Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen wordt in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) beschreven als: “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken”. Het weerstandsvermogen bestaat uit een incidenteel en een structureel deel. Het incidentele deel is vermogen om onverwachte incidentele tegenvallers op te vangen zonder dat dit van invloed is op de huidige bedrijfsvoering. Het structurele deel is het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel op te vangen zonder beïnvloeding van de uitvoering van bestaande taken. De middelen hiertoe worden gevormd door (onbenutte) belastingcapaciteit, heroverwegingen c.q. bezuinigingen en geraamde onvoorziene uitgaven. 

Het directe weerstandsvermogen wordt berekend door gecalculeerde risico's in mindering te brengen op de vrij besteedbare middelen en/of reserves, het resultaat van de 1e concernrapportage. Het weerstandsvermogen op termijn wordt berekend door gecalculeerde risico's in mindering te brengen op de vrij besteedbare middelen en/of reserves en het begrotingsresultaat op termijn. Dit is allemaal gebaseerd op inschattingen. Het weerstandsvermogen geeft, het volgende beeld:

 

Structureel weerstandsvermogen

Het structureel weerstandsvermogen is bestemd voor tegenvallers als gevolg van autonome ontwikkelingen en calamiteiten waarvoor geen budget aanwezig is. Het is toegestaan om gedurende een aantal jaren een bestemmingsreserve in te zetten. Structurele tegenvallers dienen uiteindelijk structureel uit het begrotingsresultaat te worden gefinancierd. Het structureel weerstandsvermogen van de gemeente Papendrecht is:

Toelichting: 

1.     Budget onvoorziene uitgaven
Voor onvoorziene uitgaven is jaarlijks € 100.000 beschikbaar.

2.     Onbenutte belastingcapaciteit
Gemeenten mogen gezamenlijk de opbrengsten van de onroerende zaakbelasting (OZB) jaarlijks met maximaal 1,97% verhogen (landelijk gemiddelde). Deze zogeheten macronorm geldt voor de onroerende zaakbelasting en is een macro-plafond dat is ingesteld om te forse lokale lastenstijgingen te voorkomen. In de Programmabegroting 2017 van Papendrecht is de totale OZB-omvang aangepast met 1,2% inflatie. De onbenutte belastingcapaciteit (het gat tussen de 1,2% en 1,97%) bedraagt € 40.000 met structureel effect. Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB op termijn te bepalen is gebruik gemaakt van de berekeningswijze OZB-tarief van het rijk voor toelating tot artikel 12. Daarmee wordt de maximale verhoging berekend, voordat de artikel 12 status van toepassing kan worden. Op termijn is sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van € 1.000.000. Overige belastingen zijn 100% kostendekkend.

3.     Rente-effect aanwending van alle reserves
De gemeente Papendrecht heeft ultimo 2021 voor € 31,0 miljoen aan reserves. Het aanwenden van reserves heeft een ongunstig effect op het renteresultaat. Bij aanwending neemt de financieringsbehoefte toe en stijgen de rentelasten, dit kan leiden tot een nadeel van € 0,6 miljoen.

Incidenteel weerstandsvermogen 

De stand van de reserves na resultaatbestemming bedraagt per 1-1-2017 circa € 24,5 miljoen. Hiervan is € 19,5 miljoen vrij besteedbaar. Dit betreft de algemene risico reserve, de vrije reserve en specifieke risico reserves. Het risico wordt gecalculeerd op € 14,5 miljoen. Het incidenteel weerstandsvermogen komt uit op € 6,4 miljoen (voor de berekening zie tabel).

Toelichting van de risico's

Risico’s grondexploitatie
De risico’s van de grondexploitaties zijn bij de jaarrekening 2015 geactualiseerd, hetgeen op dat moment tot een bijstelling heeft geleid. Gelet op de onzekere economische ontwikkelingen wordt als maatregel voor de beheersing van het risico op de grondexploitaties een reserve aangehouden ter grootte van het financiële risico.

Risico's Noordoevers transformatie zone
De Risicoreserve Noordoevers wordt in lijn met besluitvorming aangehouden op het maximum risico. Hiermee zijn de risico’s bij de grondexploitatie afgedekt. 

Risico's erfpachtgronden
De fabriekslocatie van fokker aan de industrieweg wordt door de gemeente in erfpacht uitgegeven. Om het risico op waardedaling op te vangen wordt een deel van de erfpachtcanon gereserveerd.

Risico's deelnemingen
De gemeente loopt bij de deelneming Fabriek Slobbengors CV een financieringsrisico. Het risico-aandeel in de rentevergoeding wordt ter afdekking van dit risico gestort in de risicoreserve deelnemingen.

Risico's frictie personeel
Dit betreft het risico op deze frictiekosten bij (re)organisaties als gevolg van lokale en regionale ontwikkelingen. De gemeente is aangaande ww-verplichtingen eigen risicodrager. Daarnaast brengt de begeleiding van medewerkers van werk naar werk ook kosten met zich mee.

Risico's verbonden partijen sociaal domein
Dit betreft het risico dat de gemeente loopt op alle publieke verbonden partijen die gelieerd zijn aan het sociaal domein. Dit betreft de SDD, de Soj, DG&J en Drechtwerk. Verbonden partijen hebben, omdat de gemeenten dienen als achtervang, zelf beperkt weerstandvermogen. Gemeenten zullen voor het overige deel in het lokale weerstandsvermogen middelen moeten reserveren. Voor bepaling van het gemeentelijke risico is uitgegaan van de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing uit de begroting 2017 van deze verbonden partijen, deze risico's zijn vermeld in onderstaand overzicht. Hierbij is uitgegaan dat de risico's na twee jaar binnen de normale bedrijfsvoering van de verbonden partijen opgevangen kunnen worden. Voor de uitvoering van de decentralisaties is het uitgangspunt dat de desbetreffende taken worden uitgevoerd voor het geld dat er vanuit het Rijk voor beschikbaar is.

Risico’s overige verbonden partijen
Dit betreft het risico dat de gemeente loopt op alle publieke verbonden partijen die niet zijn gelieerd aan het sociaal domein. Doordat gemeenten dienen als achtervang hebben verbonden partijen zelf beperkt weerstandvermogen. Gemeenten zullen voor het overige deel in het lokale weerstandsvermogen middelen moeten reserveren. Voor bepaling van het gemeentelijke risico’s is uitgegaan van de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing uit de begroting 2017 van deze verbonden partijen. Deze risico's zijn vermeld in onderstaand overzicht. Hierbij is uitgegaan dat de risico's na twee jaar binnen de normale bedrijfsvoering van de verbonden partijen opgevangen kunnen worden.

Risico's Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten VPB-plichtig. Hierdoor moeten gemeenten over de winst van bedrijfsonderdelen die volgens de wet op de vennootschapsbelasting kwalificeren als onderneming belasting over de winst afdragen. In 2016 worden mogelijke financiële effecten geïnventariseerd.

Risico's afgegeven gemeentegaranties
De gemeente staat voor in totaal € 79,9 miljoen garant (peildatum 1-1-2017). Hiervan heeft € 61,7 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de zekerheidsstructuur van dat fonds is hieraan een relatief laag risico verbonden. Het bedrag aan directe borgstellingen (exclusief de borgstelling voor de gemeenschappelijke regelingen) bedraagt eind 2016 € 18,2 miljoen. Ook hier zijn voldoende zekerheden gesteld, waardoor het risico beperkt is.

Risico's overig
Dit betreft onder andere negatieve bijstelling van het gemeentefonds, schadeclaims, lagere rijksbijdrage decentralisaties sociaal domein, wijziging in (fiscale)wetgeving.

