behulp van het correctiemechanisme het EMU-saldo van de decentrale overheden te beheersen, bijvoorbeeld door middel van het faseren van investeringen.

Relatiebeheer

De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente Papendrecht. Naast de BNG houdt de gemeente een rekening aan bij de ING en bij de Rabobank.

Financiering

In 2015 is een overeenkomst gesloten voor een fixe lening van 1 jaar en 3 dagen met een hoofdsom van € 9,5 miljoen en een rentepercentage van 0,0 %.

De totale langlopende leningschuld van de gemeente Papendrecht bedroeg per 31 december 2015 € 55,0 miljoen. Dit betreft 11 leningen. De gemiddelde rente over deze leningen bedroeg per eind 2015 3,91% (2014: 3,91%).

Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2015 (€ 88,3 miljoen) betekende dit dat de gemeente Papendrecht haar financiële huishouding voor maximaal circa € 7,5 miljoen met kort geld mocht financieren. In onderstaande tabel is het verloop van de gemeentelijke kortlopende middelen in 2015 ten opzichte van de kasgeldlimiet weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente Papendrecht de eerste drie kwartalen binnen de grenzen van de kasgeldlimiet is gebleven. In het vierde kwartaal is de kasgeldlimiet overschreden. Op 24 december 2015 is een langlopende lening van € 9,5 miljoen gestort, waardoor deze overschrijding weer is beëindigd.

 

Tabel 1: Verloop kasgeldlimiet 2015

In 2015 zijn 13 kasgeldleningen opgenomen, met een hoofdsom variërend van € 5 miljoen tot € 17 miljoen.

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. In 2015 bedroeg de renterisiconorm van de gemeente Papendrecht € 17,7 miljoen. Uit onderstaande berekening blijkt dat de gemeente Papendrecht in 2015 ruim binnen de renterisiconorm is gebleven.

Tabel 2: Toetsing renterisiconorm 2015

Het ministerie van BZK gaat de werking van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in 2016 evalueren.

Kredietrisico’s

De gemeente Papendrecht loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven.

Tabel 3: Overzicht kredietrisico’s

Het in bovenstaande tabel weergegeven bedrag aan uitzettingen per 31 december 2015 van € 2.408.000,- kan als volgt worden gespecificeerd:

  • Fabriek Slobbengors CV:  € 1.613.000,-
  • Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (fondsdeelname):  € 573.000,-
  • Intens BV:  € 150.000,-
  • Rivas: € 71.000,-.

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2015 voor in totaal € 55,1 miljoen garant. Hiervan had € 35,7 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. In verband met het aflopen van de bestaande achtervangovereenkomst van de gemeente met het WSW, is er eind 2015 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst loopt van 1 januari 2016 tot 1 januari 2020 en is gelimiteerd tot Woonkracht10.

Het bedrag aan directe borgstellingen (exclusief de borgstelling voor de gemeenschappelijke regelingen) bedroeg per eind 2015 € 9,1 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:

  • HVC Alkmaar (1,46%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo):  € 8,5 miljoen
  • Stichting Oostpolderhal:  € 0,6 miljoen

Schatkistbankieren

Eind 2013 is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Toegestaan blijft dat de gemeente 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist mag houden, het zogenoemde drempelbedrag. Dit drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2015 het drempelbedrag geen enkel kwartaal is overschreden.

Tabel 4: Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren

4. Lokale heffingen

4. Lokale heffingen

Deze ‘Paragraaf lokale heffingen’ geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

 Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

 Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Kwijtscheldingen

Evaluatie nieuwe ontwikkelingen en rijksbeleid

  1. Begrenzing stijging OZB (macronorm OZB): Ter voorkoming van onevenredige stijging van de collectieve lastendruk heeft het Rijk een beperking ingesteld op de stijging van de OZB-tarieven: de macronorm OZB. Voor 2015 was deze norm 3%. Landelijk is deze met 1,17% overschreden. Deze is in mindering gebracht op de norm voor 2016. Dit heeft voor onze gemeente op dit moment geen (nadelige) financiële gevolgen.
  2. Ontwikkelingen in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ): Met ingang van 1 oktober 2015 hebben door wetswijziging van de Wet WOZ en de introductie van de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel twee belangwekkende ontwikkelingen plaatsgevonden. Ten eerste: Als de WOZ-waarde volgens een wettelijk voorschrift wordt gebruikt en iemand daardoor in zijn individuele belang wordt geraakt, kan die persoon de gemeente vragen om een WOZ-beschikking. Tegen die beschikking kan bezwaar worden gemaakt. Vóór 1 oktober kon dit alleen als iemand een fiscaal belang had. De WOZ-waarde krijgt dus een breder gebruik dan uitsluitend voor belastingheffing. Ten tweede: Met de introductie van de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel speelt deze een grotere rol bij het bepalen van de maximale huurprijs. Dit is voornamelijk het geval bij huurwoningen in de gereguleerde sector. Gelet op het bovenstaande is het mogelijk geworden voor burgers en ook bedrijven bezwaar te maken tegen een te lage WOZ-waarde. De gevolgen voor de uitvoering ervan zullen in de loop van 2016 duidelijk worden.
  3. Uitbreiding gemeentelijk belastinggebied: In 2015 bracht de commissie Financiële ruimte voor gemeenten onder leiding van Alexander Rinnooy Kan het rapport 'Bepalen betekent betalen' uit. Hierin adviseert zij onder meer tot meer ruimte voor belastingen op lokaal niveau. Als vervolg hierop heeft het kabinet aangegeven voor de zomer van 2016 met een voorontwerp van een wetsvoorstel te komen dat als basis kan dienen voor een wetsvoorstel om vanaf 2019 een verschuiving te realiseren van de inkomstenbelasting naar het gemeentelijk belastinggebied van € 4 miljard. 

Gemeentelijke belastingopbrengsten (bedragen x € 1.000,-)

Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2015 en, ter vergelijking, 2014. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2014 en 2015 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerende-zaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden.

Overzicht inkomsten die op basis van door de raad vastgestelde belastingverordeningen worden gegenereerd (x € 1.000).