Beoordeling weerstandscapaciteit 

Voor de beoordeling van de weerstandscapaciteit gaat het om een beoordeling van de relatie tussen het beschikbare weerstandsvermogen en het, aan de risico's gerelateerde, benodigde weerstandsvermogen. Voor de hoogte en samenstelling van het weerstandsvermogen zijn geen landelijke normen en richtlijnen vastgesteld. De normen voor het weerstandsvermogen worden door de raad vastgesteld. Een gangbare norm is het hanteren van een beoogde weerstandsratio (= weerstandsvermogen gedeeld door risico’s) van tussen de 1 en 1,5. Met een weerstandsratio van 2 of hoger is het weerstandsvermogen goed tot uitstekend te noemen. Uitgangspunt is om voor risico's, waarvoor geen specifieke reserve is gevormd uit te gaan van een ratio van 1,5 met een ondergrens van 1,0. Voor risico's waar wel een specifieke reserve voor is gevormd is een ratio van 1,0 voldoende. De gemeentelijke weerstandsratio voor algemene risico's bedraagt 2,4. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

Gewenste omvang Algemene risico reserve
De algemene risico reserve moet uitsluitend gezien worden als weerstandsvermogen. Uitgaande van de ratio van 1,5 en een algemeen risico van € 4,7 miljoen komt de gewenste omvang van de algemene reserve uit op € 7,1 miljoen. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

De stand van de Algemene risico reserve bedraagt per 1-1-2017 € 7,4 miljoen en is toereikend om de risico's af te dekken. Er is een surplus (€ 300.000), welke nog niet wordt toegevoegd aan de vrije reserve omdat er sprake is van begrote bedragen. Een eventuele toevoeging zal plaatsvinden bij de jaarrekening.

Conclusies 

  • Voor concrete risico’s zijn specifieke reserves benoemd en is de omvang inzichtelijk.
  • Het incidentele weerstandsvermogen is om eenmalige tegenvallers te financieren. Met een omvang van € 20,9 miljoen per 1-1-2017 en in samenhang met de huidige risico’s van € 14,5 miljoen is het weerstandsvermogen toereikend. Daarbij moet worden aangetekend dat nog niet alle risico’s kwantificeerbaar zijn.
  • Voor algemene risico's bedraagt de weerstandsratio 2,4.

Financiële kengetallen en bevindingen

In lijn met de wijziging van het BBV zijn in deze paragraaf relevante financiële kengetallen opgenomen. Deze kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad. De financiële kengetallen worden vanaf de Begroting 2017 meerjarig gepresenteerd en zijn gebaseerd op prognoses.

Netto schuldquote
De netto schuldquote en de solvabiliteitsratio geven een goed inzicht in de schuldpositie van de gemeente. Met de netto schuldquote worden de totale schulden afgezet tegen het totaal aan baten van de gemeente. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de gemeentelijke jaaromzet (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio laat zien welk deel van het bezit van de gemeente wordt bekostigd met eigen vermogen. Hierbij geldt hoe hoger het percentage hoe beter het is. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat gemiddeld de solvabiliteitsratio zich begeeft tussen de 30% en 70%. Bij een solvabiliteitsratio tussen 20% en 30% springt het stoplicht op oranje en bij een percentage van <20% heeft een gemeente zijn bezit zwaar belast met schuld.

Aandeel grondexploitatie
Met het aandeel grondexploitaties wordt aangeven hoe de boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale baten van de gemeente. Hoe lager het percentage hoe beter. In onderstaande grafiek is het verloop van deze kengetallen weergegeven.

Naast bovenstaande kengetallen wordt ook inzicht gegeven in de structurele exploitatieruimte (- = tekort) en de belastingcapaciteit. Vanaf 2017 wordt de structurele exploitatieruimte uitgedrukt in percentages (negatief % = tekort). De structurele ruimte laat zien welk deel van het begrotingsresultaat reëel is (zie ook Hoofdstuk 7 Financiële begroting). De belastingcapaciteit laat zien hoe de woonlasten zich verhouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Bevindingen

  • Zoals bij de jaarrekening al aangegeven neemt de netto schuld de komende jaren toe. Ingeschat wordt dat in 2020 de netto schuld quote 99% bedraagt. Dit wordt als voldoende beschouwd.
  • De solvabiliteitsratio laat een stijgende lijn zien ten opzichte van de jaarrekening 2015. Dit wordt veroorzaakt doordat diverse voorzieningen (= vreemd vermogen) zijn vrijgevallen en door de toename van de reserves. Ingeschat wordt dat de solvabiliteitsratio in 2019 31% bedraagt. Daarbij begeeft de ratio zich in het gemiddelde niveau (tussen 30% - 70%).
  • De gemeente heeft relatief veel gefinancierd met vreemd vermogen. Dit is te verklaren gezien het hoge voorzieningenniveau binnen Papendrecht en de recente investeringen hierin. Verder heeft de gemeente veel economische activiteiten (parkeren, sportcentrum en theater) in eigen beheer. Het financieren hiervan met vreemd vermogen is niet ongebruikelijk.
  • Het aandeel van de grondexploitatie neemt de komende jaren af. Met het beëindigen van de projecten zal dit op termijn verder dalen.
  • De structurele ruimte laat een overschot zien.
  • De belastingcapaciteit is gedaald, wat veroorzaakt wordt door de daling van het tarief voor rioolheffing.

 

2. Onderhoud kapitaalgoederen

2. Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt aangegeven wat we gaan doen met gemeentelijke kapitaalgoederen in 2017. De gemeente heeft op haar grondgebied kapitaalgoederen in de vorm van wegen, civiele constructies, riolering, openbare verlichting, water, groen, speelruimten en gebouwen. Het onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen is zoveel mogelijk vastgelegd in het Uitvoeringsplan IBOR, de individuele beleidsplannen en/of meerjaren onderhoudsplannen.

In 2016 is de BBV herzien, waarmee wordt beoogd dat het proces (de begroting en jaarstukken) beter inzichtelijk wordt voor de Raad. Vanuit de herziene BBV is het verplicht om vervangingswerken met maatschappelijk nut te activeren. Dit betekend dat de infrastructurele werken (reconstructies, asfaltwegen, civiele kunstwerken) niet meer met een voorziening gefinancierd mogen worden. De bekostiging van de werken vindt vanaf 2017 verplicht met investeringskredieten plaats.

Kerncijfers Papendrecht & Beheervisie

Verharding 1.830.000 m2 76% elementen, 21% asfalt en 3% overige verharding
Groen 2.035.000 m2 Incl. begraafplaats, sportvelden, derden, Waterschap
Water 528.000 m2 Incl. beheer derden en Waterschap

Het beheerareaal omvat verder:

Riolering (vrijverval riolering) 154 km
Gemalen 83  stuks
Bomen (incl. derden en Waterschap) 14.400 stuks
Oevers en beschoeiing 74 km
Lichtmasten 6250 stuks
Speeltoestellen (incl. scholen) 673 stuks
Bruggen 194 stuks
Walmuren en damwanden 2250 m1
Waterbuspontons 3 stuks
Geluidsscherm 3850 m1
Verkeersregelinstallaties  stuks
Gebouwen  35  stuks

Beheervisie 
De openbare ruimte wordt door middel van integraal beheer en onderhoud in stand gehouden. Belangrijk hierbij is dat klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Dit proces is, aan de hand van de levenscyclus van de weg, onderstaand in beeld gebracht.


Figuur 1: Onderhoudscyclus

Beheer wordt kort gedefinieerd als alle maatregelen waarmee de openbare ruimte in stand wordt gehouden. Naast het uitvoeren van fysieke onderhoudsmaatregelen, betekent dit sturing geven (beleidsontwikkeling, optimaliseren van de bedrijfsvoering, etc.). Bij het fysieke onderhoud onderscheiden we verzorging (van de openbare ruimte) en het technisch onderhoud van de objecten. Onder verzorging verstaan we: de bestrijding van onkruid, het verwijderen van zwerfvuil, graffiti, e.d. Onder technische staat verstaan we: de duurzame instandhouding van de objecten, door middel van vaktechnische maatregelen. Belangrijk hierbij is dat zowel het klein onderhoud als het planmatig groot onderhoud en tijdige vervanging bijdragen aan een voldoende technische staat.

De beheervisie van gemeente Papendrecht is vastgelegd in de begroting 2014 en het Uitvoeringsplan IBOR 2015 -2020 en is als volgt.

Beheer is gericht op instandhouding van een goed functionerende openbare ruimte.
De openbare ruimte heeft vele functies: het is dé ontmoetingsplek van de samenleving, het is de plek voor vele economische en maatschappelijke activiteiten, voor transport en vervoer en voor ontspanning, de plek waar kinderen spelen en opgroeien, bewoners en bezoekers genieten van groen, water en buitenlucht. Door middel van beheer en onderhoud streven we ernaar de functies van de openbare ruimte blijvend te garanderen. Hiertoe plegen we onderhoud aan wegen, groen, lichtmasten, enz. en vervangen we ze aan het einde van de levensduur. Als de functie van objecten in de openbare ruimte vervalt, of als maatschappelijke ontwikkelingen er aanleiding toe geven, wordt rekening gehouden met functieverandering. Zo vervult een speelplek in een woonwijk met jonge kinderen een belangrijke functie, met het ouder worden van de buurt kan de behoefte aan een andere invulling van deze locatie ontstaan.

Papendrecht is en blijft een groene gemeente.
Het groene karakter zorgt voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, dat bewegen, ontspannen en recreëren mogelijk maakt. Het Groenbeleidsplan 2015-2024 heeft als doel, dat behoud van bestaand groen, behoud en versterking van ecologische waarden, vergroting van de samenhang tussen groene en blauwe structuren en de vergroting van de bruikbaarheid van groen en blauw.

Beheer is gericht op duurzaamheid en op participatie.
In algemene zin speelt duurzaamheid een grote rol in de beheervisie voor Papendrecht. Duurzaam in de zin van goed voor mens, milieu en economie (de drie P's: People, Planet, Profit).
Voor de openbare ruimte is niet alleen de gemeente verantwoordelijk. Bewoners, bedrijven en andere overheden hebben hun eigen rol, niet alleen als gebruikers, maar ook in beheer.

Het motto van het collegeprogramma geeft dit weer: "Duurzaam samen - Samen doen". Hierbij kan men denken aan:
-        Samen optrekken met bedrijven en burgers.
-        Nauwere samenwerking met andere instanties zoals Waterschap en Rijkswaterstaat. (Samen met het Waterschap wordt al intensief samengewerkt bij het onderhoud van waterkeringen in Papendrecht, deze samenwerking is vastgelegd in een overeenkomst).
-        Streven naar minimalisering van gebruik en uitstoot van milieubelastende stoffen.
-        Versobering van het beheer waar mogelijk, maar met behoud van huidige kwaliteit.

Beleidskaders

Algemeen

Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.
Het Uitvoeringsplan IBOR 2015-2020 gaat over het beheer en de kwaliteit van de openbare ruimte en de hierbij horende inzet van financiële middelen. Het geeft een evenwichtige inzet van de diverse budgetten en een beperkte groei van de kosten de komende planperiode (tot 2020) weer. Het uitvoeringsplan IBOR vormt het kader voor de integrale aanpak van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Papendrecht. Het uitvoeringsplan biedt het kader voor integraal beheer en samenwerking en leidt tot samenhangende planvorming, logische en efficiënte uitvoering en een financieel beheersbaar geheel. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte wordt op peil gehouden door bijvoorbeeld differentiatie en omvormen van groen. Het uitvoeringsplan IBOR is een soort “paraplu” die over de vakgebieden riolering / water, wegen, openbaar groen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, baggeren vijvers & watergangen, baggeren havens en speelruimte is “uitgevouwen”.

Riolering

Beleidskader

  • Gemeentelijk Rioleringsplan Papendrecht (GRP) 2014-2018.
  • Stedelijk Waterplan 2007-2016.
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.
  • Maatschappelijk nut investeringen Reconstructies 2017-2021.

De Wet milieubeheer bepaalt dat gemeenten verplicht zijn een geldig verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. Dit geldt voor zowel de riolering als voor rioolgemalen. Een verbreed vGRP wil hierbij zeggen dat de gemeente naast een zorgplicht voor afvalwater ook de zorgplicht heeft voor hemelwater en grondwater. 

Deze drie zorgplichten worden als volgt omschreven:

  • Inzamelingsplicht van het binnen het gemeentelijke gebied geproduceerde afvalwater en het transporteren van afvalwater naar een geschikt lozingspunt (rioolwaterzuiveringsinstallatie).
  • Het doelmatig inzamelen van het afvloeiend hemelwater.
  • Het doel is om te verhinderen dat grondwater geen structurele nadelige gevolgen heeft voor de bestemming van de grond. Van overlast is sprake als de grondwaterstand een negatief effect heeft op de volksgezondheid of wanneer blijvende schade ontstaat aan het gebouw. Om dit inzichtelijk te brengen dient de grondwaterstand bekend te zijn.

Naast de zorgplicht zijn de kosten van de activiteiten en de gevolgen voor de rioolheffing op korte en lange termijn in beeld gebracht. Het vGRP is in 2014 vastgesteld.

Papendrecht heeft te maken met zettingsgevoelige veenlagen, waardoor de riolering eerder wordt vervangen dan gemiddeld in Nederland. Het rioolstelsel verzakt onregelmatig, wat verlies aan berging tot gevolg heeft. De berging in het riool dient toereikend te zijn, om voldoende regenwater in de bebouwde komen af te voeren en te bergen.

Gezien de samenhang met de andere vakgebieden wordt gestreefd naar integrale vervanging. Op basis van het vGRP is een vervangingsplan opgesteld welke als basis dient voor de verdere uitwerking van de overige beleid- en beheerplannen in de openbare ruimte.

De klimaatverandering heeft volgens de verwachtingen grote gevolgen voor het leefmilieu op de korte en langere termijn. Een belangrijk gevolg waarmee gemeenten op korte termijn te maken kunnen krijgen is het optreden van extreme neerslag, waarbij in relatief korte tijd veel neerslag valt. Veel rioolstelsels en andere afwateringssystemen zijn niet berekend op deze extremen waardoor er wateroverlast kan ontstaan. Vanwege de klimaatveranderingen en bijbehorende wateroverlast zijn waterbergende maatregelen onderzocht, voor het realiseren van klimaatadaptieve maatregelen bij integrale vervangingsprojecten. Een eerste toepassing vindt in 2017 plaats in de Vincent van Goghlaan en omgeving. 

Het beschreven beleid in het Stedelijk Waterplan blijft van toepassing. Samen met het Waterschap wordt aanvullend een Streefbeeldenplan voor de watergangen opgesteld om de kwaliteit van deze watergangen verder te verbeteren.

Samenwerking in de waterketen
Landelijk hebben diverse partijen besloten de onderlinge samenwerking in de waterketen te versterken met als doel "het stimuleren van een meer doelmatige, transparante waterketen". Het waterschap Rivierenland heeft, samen met 9 gemeenten in de polder Alblasserwaard- Vijfheerenlanden waaronder de twee Drechtsteden gemeenten Papendrecht en Sliedrecht, de samenwerkingsovereenkomst “Samenwerken in de waterketen” ondertekend. Gemeenten stemmen met elkaar af om te onderzoeken waar kostenbesparing binnen de riolering mogelijk is. Vooral op het gebied van “samenwerking zoeken” op beleid- / beheersmatige aspecten zijn voordelen te halen. Bijvoorbeeld een gezamenlijk meldingssysteem voor rioolgemalen. Op het product zelf is de vraag of er winst valt te boeken, vanwege de samenhang met andere gemeentelijke vakgebieden wegen en groenvoorziening.

In 2013 is de samenwerkingsovereenkomst “Gemeenschappelijke Afvalwaterketen Alblasserwaard Vijfheerenlanden” ondertekend. Een belangrijk uitgangspunt voor Papendrecht is, dat deze samenwerking bestaat uit een netwerkorganisatie. De kern van de werkwijze is een jaarprogramma voor samenwerkingsactiviteiten en -projecten. Het jaarprogramma wordt ter instemming aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het Waterschap.

Wegen

Beleidskader

  • Wegenplan 2013-2017.
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.
  • BBV Investeringen Asfaltwegen 2017-2021.

De principes van Duurzaam Veilig zijn de Leidraad bij het inrichten van wegen. De technische kwaliteit van de wegen wordt gebaseerd op de landelijke erkende CROW - systematiek met betrekking tot het wegbeheer.

In het Wegenplan 2013-2017 wordt beschreven hoe het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke wegen in de gemeente Papendrecht wordt aangepakt. Het laat zien hoe het wegbeheer de komende jaren bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelen en ambities van de gemeente Papendrecht. Voor het onderhoud aan de wegen vindt hierin maximale afstemming plaats met het Gemeentelijk Rioleringsplan en het Groenplan 2013-2017.

De asfaltwegen hebben in het bijzonder de komende periode de aandacht. Met name oudere asfaltwegen naderen het einde van hun levensduur en de geluidsreducerende asfaltdeklagen zijn kwetsbaar voor weersomstandigheden zoals vorst. De asfaltwegen, en daaruit voortkomende werkzaamheden, zijn opgenomen binnen het Uitvoeringplan IBOR 2015-2020. 