 

Heffing woonlasten

Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk.

In de volgende tabel wordt over de laatste vijf jaren de ontwikkeling van de woonlasten weergegeven. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde woningwaarde.

Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin. De gemiddelde woningwaarde is de basis voor berekening van de aanslag OZB. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarden 2015 zijn dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2014. Voorheen werd de gemiddelde WOZ-waarde overgenomen uit de COELO-atlas. Vanwege veroudering van deze gegevens is de berekening ingaande deze paragraaf lokale heffingen gebaseerd op de geactualiseerde gegevens uit de WOZ-administratie.

 Uit bovenstaande tabel kan worden geconcludeerd dat de woonlasten in onze gemeente in 2015 met 0,5% zijn gestegen.

 Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2015 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2014. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Uitgangspunt bij het bepalen van de tarieven 2015 was de raming 2014. Bij vaststelling van de tarieven is, naast de beleidsuitgangspunten voor 2015, rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Bij een waardedaling, zoals de afgelopen jaren het geval was, moet het tarief dus met een vergelijkbaar percentage verhoogd worden om een gelijkblijvende opbrengst te realiseren

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld:

Rioolheffing

Rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de nieuwe wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn.

Het verloop van de tarieven in de afgelopen jaren is als volgt:

Papendrecht heft uitsluitend van eigenaren van panden. Bepalend daarbij is de situatie van 1 januari. Het tarief is een vast bedrag per aansluiting.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijk met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2015 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2015 in Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht worden samengevat in het volgende schema (x € 1). Het rangnummer geeft de positie aan in de ranglijst van alle gemeenten in Nederland: rangnummer 1 staat voor de laagste woonlasten.

Kwijtscheldingen

Als een belastingplichtige wegens financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen is geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2015 is geraamd en verleend.

5. Grondbeleid

5. Grondbeleid

Het grondbeleid van de gemeente Papendrecht is ondersteunend aan het ruimtelijk beleid zoals dat onder andere in de Structuurvisie, de Dijkvisie, de Visie op het Groen-Blauwe Netwerk en diverse andere regionale en lokale sectorale visies wordt benoemd. Formeel kent Papendrecht een actief grondbeleid om de doelstellingen uit deze visies te realiseren. In de praktijk is sturing via grond in Papendrecht beperkt. Vrijwel de gehele gemeente is volgebouwd en er is nog slechts één, relatief kleine, uitleglocatie in ontwikkeling. De gemeente heeft, in vergelijking met andere gemeenten, relatief weinig grond in eigendom en er wordt niet actief aangekocht. Een randvoorwaarde bij het grondbeleid is nl. dat er geen onaanvaardbaar maatschappelijk en/of economisch risico gelopen wordt.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet meer om grote uitleggebieden maar om herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Dat betekent automatisch dat er veel meer belanghebbenden zijn met ook nog eens een grotere diversiteit aan belangen. Ontwikkelingen zijn daardoor complexer, vragen meer (ambtelijke) inzet en de uitkomsten zijn minder zeker. Meer en meer wordt gebruik gemaakt van 'anterieure overeenkomsten' waarmee op voorhand kosten verhaald kunnen worden op particuliere initiatiefnemers. 

De woningmarkt is in 2015 verbeterd en afgelopen half jaar zijn er ca. 10 nieuwe initiatieven uit de markt op ons afgekomen. Het gaat daarbij om ideeën voor 1 tot 10  woningen. Zelf lokt de gemeente projecten uit door voor sommige locaties schetsen op te stellen voor mogelijke ontwikkelingen. Vaak gaat het om locaties waar de gemeente zelf grond of verouderd vastgoed in eigendom heeft maar waar alleen in samenwerking met naastliggende eigenaren resultaat geboekt kan worden. Maar net zo goed gaat het ook om locaties waar de gemeente geen grond in eigendom heeft.

Voor de grondposities die de gemeente nog wel in eigendom heeft melden zich met regelmaat beleggers en ontwikkelaars die belangstelling hebben om deze af te nemen. Ook daaraan merken we dat de woningmarkt verbetert.

De beperkte hoeveelheid grond in eigendom maakt dat de financiële risico's overzichtelijk zijn. Deze financiële risico’s in grondexploitaties manifesteren zich voor de gemeente vooral bij het complex Centrum en het complex Land van Matena. Deze risico’s kunnen opgevangen worden binnen de hiervoor aangelegde financiële reserves (Risicoreserve grondexploitaties en Reserve stedelijke vernieuwing).

Werkwijze

Afgelopen jaar is, mede op advies van de accountant, het werk aan de uitvoering van de grondexploitatie-projecten anders georganiseerd. Er is beter vastgelegd wie (ambtelijk) opdrachtgever van de projecten is en de projectleiders stellen een jaarplan en voortgangsrapportages op die regelmatig met de opdrachtgever besproken worden. De kunst daarbij is om het goede evenwicht te vinden tussen een gezonde checks-and-balances en een te grote administratieve belasting.

Voorts zijn de (financiële) taken bij het voeren van de grondexploitatie over meerdere personen verdeeld. Zo zijn uitvoering en control verder van elkaar gescheiden en is sprake van verdere professionalisering doordat voor planeconomie een beroep gedaan wordt op medewerking van Dordrecht.

Afgelsoten complexen

Minder grond betekent ook minder 'complexen'. De complexen Merwehoofd, Pieter Zeemanlaan, Amberdreef en Polder het Nieuweland zijn in 2014 afgerond en komen niet meer in de jaarrekening voor. In 2015 zijn de werkzaamheden aan de complexen Oosteind fase 2 en Groenrecreatieve structuren Papendrecht afgerond zodat deze voor de laatste keer in de jaarrekening opgenomen zijn. Het project Aalscholver is afgezonderd van het complex Oostpolder en dit laatste complex is samengevoegd met het complex Land van Matena.