In 2016 is gewerkt aan het Civiel Technisch Beheerplan 2016-2020. Dit beheerplan volgt uit de kaders vanuit het Uitvoeringsplan IBOR. Het Civiel Technisch Beheerplan betreft naast de wegen, ook de onderdelen civiele kunstwerken, openbare verlichting, baggeren havens, de VRI's en het straatmeubilair. Hierdoor wordt integraliteit bereikt tussen de verschillende onderdelen (zoals de aansturing in de uitvoering). Bij vaststelling van het Civiel Technisch Beheerplan vervalt het Wegenplan 2013-2017.

Groen

Beleidskader

  • Groenbeleidsplan 2015-2024.
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.
  • Groenplan 2013-2017.

Het Groenbeleidsplan 2015- 2024 vormt samen met de visie uit het Groenblauwe netwerk het kompas voor het beheer, onderhoud en de investeringen in het groen en blauw binnen de gemeente Papendrecht. Het Groenbeleidsplan borgt de kwaliteiten van het groen in de hoofdstructuren en voegt structuren op wijkniveau hieraan toe. Dit geeft richting aan de toekomstige ontwikkelingen op deze structuur. Hiermee borgt en bevordert het Groenbeleidsplan het groene karakter en de groene beleving van Papendrecht. Tevens vormt het Groenbeleidsplan een noodzakelijke schakel tussen de meer abstracte beleidskaders en de op uitvoering en beheer gerichte plannen. Speerpunten uit het Groenbeleidsplan zijn: participatie, stadslandbouw en ecologie.

Het Groenplan 2013-2017 is maatgevend voor het dagelijkse reguliere onderhoud, groot onderhoud en vervanging van groen. De uitwerking hiervan loopt in hoofdlijnen samen met het vervangingsplan riolering (Gemeentelijk Rioleringsplan Papendrecht), het Groenbeleidsplan en het Uitvoeringsplan IBOR. Naast de grootschalige vervangingswerkzaamheden worden jaarlijks op basis van urgentie een aantal groenvakken vanwege noodzakelijk onderhoud vervangen of omgevormd. De opvolger van het Groenplan wordt het Groenbeheerplan. Dit plan is momenteel in voorbereiding.

Voor het groen is in het Uitvoeringsplan IBOR 2015-2020 gekozen voor kostenbesparende maatregelen, waardoor minder budget benodigd is. In het groen is gekozen voor meer differentiatie, zoals het omvormen van groen (in minder onderhoudsintensief groen) of het kiezen voor meer natuurlijk groen (waar het kan en meer gecultiveerd groen waar de situatie erom vraagt). Hierdoor blijft dit kwaliteitsaspect op niveau.

Veerdam
In de periode 2017-2018 wordt (afhankelijk van de fysieke gesteldheid van de bomen) uitvoering voorgesteld aan het verjongingsplan van de bomen aan de Veerdam (grondverbetering nieuwe standplaatsen inclusief beperkte sanering, herstraten van de rijbaan en parkeerplaatsen, vervanging verharding trottoir en vervanging bomen).

Openbare verlichting

Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.

De openbare verlichting vervult een belangrijke functie op het gebied van sociale veiligheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. De kwaliteit van de openbare verlichting moet dus op orde zijn. Bij vervanging en nieuwbouwprojecten wordt, daar waar mogelijk en effectief, LED- verlichting binnen de landelijke richtlijnen aangebracht. De Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL-2011) is hierin het richtsnoer. 

Samenwerking bij openbare verlichting
De gemeente Papendrecht heeft samen met negen andere gemeenten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden een Gemeenschappelijke Regeling (met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur ingericht voor het dagelijks beheer, databeheer en directievoering / toezicht op het onderhoudsbestek voor de openbare verlichting. Werkzaamheden uit het onderhoudsbestek wordt door één gespecialiseerde aannemer het onderhoud aan de gezamenlijke openbare verlichting uitgevoerd. Het groot onderhoud, vervanging en beheer binnen de gemeente wordt door Papendrecht aangestuurd en begeleid.

Civiele constructies

Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.

Civiele kunstwerken, zoals bruggen, vis- en loopsteigers, tunnels, viaducten, geluidsschermen en damwanden, zijn belangrijke elementen binnen de openbare ruimte. Het zijn onvermijdelijke verbindingen in de hoofd- en verkeersstructuren in de wijken, verbindingen in grote waterstructuren, afschermende constructies, recreatieve elementen in de wijken. Om de functionaliteit in stand te houden en de veiligheid te waarborgen, worden deze civiele kunstwerken goed beheerd, onderhouden en tijdig vervangen. Na de besluitvorming van het Uitvoeringsplan IBOR zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor groot onderhoud en vervanging van civiele constructies, om de functie en kwaliteit in stand te houden.

Speelruimten

Beleidskader

  • Uitvoeringsprogramma speelruimtebeleid Papendrecht 2011-2016.

In de nota zijn de jaarlijkse beheer- en onderhoudswerkzaamheden aan de speelvoorzieningen geïnventariseerd en begroot. Er zijn mogelijk minder speelplaatsen benodigd, waardoor minder kosten gemaakt worden. In de nota is aangegeven dat de uitvoering plaatsvindt in zes jaarschijven.

Een passend beleid voor speelplaatsen is nodig, waarbij speeltoestellen die niet effectief zijn worden verwijderd. Daarnaast wordt de kwaliteit van bestaande speellocaties voor de wijk in samenspraak met de wijkpartners opnieuw beoordeeld en wordt waar mogelijk meer geclusterd. Uitgangspunt is een goede kwaliteit van speeltoestellen. Vooralsnog bestaat de wens om in 2017 het huidige speelruimtebeleid te evalueren, met als inzet het behoud van een goede kwaliteit van speelvoorzieningen.

Baggeren

Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2015-2020.
  • Beheer- en Onderhoudsplan vijvers en watergangen 2015-2026.
  • Voorziening baggeren vijvers en watergangen 2017-2026.
  • Voorziening baggeren havens 2017-2026.

Het is van belang dat watergangen niet te veel en niet te weinig water bevatten. Om wateroverlast te voorkomen is het noodzakelijk voldoende ruimte te hebben om regenwater op te vangen en langzaam af te voeren. Door te baggeren worden de watergangen op diepte gehouden. Het beheer- en onderhoudsplan vijvers en watergangen 2015-2026 (baggeren) geeft inzicht in de huidige situatie van de waterbodems en de beschoeiingen en de aanpak voor de toekomst. De resultaten uit het beheerplan zijn opgenomen in het uitvoeringsplan IBOR.

Gemeente Papendrecht heeft gezamenlijk met waterschap Rivierenland een Stedelijk Waterplan (SWP) vastgesteld. In 2016 is het bestaande SWP verder uitgewerkt en aangevuld met de notitie streefbeelden. Het doel is het bevorderen van de flora & fauna in en rond de watergangen in de gemeente en het verbeteren van waterkwaliteit. Vaststelling vindt naar verwachting in 2016 plaats.

Parkeergarages

Beleidskader

  • Voorzieningen Parkeergarages

In het Centrumgebied van Papendrecht vindt een regulering van het parkeren plaats om de leefbaarheid in het Centrum te ondersteunen. Papendrecht exploiteert voor het kort parkeren twee parkeergarages (De Meent en Overtoom). In de nota ‘Hoofdlijnen Parkeerbeleid Centrum 2013’ is het gemeentelijke beleid beschreven. Voor de parkeergarages zijn de tarieven en de kaders voor beheer en exploitatie vastgelegd. De notitie Parkeerbeleid is in 2016 opgesteld en is een aanvulling op dit beleid, waarmee beoogd wordt het gebruik van de parkeergarage te bevorderen.

Voor het beheer en onderhoud is een meerjarenplanning opgesteld en een voorziening ingericht om de financiële schommelingen te vereffenen. De dagelijkse exploitatie vindt zijn financiering in de begroting. Voor vervangingsinvesteringen worden afzonderlijke kredieten aangevraagd.

Gebouwen

Binnen de gemeente Papendrecht zijn 35 panden beschikbaar voor maatschappelijke doeleinden en sportactiviteiten. Ook worden vijf woningen - die in eigendom van onze gemeente zijn - verhuurd. Per pand en woning wordt jaarlijks een exploitatiebegroting bijgesteld als onderdeel van de gemeentelijke begroting. Een van de uitgangspunten van het gebouwenbeheer is om minimaal kostendekkend te verhuren. Bij het opstellen van de jaarrekening vindt een analyse van het jaarresultaat van de panden en woningen plaats.

Daarnaast wordt voor alle panden jaarlijks een geactualiseerde 10-jarige onderhoudsplanning (MOP) opgesteld. De kosten van onderhoud worden vanaf 2017 niet meer bekostigd vanuit de voorziening, maar zijn in de gemeentebegroting opgenomen. Ter voorkoming van grote schommelingen worden pieken ten opzichte van het gemiddeld onderhoud via de reserve geëgaliseerd. Voor vervangingsinvesteringen worden afzonderlijke kredieten aangevraagd.

Regionale samenwerking

In de regio Drechtsteden vindt door Papendrecht samenwerking en kennisuitwisseling plaats. Voor de openbare ruimte gaat het hierbij op zowel uitvoeringniveau (o.a. samenwerking met uitvoeringbestekken) tot op beheersmatig niveau, zoals de implementatie van een gezamenlijk beheersysteem. Op operationeel/ inhoudelijk niveau wordt samengewerkt op vakinhoud door gezamenlijk uitvoeringsbestekken voor te bereiden, en gezamenlijk aan te besteden en uit te laten voeren. Voorbeelden hiervan zijn het bestek asfaltonderhoud, weginspecties, grasmaaien, boomonderhoud, leveren bomen en beplanting, gezamenlijk onderzoek, beheersysteem en samenwerking met betrekking tot de flora & fauna. 

Ook in de regio Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden wordt intensief samengewerkt. Zowel op het gebied van riolering en zuivering (GAAV, een samenwerking van negen gemeenten en het Waterschap) als op het gebied van openbare verlichting (BOVL, een samenwerking van tien gemeenten).

In het jaarplan 2016-2017 zijn de volgende onderwerpen opgenomen waarop de samenwerking in de regio GAAV wordt uitgewerkt.

  • Afstemming en rapportage financiële uitgangspunten: Rapportage over de samenwerking en financiële resultaten in de BAW Regionale Monitor (BAW = Bestuurs Akkoord Water).
  • Beheer en onderhoud gemalen: De GAAV-gemeenten zijn overgegaan op een gezamenlijke hoofdpost bij de gemeente Zederik voor het signaleren van storingen bij pompen en gemalen. In 2016/2017 wordt verder invulling gegeven voor wat betreft het beheer.
  • Harmoniseren beleid en beheer.
  • Inventariseren en afstemmen onderhoudscontracten.
  • Meten, Monitoren, Onderzoek en Gegevensbeheer.

Voor 2017 zijn nieuwe onderwerpen in het samenwerkingsverband toegevoegd:

  • Rioolincidentenplan: Wordt gestandaardiseerd door projectgroep in de GAAV.
  • Hemelwater aansluitverordening: een gemeente kan hiermee bewoners verplichten om hun regenwater af te koppelen van de gemengde riolering en aan te sluiten op oppervlaktewater of aan te sluiten op een regenwaterriool.
  • Afvalwaterakkoord (AWA).
  • Assetmanagement / risico gestuurd rioolbeheer.
  • Communicatie: Gedacht wordt aan een projectgroep communicatie voor het opstellen van Nieuwsbrieven, organiseren van thema-meetings en ook landelijke initiatieven zoals "week van ons water".
  • Samenwerkingsmogelijkheden met OASEN.

Openbare verlichting
De gemeenten in de Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden werken samen op het gebied van openbare verlichting. Het Bureau Openbare Verlichting (BOVL) verzorgt het gezamenlijke beheersysteem voor de gemeenten, begeleid de aannemer in het onderhoud.

Activiteiten in 2017

Projecten / groot onderhoud Uit
Lijsterbeshof: Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit.

Maatschappelijk nut Investering (reconstructies)

416.000
Jan Steenlaan e.o. (financiële 2e deel): Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen tussen Jan Steenlaan en Vincent van Goghlaan. Daarnaast uitwerking ontwerp Groen Blauwe netwerk in Ary Scheffersingel.

Maatschappelijk nut Investering (reconstructies)

1.800.000

P.J. Troelstrastraat, Wiardi Beckmanstraat: Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit en leeftijd (financiële 2e deel in 2018).

Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 334.000
Platanenlaan Maatschappelijk nut Investering (asfaltwegen) 555.000
Andoornlaan Maatschappelijk nut Investering (asfaltwegen) 75.000

Groot onderhoud elementenverharding conform weginspectie 2016. Klein groot onderhoud Groen. Daarnaast enkele functionele aanpassingen en wegen/verkeerprojecten

Begroting 2017

370.000
Baggeren vijvers en watergangen delen van wijk 4 (oost) en 13 Voorziening baggeren vijvers en watergangen 150.000
Baggeren ingang Kooihaven/Ketelhaven Voorziening baggeren Havens 225.000 
Baggeren Schaarhaven Voorziening baggeren Havens 250.000
Programma vervanging civiele kunstwerken 2017 (6 bruggen) Maatschappelijk nut Investering (civiele kunstwerken) 172.000
Gedeelte vervanging/groot onderhoud bruggen op basis van inspectie Maatschappelijk nut Investering (civiele kunstwerken) 37.500

Verjongingsplan kastanjebomen Veerdam

1e fase investering vervanging bomen 350.000
Planmatige vervanging openbare verlichting in o.a. Noordhoek, Burgemeester Keijzerweg (tussen Noordhoek-Alblasserdam). Vervanging armaturen/lampen in LED verlichting

Begroting 2017

71.000

Activiteiten 2018

Om uitvoering in 2018 mogelijk te maken, wordt de werkvoorbereiding van de onderstaande projecten in 2017 opgestart.

Projecten / groot onderhoud Uit

Relinen riolering  

Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 80.000
P.J. Troelstrastraat, Wiardi Beckmanstraat: Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit en leeftijd (financiële 2e deel in 2018). Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 846.000
Schoorweg, Henri Dunantsingel: Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit en leeftijd (financiële 2e deel in 2018). Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 500.000
Pontonniersweg (combi met asfalt/riolering): Vervanging asfaltconstructie, omvormen deel asfalt i.v.m. overgang naar Eilandstraat, vervanging riolering op basis van kwaliteit.

Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) & asfaltwegen

710.000
Wipmolen e.o.: Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit. Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 120.000
Willem Kloosstraat e.o. (financiële 2e deel in 2019): Algehele vervanging van de riolering, verharding en groen op basis van kwaliteit en leeftijd Maatschappelijk nut Investering (reconstructies) 679.000

Jan Steenlaan; Vervanging asfaltdeklaag

Maatschappelijk nut Investering (asfaltwegen) 130.000
B.K weg rotonde-Ketelweg: Vervanging asfaltdeklaag Maatschappelijk nut Investering (asfaltwegen) 195.000
Groot onderhoud elementenverharding conform weginspectie 2017. Klein groot onderhoud Groen. Daarnaast enkele functionele aanpassingen en wegen/verkeerprojecten Begroting 2018 370.000 
Baggeren vijvers en watergangen delen van wijk 10 (noord) Voorziening baggeren vijvers en watergangen 150.000 
Programma vervanging civiele kunstwerken 2018 (12 bruggen) Maatschappelijk nut Investering (civiele kunstwerken) 326.000 

Verjongingsplan kastanjebomen Veerdam

2e fase investering vervanging bomen  350.000
Planmatige vervanging openbare verlichting in o.a. Wipmolen, Veerdam, Westeind. Vervanging armaturen/lampen in LED verlichting Begroting 2018 71.000 

3. Financiering

3. Financiering

De financieringsfunctie van de gemeente Papendrecht dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Algemeen
Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (vnl. Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Papendrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Binnen de financiële functie van de gemeente is het van belang om onderscheid te maken tussen treasury- en de controlfunctie. Treasury zorgt voor de beschikbaarheid van geldmiddelen; de controlfunctie is belast met het toezicht en de bewaking van de aanwending ervan. Vanuit deze rollen is de focus bij treasury gericht op feitelijke in- en uitgaande kasstromen, terwijl de controlfunctie veelal redeneert in termen van baten en lasten. In deze paragraaf staan voornamelijk de feitelijke kas- en financieringsstromen centraal.

Rente ontwikkelingen
De rente op de geld- en kapitaalmarkten geven nog steeds historisch lage niveaus aan.

Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Vanaf 2015 is de rente van 1-maandskasgeldleningen onder de 0% uitgekomen. Mede als gevolg van aanvullende ECB-maatregelen in maart 2016, voorzien marktpartijen ook voor 2017 geen oplopende geldmarkttarieven. De 3-maands Euribor zal naar verwachting rond de niveaus van mei 2016 blijven schommelen (-0,30%).
De in het najaar 2015 ingezette daling van de kapitaalmarktrente heeft zich in de eerste halfjaar 2016 verder voortgezet. Ten tijde van het opstellen van deze financieringsparagraaf (juni 2016) is wel zichtbaar dat de daling in de de rentecurve van 10-jarige rente op staatsleningen enigszins afvlakt. De marktverwachting is dat de kapitaalmarktrente in 2017 licht zal stijgen. Substantiële rentestijgingen worden niet verwacht, vooral omdat de inflatieverwachting (fors) achterblijft bij de ECB-doelstellingen. Vanuit Treasury vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en wordt waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld. 

In onderstaande tabel wordt de renteverwachting van een aantal grootbanken weergegeven.

Renteverwachting komend jaar (rentevisie)


Bij het verstrekken van langjarige financiering berekenen banken liquiditeitsopslagen bovenop de in de tabel genoemde IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag momenteel circa 0,35% (35 basispunten).

Renterisico’s
Renterisico’s kunnen vanuit Wet fido-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren: 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2017 bedraagt de kasgeldlimiet € 6,4 miljoen.

De gemeente Papendrecht verwacht in 2017 binnen de norm van de kasgeldlimiet te opereren.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm
De toekomstige financieringsbehoefte van de gemeente wordt gebaseerd op de liquiditeitenplanning, die in nauwe samenwerking tussen gemeente en SCD wordt samengesteld en periodiek wordt geactualiseerd.

Uit de meest recente liquiditeitenplanning komt naar voren dat de gemeente, om binnen de kasgeldlimiet te blijven, in 2017 een lange financiering aan moet trekken van € 15 miljoen. De door de gemeente gehanteerde rentevoet voor de (her)financiering in 2017 is bepaald op 1%.

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Conform voorschrift van de Wet fido wordt het renterisico in de navolgende tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar. Uit deze tabel blijkt dat de renterisiconorm van de gemeente Papendrecht voor 2017 circa € 16,4 miljoen bedraagt, zijnde 20% van het begrotingstotaal.

Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Papendrecht binnen de grenzen van de renterisiconorm opereert.

Kredietrisico’s
Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen en beleggingen) of uit verstrekte garanties.

Verstrekte geldleningen
De gemeente heeft eind 2015 voor een totaalbedrag van circa € 3,6 miljoen aan leningen verstrekt. Dit kan als volgt worden gespecificeerd naar risicocategorie:

Het hierboven bij semi-overheidsinstellingen vermelde bedrag betreft het saldo bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Het andere bedrag betreft leningen aan Fabriek Slobbengors CV (€ 1,6 miljoen) en Intens BV (€ 150.000). In 2016 en 2017 zal hier de financiering van circa € 10 miljoen aan Rivas ten behoeve van het verzorgingscentrum aan Den Briel bijkomen.

Verleende garanties
De gemeente verleend onder bepaalde voorwaarde gemeentegarantie aan instelling. Door deze garantstelling komen instelling gemakkelijker aan externe financiering tegen betere leningsvoorwaarden. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden in directe borgstellingen, waarbij de gemeente in geval van wanbetaling direct door de bank kan worden aangesproken en indirecte garantstelling, waarbij de gemeente als achtervang dient van een waarborgfonds. De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd naar risicogroep:


Kas- en saldobeheer
De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicecentrum Drechtsteden. De gemeente blijft daarbij overigens eigenaar van de betreffende bank- en girorekeningen. Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door het SCD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten.

Schatkistbankieren
Bij het gemeentelijk saldobeheer dienen de nieuwe voorschriften rond Schatkistbankieren in acht te worden genomen. Onder deze regeling dienen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een drempelbedrag, bij het Ministerie van Financiën te stallen. Het drempelbedrag voor de gemeente Papendrecht voor 2017 kan als volgt worden berekend:

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Wettelijke ontwikkelingen
In 2014 heeft een door de VNG ingestelde adviescommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de VNG, het ministerie van BZK en vertegenwoordigers van gemeenten en provincies, onder leiding van Staf Depla, wethouder van Eindhoven, een rapport uitgebracht over de vernieuwing van het BBV. De adviezen hebben betrekking op een breed spectrum van onderwerpen met als rode draad het versterken van de horizontale sturing en verantwoording door de raad. Voor 2018 zijn de belangrijkste wijzigingen: de berekening van het renteomslagpercentage, de toe te rekenen rente aan grondexploitaties en het toerekenen van rente aan de nieuwe taakvelden.

4. Lokale heffingen

4. Lokale heffingen

De lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

a.      OZB-opbrengst
Tot op heden is de maximale jaarlijkse stijging van de onroerende-zaakbelastingen begrensd door de macronorm. Deze macronorm wordt overigens niet per afzonderlijke gemeente gehandhaafd. Er waren plannen deze norm te vervangen door een woonlastennorm. Hierbij wordt jaarlijks een grens gesteld aan de stijging van de lokale heffingen. Echter voor 2017 is weer gekozen voor een macronorm. Deze is middels de meicirculaire 2016 vastgesteld op 1,97%.

b.      Precariobelasting op kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven
Precariobelasting op kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven
Naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer van 18 november 2015 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties op 10 februari 2016 per brief aan de Tweede Kamer geïnformeerd over zijn beleidsvoornemens in deze.

In deze brief geeft de minister aan, dat:
De afschaffing van precario op nutsnetwerken (kabels en leidingen) het beste kan worden geregeld bij een komende grotere hervorming/verruiming van het gemeentelijk belastinggebied want daarin kunnen de effecten worden opgevangen. Hierop vooruitlopend kondigde de minister een wetsvoorstel aan om ervoor te zorgen dat met ingang van 1 januari 2017 de tarieven voor precario op nutsnetwerken niet verder oplopen en het aantal gemeenten dat deze vorm van precario heft, niet verder stijgt. Gemeenten die precariobelasting hebben ingevoerd hebben nog tien jaar de mogelijkheid om het op 1 januari 2016 geldende tarief te hanteren. Na uiterlijk tien jaar is geen precarioheffing meer mogelijk op nutsnetwerken. Deze periode kan worden bekort bij een grotere hervorming/verruiming van het gemeentelijk belastinggebied maar dit wordt overgelaten aan een volgende kabinet.

Op 24 juni 2016 is het wetsvoorstel door de minister ingediend. Het wetsvoorstel wijkt op een belangrijk onderdeel af van de hierboven opgenomen aankondiging, namelijk criteria van de overgangsregeling. In het wetsvoorstel wordt aan het overgangsregime de voorwaarde gekoppeld dat alleen gemeenten die in 2015 al precario inden in aanmerking komen voor de overgangsregeling. Door dit extra criterium zou Papendrecht buiten de overgangsregeling kunnen vallen. De gemeente Papendrecht is medio 2016 samen met 37 andere gemeenten, de provincies Zuid-Holland en Zeeland en het waterschap Scheldestromen een lobby gestart voor verruiming van de overgangsregeling.

c.      Kostendekkendheid heffingen
Met ingang van de begroting 2017 moet inzichtelijk worden gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (x € 1.000)

Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2017 en 2016, evenals de  verantwoorde opbrengsten over 2015. Wij merken op dat de verschillen tussen 2017 ten opzichte van 2016 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

 Heffing woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis­houdens in euro’s weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de voor dat jaar geldende tarieven opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2017 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.

Bij de berekening van de woonlasten voor 2017 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
·       Onroerende-zaakbelastingen  + 1,2 %
·       Afvalstoffenheffing                        + 1,2 %
·       Rioolheffing                                        + 1,2 %

Deze verhogingen zijn conform Perspectiefnota 2017 - 2021. 

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2017 met 15,8% zullen dalen ten opzichte van het jaar ervoor. 

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing. De heffingsgrondslag is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2017 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2016. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2015 naar 1 januari 2016 is voor woningen vastgesteld op 3 % en voor niet-woningen -1 %. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2017 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.



Afvalstoffenheffing *
Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.
Dit blijkt uit onderstaande berekening.


De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):


Rioolheffing *
Met ingang van 2010 is het rioolrecht ex artikel 229 van de Gemeentewet vervangen door de rioolheffing ex artikel 228a van diezelfde wet. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Hiermee hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om naast de kosten van zorgplicht voor het afvalwater ook de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Tot 2010 konden alleen de kosten van aanleg en onderhoud van het gemeentelijk rioleringsstelsel via het rioolrecht worden verhaald. Welke kosten via de nieuwe rioolheffing worden verhaald dient met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de gehanteerde tarieven niet meer dan kostendekkend zijn.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Het tarief voor rioolheffing is ten opzichte van 2016 met 49,4% gedaald. Door de nieuwe BBV is er sprake van een andere boekhoudkundige systematiek waardoor de jaarlijkse lasten niet meer aan elkaar gelijk zijn. Hierdoor worden minder lasten toegerekend aan het product rioolheffing.