Meerjarenperspectief grondexploitaties

De exploitatieberekeningen worden jaarlijks herzien. Enerzijds wordt teruggeblikt op de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven ten opzichte van de ramingen, anderzijds wordt vooruitgekeken. Door middel van taxaties worden de ingeschatte opbrengsten opnieuw gewaardeerd en de ramingen voor de nog uit te voeren werkzaamheden worden geactualiseerd. Ook wordt gekeken naar de fasering en de looptijd van het project en worden de parameters voor rente en inflatie opnieuw beoordeeld.

Voor de berekening van de financieringslasten werd in 2015 uitgegaan van een rentepercentage van 1,5 % bij een positieve boekwaarde (uitgaven groter dan de inkomsten) en 4,5% bij een negatieve boekwaarde (inkomsten groter dan uitgaven). Voor de doorkijk worden de percentages gehanteerd conform de richtlijnen van het BBV. Voor een positieve boekwaarde wordt gerekend met 0% rente en bij een negatieve boekwaarde met 1,9% rente. Bij de actualisatie van de grondexploitaties is voorgesorteerd op de vernieuwing BBV en de invoering van de Vennootschapsbelasting. In maart 2016 is de notitie Grondexploitaties 2016 van de commissie BBV verschenen. Hierin wordt de impact op grondexploitaties van de vernieuwing BBV toegelicht. Met de vernieuwing van het BBV is aansluiting gezocht bij de fiscale regels van de VPB en de omgevingswet. De belangrijkste wijzigingen betreffen de beperking van de looptijd van grondexploitaties, het vervallen van niet in exploitatie genomen gronden, de rentetoerekening en de toe te rekenen kosten welke aan moeten sluiten op de kostensoortenlijst van het Bro. Het gevolg hiervan is onder andere, dat gevormde verliesvoorzieningen niet meer als onderdeel van de grondexploitatie gepresenteerd mogen worden. Deze wijziging trad in werking per 1 januari 2016. In 2016 worden alle grondexploitaties nagelopen en indien nodig aangepast aan deze nieuwe regelgeving. Dit kan betekenen dat kosten niet meer aan grondexploitaties mogen worden toegerekend of in sommige gevallen helemaal geen sprake meer is van een grondexploitatie. Ook zal onderzocht worden hoe om gegaan moet worden met enkele vastgoed-eigendommen, met name in het complex centrum. Over de eventuele gevolgen voor de gemeentelijke begroting wordt u tussentijds geïnformeerd via de Planning en control cyclus.

 

In exploitatie genomen gronden

Jaarlijks worden de exploitatieberekeningen van complexen geactualiseerd. Voor complexen waar een tekort wordt verwacht, wordt een voorziening gevormd. In onderstaande tabel is een prognose van het totaal in exploitatie genomen gronden opgenomen. Het totaal verwachtte resultaat bedraagt, conform verwachting, € 22,4 miljoen negatief. Door de vernieuwing van het BBV mogen voorzieningen geen onderdeel meer uitmaken van de grondexploitatie, maar deze moeten afzonderlijk worden gepresenteerd. Hierdoor lijkt het resultaat, ten opzichte van 2014, enorm verslechterd. Dit is echter niet het geval aangezien er tegenover dit negatieve resultaat eerder genoemde voorzieningen staan om dit op te vangen.

Winstneming

Winsten op grondexploitaties worden tussentijds of bij afsluiting van een complex genomen. Dit is, afhankelijk van de grootte van het complex, per deelgebied of voor het hele complex. Bij winstneming wordt het behaalde resultaat verrekend met de risicoreserve grondexploitaties. Het complex Oostpolder is afgesloten met een winst van € 603.000.

Tekortvoorzieningen

Bij deze actualisatie van de grondexploitaties is, in lijn met de gemeentebegroting 2016, deels geanticipeerd op de vernieuwing BBV. Aangaande de waardering van voorzieningen is waardering op eindwaarde vanaf de jaarrekening 2015 het uitgangspunt. Dit is meer in lijn met de voorschriften vernieuwing BBV en is voor de raad ook transparanter. De vernieuwing BBV heeft invloed op de voorziening tekort Land van Matena, de voorziening tekort Centrum en de voorziening tekort Fokker/Slobbengors. Op basis van de actualisatie van de grondexploitaties kan van de voorziening Land van Matena € 2.692.000 vrijvallen en is voor complex Fokker/Slobbengors een aanvulling nodig van € 61.000. Voor de voorziening centrum is mede als gevolg van de nieuwe waardering op eindwaarde een aanvullende storting noodzakelijk van € 1.254.000.

Financieel verloop 2015

Door de mindere activiteit op de woningmarkt bleven de uitgaven en inkomsten achter op de raming. Projecten zijn uitgesteld en planontwikkeling verloopt moeizaam. De totale uitgaven blijven per saldo ca. € 1.206.000 achter op de raming. De inkomsten vallen € 683.000 lager uit. Per saldo een voordeel van € 523.000.

Risicobepaling en -reserve grondexploitaties

In lijn met de nota grondbeleid worden risico’s in de grondexploitatie per complex geïnventariseerd. Van deze risico’s wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat een bepaald risico zich voordoet. Uitgangspunt bij het bijstellen van exploitatieberekening is, dat risico’s waarvan de kans dat het zich voordoet groter dan of gelijk is aan 50% volledig worden verwerkt in de exploitatieopzet van betreffend complex. Door een ambtelijke werkgroep is de risicoanalyse uitgevoerd. Risico’s worden situationeel beoordeeld, en afhankelijk van het ingeschatte risico, voorzien van een wegingsfactor. Voor deze wegingsfactor wordt 10%, 20%, 30% en 40% gehanteerd. Het totale risico binnen de grondexploitaties is berekend op ruim € 19 miljoen. Het totaal gewogen risico (risicobedrag x kans) is berekend op € 5.500.000.

Meerjarenbegroting 2016 – 2022

De budgetten van de grondexploitatie zijn onderdeel van de gemeentebegroting. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen per kostensoort van de verwachte uitgaven en inkomsten.

6. Verbonden Partijen

6. Verbonden Partijen

De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen. De gemeente ervaart een duidelijke meerwaarde van samenwerking met deze partijen. Met behoud van eigen karakter en identiteit zal continuering van regionale samenwerking plaatsvinden. Hoewel de gemeente de taken niet meer zelf uitvoert, blijft zij hiervoor wel verantwoordelijk.

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het financiële belang bestaat uit de middelen die aan de verbonden partij beschikbaar zijn gesteld en die niet verhaalbaar zijn bij een faillissement van de verbonden partij, dan wel uit een bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het bestuurlijk belang verwijst naar hetzij de zeggenschap uit hoofde van vertegenwoordiging in bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden:

Gemeenschappelijke regelingen

1. GR Drechtsteden

2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

3. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

4. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

5. GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk

6. GR Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede (OVL)

7. GR Gevudo

Privaatrechtelijke rechtspersonen

8. Eneco Holding NV

9. Bank Nederlandse Gemeenten NV

10. Oasen NV

11. Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden

12. Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

Deze paragraaf geeft inzicht in de betrokkenheid van de gemeente Papendrecht bij door verbonden partijen uit te voeren taken en processen. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke en financiële belangen blijft inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen gewenst. Voor de beleidsmatige ontwikkelingen wordt verwezen naar de betreffende programma’s.

Zoals gebruikelijk wordt per verbonden partij volgens de stoplichtenmethode in beeld gebracht welke risico's de gemeente loopt in haar financiële, informatieverstrekkende en bestuurlijke relatie met de verbonden partij. Ook algemene omstandigheden, bijvoorbeeld ‘jonge’ regeling, worden meegewogen. Indien er geen opmerking over het risico is, is het stoplicht groen. Kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden, kleurt het stoplicht oranje. Mocht de relatie met de verbonden partij risicovol zijn dan is het stoplicht rood. De kleuren van het stoplicht van de betreffende verbonden partij zijn ten opzichte van de voorgaande rapportage ongewijzigd.

 In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen 2015, In de tabel wordt ook inzicht verschaft in de overige verbonden partijen.

 Tabel 1

Gezien de omvang en de diversiteit van de verschillende onderdelen binnen de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) is in tabel 2 een nadere detaillering van de bijdrage per dienst weergegeven.

 Tabel 2

 

1.

 

Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden

 

Vestigingsplaats

 

Dordrecht

 Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Onderdelen

 

 

 

·    Bureau Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden (SCD), Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD): Dordrecht;

·    Gemeentelijke Belastingdienst Drechtsteden (GBD): Sliedrecht;

·    Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD): Zwijndrecht.

 

 

Doel

 

1.  Drechtsteden heeft tot doel, binnen de kaders als genoemd in en voortvloeiend uit deze regeling, draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied.

2.  Ter verwezenlijking van de in het vorige lid genoemde doelstelling behartigt Drechtsteden, met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

a.     Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)

b.     Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, beheer basisregistraties en verkeersveiligheid)

c.     Sociaal (sociale zekerheid en -ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur)

d.     Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid

e.     Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering

f.      Sociaal-geografisch onderzoek

g.     De uitvoering van de belastingheffing en -invordering.

3.  Naast de in het tweede lid genoemde belangen heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

a.     de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgesteld, elk voor zover het hun gebied betreft

b.     de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft

 

Openbaar belang

 

Het in algemene zin behartigen van regionale belangen op het terrein van:

economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme), fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen en publieke infrastructuur), sociaal (sociale zekerheid en - ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur), bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid, staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering, sociaal-geografisch onderzoek, uitvoering van de belastingheffing en -invordering.

 

 

Financieel belang

 

De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van het onderdeel en de activiteit een bijdrage. Verwezen wordt naar de tabellen 1 en 2 bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

 

Bestuurlijk belang

 

Vertegenwoordiging door wethouder R.T.A. Korteland in het Drechtstedenbestuur. Daarnaast heeft elke fractie van de gemeenteraad een lid aangewezen, die namens de gemeente Papendrecht zitting heeft in de Drechtraad.

 

Deelnemende partijen

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papenrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

 

Kerncijfers

 

 

 

 

 

Jaarresultaat 2014

€ 1.780.000

 

 

 

 

31-12-2014

31-12-2013

 

 

Eigen vermogen

€ 10.975.000

€ 15.793.000

 

 

Vreemd vermogen

€ 52.273.000

€ 59.806.000

 

 

 

 

 

Relatie met programma

 

 

1. Samenleving

2. Ruimte

3. Bestuur en regio

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

Achtergrondinformatie

 

 

 

Het voorlopige jaarrekeningresultaat laat een positief resultaat zien van € 17,5 miljoen wat grotendeels veroorzaakt wordt door meevallende kosten van de Sociale Dienst op de taakvelden participatie, minimabeleid en de WMO. € 15,9 miljoen hiervan wordt rechtstreeks uitgekeerd aan de gemeenten. Voor Papendrecht bedraagt dit ongeveer € 0,8 miljoen. Het restant wordt via resultaatbestemming verdeeld over de deelnemende gemeenten. Het besluit hierover wordt begin juli door de Drechtraad genomen.

 

Kleur stoplicht

 

 

Oranje

 

 

Website

 

 

www.drechtsteden.nl

(vergaderstukken van de Drechtraad zijn op de site raadpleegbaar).

 

 

 

 

2.

 

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Onderdelen

 

 

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Holland Zuid (GGD), Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (BLVS), Serviceorganisatie Jeugd en Regionale Ambulancevoorziening: Dordrecht.

 

Doel

 

 

Het samenwerkingsverband heeft tot taak, vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur, en met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, een bijdrage te leveren aan het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten, teneinde een evenwichtige en voorspoedige ontwikkeling in het gebied te bevorderen.

 

De behartiging van belangen geschiedt door het bepalen van de hoofdlijnen van gewenste ontwikkelingen door middel van sturing, ordening, integratie en in voorkomende gevallen uitvoering ter zake van de taakvelden publieke gezondheid, onderwijs en jeugd.

 

 

Openbaar belang

 

 

 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van volksgezondheid, jeugd, onderwijs en welzijn.