Papendrecht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend.

Vergelijking andere gemeenten
Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2016 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2016 in Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

 Overige lokale heffingen 



Precariobelasting

De precariobelasting is een zuivere belasting. De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare ruimte. Met ingang van 2016 wordt ook precariobelasting geheven over de binnen de gemeentegrenzen vallende kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven.

Kwijtscheldingen

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.
Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Naar verwachting wordt in 2017 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

5. Grondbeleid

5. Grondbeleid

Algemeen

Het grondbeleid van de gemeente Papendrecht is ondersteunend aan het ruimtelijk beleid zoals dat onder andere in de Structuurvisie, Dijkvisie, Visie op het Groen- Blauwe Netwerk en diverse andere regionale en lokale sectorale visies wordt benoemd. De gemeente hanteert een alerte en waakzame houding in haar grondbeleid om de doelstellingen uit deze visies te realiseren. In de praktijk is sturing via grond in Papendrecht beperkt. Vrijwel de gehele gemeente is volgebouwd en slechts één, relatief kleine, uitleglocatie kan nog in ontwikkeling worden genomen. De gemeente heeft, in vergelijking met andere gemeenten, relatief weinig grond in eigendom en er wordt niet actief aangekocht. Een randvoorwaarde bij het grondbeleid is namelijk, dat er geen onaanvaardbaar maatschappelijk en/of economisch risico gelopen wordt. Gezien de beperkt grondportefeuille is dat risico beperkt.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Papendrecht gaat het niet meer om grote uitleggebieden maar om herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Dat betekent automatisch dat er veel meer spelers zijn met een grotere diversiteit aan belangen. Ontwikkelingen zijn daardoor complexer, vragen meer (ambtelijke) inzet en de uitkomsten zijn minder zeker. Het gebruik van 'anterieure overeenkomsten', waarmee op voorhand kosten verhaald kunnen worden op particuliere initiatiefnemers, neemt toe.

De verwachting is, dat de verbetering in de woningmarkt komende periode doorzet. De belangstelling bij ontwikkelaars, beleggers en aannemers om in Papendrecht te bouwen verbetert mee. Er zijn echter nauwelijks locaties beschikbaar waar dit gemakkelijk kan. Wel zijn initiatieven voor binnenstedelijke herontwikkeling ingediend. De verwachting is dat dit komende jaren doorzet. Het betreft ideeën voor kleine aantallen woningen. Zelf lokt de gemeente projecten uit door voor sommige locaties schetsen te laten maken voor mogelijke ontwikkelingen. Vaak gaat het om locaties waar de gemeente zelf grond of verouderd vastgoed in eigendom heeft, en waar alleen in samenwerking met naastliggende eigenaren resultaat geboekt kan worden.

De beperkte hoeveelheid grond in eigendom maakt dat de financiële risico's in aantal beperkt zijn. Deze financiële risico’s in grondexploitaties zijn voornamelijk bij het complex Centrum en het complex Land van Matena aanwezig.

Werkwijze

Voortdurend wordt gewerkt aan het verbeteren van de werkwijze aan de grondexploitatieprojecten.  De afgelopen jaren zijn de taken bij het voeren van de grondexploitatie over meerdere personen verdeeld. Ook zijn uitvoering en control verder van elkaar gescheiden en is verdere professionalisering doorgevoerd. Voor alle projecten worden aparte 'dossiers' opgesteld, waarin alle relevante financiële gegevens, taxaties, ramingen en onderliggende contracten verzameld zijn. Deze werkwijze zal in 2017 voor alle projecten doorgevoerd zijn.

Afronding projecten

We naderen in 2017 de situatie dat aan 4 projecten gewerkt wordt; Land van Matena, Centrum, Fokker en Lange Tiendweg. De woningbouwlocatie bij het Sportcentrum is in ontwikkeling en kan binnen afzienbare tijd afgerond worden. Hetzelfde geldt voor de Fokker-locatie.

Meerjarenperspectief Grondexploitaties

De exploitatieberekeningen worden jaarlijks bij de jaarstukken herzien. Enerzijds wordt daarbij teruggeblikt op de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven ten opzichte van de ramingen, anderzijds wordt vooruitgekeken. Door middel van (her)taxaties worden de ingeschatte opbrengsten opnieuw gewaardeerd en de ramingen voor de nog uit te voeren werkzaamheden worden geactualiseerd. Zo nodig worden de fasering en de looptijd van het project aangepast en de parameters voor rente en inflatie opnieuw beoordeeld. Voor de berekening van de financieringslasten wordt uitgegaan van een rentepercentage van 0% bij een positieve boekwaarde (inkomsten groter dan de uitgaven) en 1,9% bij een negatieve boekwaarde (uitgaven groter dan inkomsten). De geraamde kosten voor latere jaren zijn gecorrigeerd met 2% inflatie.

Bij de laatste actualisatie van de grondexploitaties is voorgesorteerd op de vernieuwing BBV en de invoering van de Vennootschapsbelasting. In maart 2016 is de notitie Grondexploitaties 2016 van de commissie BBV verschenen. Hierin wordt de impact door  de vernieuwing van het BBV op grondexploitaties toegelicht. Met de vernieuwing van het BBV is aansluiting gezocht bij de fiscale regels van de VPB en de omgevingswet. De belangrijkste wijzigingen betreffen de beperking van de looptijd van grondexploitaties, het vervallen van niet in exploitatie genomen gronden, de rentetoerekening en de toe te rekenen kosten welke aan moeten sluiten op de kostensoortenlijst van het Bro. Het gevolg hiervan is onder andere, dat gevormde verliesvoorzieningen niet meer als onderdeel van de grondexploitatie gepresenteerd mogen worden.

Deze wijziging trad in werking per 1 januari 2016. In 2016 zijn alle grondexploitaties nagelopen en zijn indien nodig aangepast aan deze nieuwe regelgeving. Dit heeft tot gevolg gehad dat bepaalde kosten niet meer aan grondexploitaties mogen worden toegerekend of dat in sommige gevallen helemaal geen sprake meer is van een grondexploitatie. Ook is onderzocht hoe omgegaan moet worden met enkele vastgoed-eigendommen, met name in het complex centrum. Over de financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting bent en wordt u tussentijds geïnformeerd via de Planning en control cyclus. Conform de nieuwe lijn van het BBV is het complex Fokker/Slobbengors gesplitst in een deel voor de grondexploitatie (locatie hoofdkantoor) en een deel voor de werkzaamheden aan de infrastructuur (integraal ontwikkelplan Slobbengors). Voor het laatst genoemde deel zijn vanaf 2016 investeringskredieten beschikbaar

Niet in exploitatie genomen gronden

Strategische grondaankopen zijn opgenomen bij de materiële vaste activa

In exploitatie genomen gronden

Voor complexen waar een tekort wordt verwacht, wordt een voorziening gevormd. In onderstaande tabel is een prognose van het totaal in exploitatie genomen gronden opgenomen. Het totaal verwachtte resultaat bedraagt, conform verwachting, € 21,1 miljoen negatief. Tegenover dit geprognosticeerde negatieve resultaat staan voorzieningen om dit op te vangen.

Verloop van het totaal van in exploitatie genomen gronden

 

Boekwaarde

Totaal

Totaal

Verwacht

 

Omschrijving

1-1-2016 (1)

verwachte

verwachte

resultaat

Toelichting

 

 

uitgaven (2)

inkomsten (3)

(1+2+3)

 

in exploitatie genomen gronden

34.688.245

23.647.141

37.251.141

21.084.245

Nadelig

Winstneming

Winsten op grondexploitaties worden tussentijds genomen of bij afsluiting van een complex. Dit is, afhankelijk van de grootte van het complex, per deelgebied of voor het hele complex. Bij winstneming wordt het behaalde resultaat verrekend met de risicoreserve grondexploitaties. Het complex Oostpolder is inmiddels afgesloten.

Risicoreserve grondexploitatie

De Risicoreserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen voor grondexploitaties en is bedoeld om financiële risico’s op te kunnen vangen en tekorten op lopende grondexploitaties af te dekken. Komt de risicoreserve boven of onder het gewenste niveau, dan zal dit, in lijn met het gemeentelijk beleid worden geëgaliseerd.