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder J. R. Reuwer-Verheij.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 84.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 721.000

- € 1.048.000

Vreemd vermogen

€ 10.655.000

€ 12.353.000

 

 

Relatie met programma

 

1. Samenleving

 

Achtergrondinformatie

 

Nadat bij de Dienst Gezondheid en Jeugd in 2014 een aantal maatregelen zijn getroffen om de situatie met de financiële problemen bij de dienst op te lossen, is in 2015 verder gegaan met het goed op orde brengen van zowel de financiën als de bedrijfsvoering van de dienst.

In 2015 is een dekkingsplan opgesteld en goedgekeurd, waarmee de financiën van de dienst op orde worden gebracht. Dit dekkingsplan bracht voor 2015 en 2016 incidentele aanvullende bijdragen voor de gemeenten met zich mee.

Met ingang van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. De 17 gemeenten van de regio Zuid-Holland Zuid hebben besloten tot een verregaande samenwerking en functionele uitvoering. De verantwoordelijkheid is door de gemeenteraden weggezet bij de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid.

De gemeenten hebben ingestemd met een risicoreserve van 6,3 miljoen. De tweede bestuursrapportage 2015 van de Serviceorganisatie Jeugd laat ten opzichte van haar begroting een extra financieel beslag van € 4,5 miljoen ten laste van de begroting zien. De belangrijkste post hierin is het Landelijk Transitie Arrangement (LTA). Bij het bepalen van de prognose zijn er nog wel een aantal onzekerheden.

 

 

Kleur stoplicht

 

 

Rood

 

Website

 

www.dienstgezondheidjeugd.nl

 

 

 

3.

 

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Doel

 

De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de deelnemers bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten.

 

 

Openbaar belang

 

 

Veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid.

 

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

Gemeente wordt in het algemeen bestuur door wethouder C. Koppenol vertegenwoordigd. Op voordracht van de colleges van de gemeenten Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht vertegenwoordigt de heer H. Mirck, wethouder uit Zwijndrecht de Drechtsteden in het dagelijks bestuur. 

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht en de provincie Zuid-Holland.

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 392.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 1.019.000

€ 934.000

Vreemd vermogen

€ 4.458.000

€ 7.149.000

 

Relatie met programma

 

 

2. Ruimte

 

Achtergrondinformatie

Het voorlopige jaarrekeningresultaat bedraagt € 572.000. De jaarrekening met bijbehorende resultaatbestemming wordt op 8 juli 2016 vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

 

De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 met een ruime meerderheid ingestemd met de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de nieuwe wet staat nog steeds gepland in 2018. In Zuid-Holland Zuid hebben de Omgevingsdienst, de Veiligheidsregio en de GGD als drie uitvoeringsorganisaties het initiatief genomen om samen te werken bij de voorbereiding op de Omgevingswet.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

Website

 

 

www.ozhz.nl

 

 

 

 

4.

 

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Onderdelen

 

·    Regionale Brandweer Zuid-Holland Zuid: Dordrecht.

·    Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR).

·    Regionale Ambulance Voorziening Zuid-Holland Zuid (RAV) (BV): Zwijndrecht.

 

Doel

 

 

Het openbaar lichaam heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen met behoud van lokale verankering bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren, teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

Openbaar belang

 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: regionale brandweer, centrale post ambulancevervoer, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid.

 

Financieel belang gemeente

 

De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van onderdeel en activiteit een bijdrage. Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Burgemeester C.J.M. de Bruin vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2014

               € 2.900.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 6.385.000

€ 4.790.000

Vreemd vermogen

€ 49.414.000

€ 56.814.000

 

 

Relatie met programma

 

3. Bestuur en regio

 

Achtergrondinformatie

 

 

Het jaarrekeningresultaat bedraagt € 1,4 miljoen. In het algemeen bestuur van de VR ZHZ van 13 april 2016 is besloten dat € 1,0 miljoen naar rato wordt teruggegeven aan de deelnemende gemeenten. Voor Papendrecht is dit een incidenteel voordeel van € 47.000. Het overige resultaat van € 0,4 miljoen is bestemd voor o.a. de samenvoeging van de meldkamers.

 

Kleur stoplicht

 

 

Oranje

 

 

Website

 

 

www.vrzhz.nl

(vergaderstukken van het algemeen bestuur zijn op de site raadpleegbaar).

 

 

 

 



5.

 

Gemeenschappelijke Regeling Drechtwerk

 

Vestigingsplaats

 

 Dordrecht

 Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Doel

 

 

Het openbaar lichaam behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de sociale werkvoorziening en geeft in opdracht van de gemeenten uitvoering aan de in de wet en in deze regeling genoemde taken.

 

 

Openbaar belang

 

 

Mogelijk maken dat mensen met een arbeidshandicap kunnen werken naar vermogen.

 

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. De algemene bijdrage per gemeente wordt bepaald op basis van het aantal geplaatste werknemers, afkomstig uit de betreffende gemeente, op 1 januari van het boekjaar.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder

J.N. Rozendaal.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht

 

 

Kerncijfers

 

 

Jaarresultaat 2014

€ 984.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 1.213.000

€ 1.506.000

Vreemd vermogen

€ 13.265.000

€ 9.402.000

 

Relatie met programma

 

 

1. Samenleving

 

 

Achtergrondinformatie

 

 

In 2015 heeft zich de situatie voorgedaan dat een samenloop van belangen en mogelijkheden van de gemeente Dordrecht, een belangstellende koper voor een deel van het terrein, de verhuurder en Drechtwerk het mogelijk heeft gemaakt een voor allen voordelige transactie af te sluiten.

Verder is de keuze gemaakt om te trachten de huidige werkbedrijven van Drechtwerk samen met marktpartijen om te vormen tot social joint ventures, die in 2016 haar verdere uitwerking verkrijgt.

 

Kleur stoplicht

 

 

Oranje

Website

 

www.drechtwerk.nl

 

 

 

 

6.

 

Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

 

Vestigingsplaats

 

 

Hardinxveld-Giessendam

 

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Doel

 

 

Doel is het behartigen van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de gemeenten op het gebied van het beheren en in stand houden van de openbare verlichting van de gemeenten.

 

 

Openbaar belang

 

 

Het beheren en in stand houden van de openbare verlichting.

 

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bedrag dat wordt berekend op basis van het aantal lichtobjecten, dat zich op het grondgebied van de gemeente bevindt.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur door wethouder C. Koppenol.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Nederlek, Vianen en Zederik

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 28.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 128.000

€ 152.000

Vreemd vermogen

€ 277.000

€ 293.000

 

 

 

Relatie met programma

 

 

2. Ruimte

 

Achtergrondinformatie

-

 

Kleur stoplicht

 

Groen

 

 

Website

 

www.bureau-ovl.nl

 

 

 

 

7.

 

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Doel

 

Gevudo bezit 529 aandelen van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar (HVC) en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC.

 

 

Openbaar belang

 

 

Afvalinzameling, - verwerking en straatreiniging.

 

 

Financieel belang

 

 

Gevudo is aandeelhouder in de HVC met 529 aandelen op een totaal van 2.914 (18,15%).

 

Gevudo heeft met ingang van 2015 haar gemeenschappelijke regeling aangepast, zij is nu een 'houdstermaatschappij': zij voert geen operationele taken meer uit.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

Gemeente wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder C. Koppenol.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Sliedrecht, Zederik en Zwijndrecht.

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 0

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 62.000

€ 26.000

Vreemd vermogen

€ 502.000

€ 6.000

 

 

 

Relatie met programma

 

 

2. Ruimte

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

 

Achtergrondinformatie

 

 

Sinds 7 december 2015 is het doel, na vaststelling gewijzigde GR, geworden het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV HVC, in de ruimste zin des woords, en het daarbij uitoefenen van stemrecht in de aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

 

Website

 

N.v.t.

 

 

 

8.

 

Eneco Holding NV

 

Vestigingsplaats

 

Rotterdam

 

 

Rechtsvorm

 

 

Naamloze Vennootschap

 

 

Doel

 

 

Doel van Eneco is in hoofdzaak het op een betrouwbare, veilige en maatschappelijk verantwoorde wijze produceren, verkopen en leveren van energie, warmte/ koude en gassen en daaraan gerelateerde producten aan particuliere en zakelijke klanten en samenwerking en deelneming in andere rechtspersonen.

 

 

Openbaar belang

 

 

Energievoorziening

 

Financieel belang

 

 

De gemeente is aandeelhouder van minder dan 2% (0,69%) van de aandelen (verder wordt verwezen naar tabel 1).

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) door wethouder R.T.A. Korteland vertegenwoordigd.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

http://www.eneco.com/nl/organisatie/aandeelhouders/

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 206.000.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 5.188.000.000

€ 4.593.000.000

Vreemd vermogen

€ 4.963.000.000

€ 4.592.000.000

 

Relatie met programma

 

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

Achtergrondinformatie

 

Eneco Groep boekte over de eerste helft van 2015 een omzet van € 2.363 miljoen en een nettoresultaat van € 144 miljoen. Dit is een daling van respectievelijk drie en zeven procent ten opzichte van dezelfde periode in 2014 toen een omzet van € 2.444 miljoen en een nettoresultaat van € 155 miljoen werden gerealiseerd. In haar halfjaarbericht spreekt Eneco haar vertrouwen uit in de verdere ontwikkelingen van Eneco Groep. Dat neemt niet weg dat de marktomstandigheden uitdagend zijn en dat zullen ze voorlopig nog blijven, mede gezien de lopende splitsingsdiscussie. Tegen deze achtergrond verwacht zij voor heel 2015 een vergelijkbaar resultaat als in het voorgaande jaar.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

Website

www.eneco.com/nl

 

 

 

 

9.

 

Bank Nederlandse Gemeenten NV

 

Vestigingsplaats

 

 

Den Haag

 

 

Rechtsvorm

 

 

Naamloze Vennootschap

 

 

Doelstelling

 

 

Kredietverlening aan de publieke sector

 

 

Openbaar belang

 

 

De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak.

 

 

Financieel belang

 

 

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 6.318 aandelen. Het totaal aantal geplaatste aandelen bedraagt 55.690.720 aandelen.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AVA) vertegenwoordigd door wethouder R.T.A. Korteland.

 

 

 

Deelnemende partijen

 

 

De BNG bank is een structuurvennootschap. Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 126.000.000

 

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 3.587.000.000

€ 3.425.000.000

Vreemd vermogen

€ 149.895.000.000

€ 127.727.000.000

 

 

 

Relatie met programma

 

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

Achtergrondinformatie

 

 

 

In haar halfjaarbericht 2015 geeft de bank aan, dat zij wordt geconfronteerd met toenemende kosten, vooral als gevolg van toenemende rapportagever-plichtingen en het toezicht door de ECB. Het renteresultaat over 2015 zal naar verwachting lager uitkomen dan over 2014. Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor de politieke, economische en monetaire ontwikkelingen. Gezien de aanhoudende onzekerheden acht de bank het niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2015.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

 

Website

 

 

www.bng.nl

 

 

 

10.

 

Oasen NV

 

Vestigingsplaats

 

 

Gouda

 

 

Rechtsvorm

 

 

Naamloze Vennootschap

 

 

Doel

 

 

Leveren van helder en betrouwbaar drinkwater

 

 

Openbaar belang

 

 

Drinkwatervoorziening

 

 

Financieel belang

 

 

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 29 van de 748 aandelen (3,9%). De aandelen hebben een nominale waarde van € 455 per aandeel. Er zijn 748 aandelen geplaatst bij de gemeenten in het verzorgingsgebied van Oasen NV. Dit komt ongeveer neer op ongeveer 1 aandeel per 1.000 inwoners. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) bestaat uit vertegenwoordigers van aandeelhoudende gemeenten.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt vertegenwoordigd in de aandeelhoudersvergadering door wethouder J.N. Rozendaal.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

http://www.oasen.nl/over-oasen/Paginas/aandeelhouders-artikel.aspx

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

€ 4.052.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 90.071.000

€ 86.019.000

Vreemd vermogen

€ 128.725.000    

€ 114.863.000

 

 

 

Relatie met programma

 

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

 

Achtergrondinformatie

 

 

 

-

 Kleur stoplicht

 

Groen

 

 

Website

 

 

www.oasen.nl

 

 

 

11.

 

Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

Rechtsvorm

 

 

Binnen de ROM-D groep participeert gemeente Papendrecht direct in de:

-           naamloze vennootschap ROM-D holding (ROM-D Holding NV);

-           commanditaire vennootschap ROM-D Dordtse Kil III (ROM-D Dordtse Kill III CV).

 

 

Doel

 

 

Versterken en uitbouwen regionale economie.

 

 

Openbaar belang

 

 

Economisch belang: Versterken en uitbouwen van de regionale economie door: uitgifte van kavels, ontwikkeling van bedrijventerreinen, revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en promotie van de regio Drechtsteden.

 

 

Financieel belang

 

 

De gemeente heeft een kapitaalinbreng in

- ROM-D Holding van € 150.000.

- ROM-D Dordtse Kil III € 194.000.

Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal: € 344.000. Deze inbreng bestaat uit aandelen in ROM-D Holding, respectievelijk deelname in het commanditair kapitaal van ROM-D Dordtse Kil III.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente Papendrecht heeft binnen de ROM-D Holding NV een aandeel van 3% en in de ROM-D Dordtse Kil III een aandeel van 2%.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, de Provincie Zuid-Holland, de BNG en Rotterdam.

 

 

Kerncijfers

 

ROM-D NV

Jaarresultaat 2014

-/- € 159.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 3.754.000

€ 3.913.000

Vreemd vermogen

€ 4.552.000

€4.557.000

 

ROM-D CV

Jaarresultaat 2014

-/- € 5.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 6.803.000

€ 7.631.000

Vreemd vermogen

€ 11.389.000

€ 15.757.000

 

Relatie met programma

 

 

2. Ruimte

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

 

Achtergrondinformatie

 

 

Regionaal heeft de doorontwikkeling van ROM-D aandacht.

 

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

Website

www.rom-d.nl

 

 

12.

 

Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

 

Vestigingsplaats

 

Papendrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Besloten vennootschap

 

 

Doel

 

 

Deelnemen in een besloten vennootschap die participeert als beherend vennootschap in een commanditaire vennootschap ter exploitatie van een fabriek gelegen op het terrein Slobbengors.

 

 

Openbaar belang

 

 

Borging werkgelegenheid.

 

 

Financieel belang

 

 

Gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 100% van de aandelen. Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal € 18.000.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt vertegenwoordigd door wethouder R.T.A. Korteland.

 

 

Deelnemende partijen

 

Papendrecht

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2014

-/- € 4.000

 

 

31-12-2014

31-12-2013

Eigen vermogen

€ 18.000

€ 9.000

Vreemd vermogen

€ 12.000

€ 13.000

 

Relatie met programma

 

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

 

Achtergrondinformatie

 

 

-

 

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

 

Website

 

-

7. Bedrijfsvoering

Arbeidsvoorwaarden en perosonele regelingen

Regionaal is als onderdeel van het Ontwikkelingsprogramma Drechtsteden een vervolgstap gemaakt in de harmonisering en uniformering van personele regelingen en arbeidsvoorwaarden.  Waar in 2014 het accent lag op nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling, is in 2015 een inhaalslag gemaakt met een aantal beleidsstukken. Dit heeft geresulteerd in;

  • Een nieuw Gezondheidsbeleid
  • Een nieuw Ziekteverzuimbeleid
  • Een nieuwe Werktijdenregeling (meer gericht op flexibiliteit)
  • Nieuwe regelingen op gebied van integriteit (zie onder Integriteit)
  • Een regeling Aanstelling in algemene dienst.

Daarnaast is ook een nieuw landelijk beloningshoofdstuk ingevoerd (per 1-1-2016).

In- en uitstroom

De in- en uitstroom van medewerker is in 2015 gestegen. Was in 2014 nog sprake van ‘maar’ drie nieuwe medewerkers (1,4%) en 8 uitstromers (3,8%) in 2015 zijn er 8 nieuwe medewerkers (3,9%) in dienst gekomen en 12 medewerkers (5,8%) vertrokken. Deze cijfers liggen iets boven het landelijk gemiddelde (2014: instroom 3,6%; uitstroom 5,3%).

Deze cijfers bevestigen het belang van de strategische personeelsplanning (SPP) ter bevordering van mobiliteit en flexibiliteit in de organisatie en met als doel een duurzame inzetbaarheid en ‘de juiste medewerker op het juiste moment op de juiste plaats’.

Inhuur van extern personeel

Het percentage inhuur over 2015 komt uit op 11,2 %. Daarbij is gebruik gemaakt van de inhuurdefinitie die ook landelijk gebruik wordt (P-monitor). Het percentage 2015 is vrijwel gelijk aan het percentage over 2014. Dat was toen een stijging ten opzichte van 2013. Ook landelijk was in 2014 een stijging zichtbaar. Landelijk was het percentage in 2014 13% en voor onze gemeentegrootte 10% (bron: personeelsmonitor 2014). De inhuur voor onze organisatie betreft voor een groot gedeelte een capaciteitsvraagstuk, ongeveer 75% van de totale inhuur.

In het collegeprogramma is opgenomen dat de inhuur van externen zoveel mogelijk beperkt dient te worden, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van eigen kracht. Dat wordt zoveel mogelijk uitgevoerd. We zijn echter een relatief kleine organisatie in omvang, waardoor tijdelijke knelpunten van kwalitatieve en kwantitatieve aard, niet altijd binnen de eigen organisatie of met eigen medewerkers kunnen worden opgelost. Bij invulling met eigen medewerkers ontstaat een relatief hoog risico op uitkeringslasten (eigen risicodrager). Bewust is daarom gekozen voor slanke organisatie met een flexibele schil waarop een beroep kan worden gedaan bij specifieke deskundigheid, piekbelastingen, efficiëntere flexibele inzet, projecten en moeilijk in te vullen vacatures. Ook dat past binnen het streven om de organisatie leniger en flexibeler te maken in combinatie met een flexibele schil (coalitieakkoord). Ook wordt steeds meer gekeken naar de mogelijkheid om binnen het Drechtstedennetwerk tot (gezamenlijke) oplossingen voor inzet van personeel te komen.

Integriteit

In 2015 is, deels ter vervanging van de bestaande Papendrechtse regelingen,  een nieuw regionaal integriteitsbeleid vastgesteld, bestaande uit:

  • een Integriteitbeleid en Gedragscode Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid;
  •  de regeling ongewenst gedrag en klachtenprocedure Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015;
  • de regeling vertrouwenspersonen Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015;
  • de regeling melding vermoeden misstand Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015;
  • de regeling gebruik ICT middelen en informatie van de werkgever Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015;
  • de regeling ambtseed, ambtsbelofte en integriteitverklaring Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015.

Opleiden en ontwikkelen

Het opleidingsbudget 2015 bedroeg € 224.000, inclusief een tijdelijke extra budget van € 36.000 voor het in de CAO vastgelegde recht op een individueel loopbaanbudget (2013-2015). Dit komt overeen met 2,0 % van de loonsom. Het opleidingsplan liet in 2015 een overschrijding zien van ruim € 30.000. 

Opleiding en ontwikkeling zijn nodig om de kwaliteit van de producten en dienstverlening te verbeteren, maar ook om medewerkers te boeien en te binden aan onze organisatie. Daarnaast is het, gelet op de diverse ontwikkelingen die de komende jaren op ons afkomen, nodig om in te zetten op mobiliteit en flexibiliteit van medewerkers. Dit om langdurige inzet van medewerkers te waarborgen. Vanuit dat perspectief, gelet op de overschrijding in 2015 en de verlaging van het budget in 2016 door het vervallen van het tijdelijke extra budget, is de druk op het opleidingsbudget groot.

Personeel

Het totale personeelsbestand bestond eind 2015 uit 54,0% mannen (109) en 46,0% vrouwen (93). Die verhouding is stabiel ten opzichte van eerdere jaren. Van de vrouwen heeft 68% een parttime functie. Bij mannen is dat 14%. Landelijk beeld bij gemeenten is dat 70% van de vrouwen een parttime betrekking heeft, tegenover 15% van de mannen.

Onze organisatie is langzaam maar zeker aan het vergrijzen. De gemiddelde leeftijd is 47,1 jaar (vrouwen 47,2 en mannen 47,1 jaar). Bijna 84% van de  bezetting is ouder dan 35 jaar. De gemiddelde leeftijd bij alle gemeenten ligt nog iets hoger met 48,1% (bron: Personeelsmonitor 2014[1]). Landelijk is zelfs 89% van het personeel dat werkzaam is bij een gemeente ouder dan 35 jaar.

[1] Trend van de laatste jaren is dat landelijk de gemiddelde leeftijd met 0,6 jaar stijgt. De verwachting is dat de  landelijke leeftijd 2015 op gemiddeld 48,7 jaar uit zal komen.

WNT-verantwoording 2015

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de gemeente Papendrecht van toepassing zijnde regelgeving: het algemene WNT-maximum.

Het bezoldigingsmaximum in 2015 voor de gemeente Papendrecht is € 178.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband.

Ziekteverzuim

Trend van de laatste jaren is dat landelijk de gemiddelde leeftijd met 0,6 jaar stijgt. De verwachting is dat de landelijke leeftijd 2015 op gemiddeld 48,7 jaar uit zal komen.

Het verzuimpercentage in 2015 is de laatste stabiel en vergelijkbaar met het gemiddelde percentage van vergelijkbare gemeenten. De percentages per afdeling verschillen nog steeds sterk met een variatie van 2,8% als laagste score tot een ziekteverzuim van 8,7%.

De uitvoering van de per locatie uitgevoerde Risico-inventarisaties en evaluaties (RIE) naar de arbeidsomstandigheden in de diverse locaties hebben vertraging opgelopen. De RIE-rapporten zijn omgezet in plannen van aanpak, gericht op het bevorderen van gezond en veilig werken, de uitvoering daarvan moet nog opgepakt worden.

Informatieveiligheid

De ambitie van de Drechtsteden is om de komende jaren de informatieveiligheid te verhogen en de totale informatiebeveiligingsfunctie binnen alle lokale organisaties verder te professionaliseren. Informatiebeveiliging wordt binnen de Drechtsteden gezamenlijk en integraal, op basis van risicomanagement, gericht opgepakt zodat een eenduidig geheel (raamwerk) aan beheersingsmaatregelen ontstaat dat de gehele keten versterkt. Vanuit de CIO wordt de iBewustzijnscampagne begeleid door begin 2015 de digitale campagne vorm te geven. In april zijn de medewerkers die niet de eerste keer hebben meegedaan nogmaals verzocht om de vragenlijsten in te vullen. Extra aandacht is gericht aan bestuurders die hieraan vanuit hun verantwoordelijkheid ook invulling dienen te geven.

8. Interbestuurlijk toezicht

8. Interbestuurlijk toezicht

Onderstaand staat de informatie opgenomen die wij conform de aangegane overeenkomst (Model bestuursovereenkomst over het interbestuurlijk toezicht) met de provincie Zuid-Holland moeten opnemen in onze jaarverantwoording. Het verschaft invulling van wettelijke domeinen waarop de provincie een toezichthoudende taak vervult. De taken waarop het Rijk het toezicht moet houden maken uiteraard geen onderdeel uit van de overeenkomst en zijn hier niet opgenomen. De kwalificatie rood, oranje of groen zijn gewaardeerd conform de handreiking van de provincie. Daaraan valt af te lezen in hoeverre wij voldoen aan de gestelde criteria. Op basis van de gegeven kwalificatie en toelichting zal de provincie vervolgens bepalen hoe zij haar toezichthoudende rol verder invulling geeft.

Publicatiedatum: 15-04-2016

Inhoud