Risicobepaling grondexploitaties

In lijn met de nota grondbeleid worden risico’s in de grondexploitatie per complex geïnventariseerd. Van deze risico’s wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat een bepaald risico zich voordoet. Uitgangspunt bij het bijstellen van exploitatieberekening is, dat risico’s waarvan de kans dat het zich voordoet groter dan of gelijk is aan 50% volledig worden verwerkt in de exploitatieopzet van betreffend complex. Door een ambtelijke werkgroep is de risicoanalyse uitgevoerd. Risico’s worden situationeel beoordeeld, en afhankelijk van het ingeschatte risico, voorzien van een wegingsfactor. Voor deze wegingsfactor wordt 10%, 20%, 30% en 40% gehanteerd. Het totale risico binnen de grondexploitaties is berekend op ruim € 19 miljoen. Het totaal gewogen risico (risicobedrag x kans) is berekend op € 5,5 miljoen.

Meerjarenbegroting 2017 - 2021 en Totaal grondexploitaties per 1-1-16

De budgetten van de grondexploitatie zijn onderdeel van de gemeentebegroting. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen per kostensoort van de verwacht uitgaven en inkomsten.

Kostensoort Opzet 1-1-2016 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Rentekosten 15.605.489 746.466 791.601 725.005 189.683 127.916 70.553
Plankosten en VTU        15.568.150 757.604 511.783 264.463 167.872 167.872 167.872
Verwervingen 53.886.176 171.388 0 8.473 0 0 0
Sloop 846.569 100.000 0 0 0 0 0
Milieukosten 2.110.296 178.073 68.573 0 0 0 0
Bouw- en woonrijp maken 46.178.825 4.658.746 3.697.760 2.076.922 1.599.918 1.464.314 1.464.314
Tijdelijk beheer 150.000 21.429 21.429 21.429 21.429 21.429 21.429
Overige 9.620.800 388.000 427.467 370.011 39.467 39.467 39.467
Afdrachten 31.127 0 0 0 0 0 0
Kostenstijging 924.601 33.829 129.775 130.276 131.240 157.800 194.818
Totaal uitgaven 144.922.034 7.055.535 5.648.387 3.596.578 2.149.608 1.978.797 1.958.452
               
Woningbouw 34.151.873 1.801.653 2.975.203 4.811.203 4.505.203 4.505.203 2.975.203
Bedrijventerrein 2.192.200 455.400 353.000 469.400 469.400 0 0
Kantoren 1.440.000 1.440.000 0 0 0 0 0
Winkels en horeca 2.600.000 0 2.600.000 0 0 0 0
Voorzieningen 52.972.968 432.322 1.490.000 1.656.127 0 0 0
Bijdragen 15.896.305 132.565 0 1.580 0 0 0
Rente en exploitatiebaten 12.363.480 333.000 343.000 305.511 0 0 0
Opbrengstenstijging 2.220.963 3.403 121.125 327.767 425.905 492.682 391.375
Totaal inkomsten 123.837.789 4.598.343 7.882.328 7.571.589 5.400.509 4.997.885 3.366.578
               
Totaal saldo 21.084.245 2.457.192 -2.233.941 -3.975.011 -3.250.901 -3.019.088 -1.408.126

6. Verbonden Partijen

6. Verbonden Partijen

De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen. De gemeente ervaart een duidelijke meerwaarde van samenwerking met deze partijen. Met behoud van eigen karakter en identiteit zal continuering van regionale samenwerking plaatsvinden. Hoewel de gemeente de taken niet meer zelf uitvoert, blijft zij hiervoor wel verantwoordelijk.

Uitgangspunt is dat verbonden partijen een bijdrage leveren aan het gemeentelijk beleid. Waar verbonden partijen betrokken zijn bij de uitvoering van de speerpunten uit het collegeakkoord wordt hier extra op toegezien. Uiteraard wordt hierbij wel gekeken naar de mate van invloed. Waar de gemeente relatief weinig invloed heeft wordt minder gestuurd. Hierdoor kan de (ambtelijke) capaciteit gerichter worden ingezet op verbonden partijen waar invloed groter is. In 2017 wordt een nota verbonden partijen aan u voorgelegd, waarin de inzet per verbonden partij wordt geduid.

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het financiële belang bestaat uit de middelen die aan de verbonden partij beschikbaar zijn gesteld en die niet verhaalbaar zijn bij een faillissement van de verbonden partij, dan wel uit een bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het bestuurlijk belang verwijst naar hetzij de zeggenschap uit hoofde van vertegenwoordiging in bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden: 

Gemeenschappelijke regelingen 
1. GR Drechtsteden
2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid
3. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
4. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
5. GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk
6. GR Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede (OVL)
7. GR Gevudo

Vennootschappen en Coöperaties
8. Eneco Holding NV
9. Bank Nederlandse Gemeenten NV
10. Oasen NV
11. Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden
12. Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

Deze paragraaf geeft inzicht in de betrokkenheid van de gemeente Papendrecht bij door verbonden partijen uit te voeren taken en processen. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke en financiële belangen blijft inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen gewenst. Voor de beleidsmatige ontwikkelingen wordt verwezen naar de betreffende programma’s.

Zoals gebruikelijk wordt per verbonden partij volgens de stoplichtenmethode in beeld gebracht welke risico's de gemeente loopt in haar financiële, informatieverstrekkende en bestuurlijke relatie met de verbonden partij. Ook algemene omstandigheden, bijvoorbeeld ‘jonge’ regeling, worden meegewogen. Indien er geen opmerking over het risico is, is het stoplicht groen. Kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden, kleurt het stoplicht oranje. Mocht de relatie met de verbonden partij risicovol zijn dan is het stoplicht rood. De risico's van de verbonden partijen zijn nader toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen.
De kleur van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid is gewijzigd van rood naar oranje. De afgelopen jaren hebben bij de dienst Gezondheid & Jeugd in het teken gestaan van het op orde brengen van de financiën van de dienst. Er is inmiddels sprake van een sluitend financieel meerjarenperspectief en er is ook een meerjarenbeleidsplan voor de dienst vastgesteld. De kleuren van het stoplicht van de resterende verbonden partijen zijn ten opzichte van de voorgaande rapportage ongewijzigd gebleven

Door het ontvangen van een lagere algemene uitkering van het Rijk (samen de trap af) zijn de budgetten van de verbonden partijen gekort. Deze is niet in de gemeentelijke cijfers verwerkt op basis van richtlijnen toezicht provincie. Taakstellingen mogen alleen worden meegerekend als haalbaarheid kan worden aangetoond. 

In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen 2017, inclusief de cijfers 2016. In de tabel wordt ook inzicht verschaft in de overige verbonden partijen.

Tabel 1

Gezien de omvang en de diversiteit van de verschillende onderdelen binnen de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) is in tabel 2 een nadere detaillering van de bijdrage per dienst weergegeven.

 Tabel 2

Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden

1. Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden
   
Vestigingsplaats Dordrecht/Sliedrecht/Zwijndrecht
   
 Rechtsvorm  Gemeenschappelijke regeling
 Onderdelen  ·    Bureau Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden (SCD), Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD);
   ·    Gemeentelijke Belastingdienst Drechtsteden (GBD); Sliedrecht
  ·    Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD): Zwijndrecht.
   
Doel 1.  Drechtsteden heeft tot doel, binnen de kaders als genoemd in en voortvloeiend uit deze regeling, draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied.
  2.  Ter verwezenlijking van de in het vorige lid genoemde doelstelling behartigt Drechtsteden, met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:
  a.     Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  b.     Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, beheer basisregistraties en verkeersveiligheid)
  c.     Sociaal (sociale zekerheid en -ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  d.     Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  e.     Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  f.      Sociaal-geografisch onderzoek
  g.     De uitvoering van de belastingheffing en -invordering.
  3.  Naast de in het tweede lid genoemde belangen heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:
  a.     de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgesteld, elk voor zover het hun gebied betreft
  b.     de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft
   
Openbaar belang Het in algemene zin behartigen van regionale belangen op het terrein van: economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme), fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen en publieke infrastructuur), sociaal (sociale zekerheid en - ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur), bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid, staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering, sociaal-geografisch onderzoek, uitvoering van de belastingheffing en -invordering.
   
Financieel belang De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van het onderdeel en de activiteit een bijdrage. Verwezen wordt naar de tabellen 1 en 2 bijdragen gemeenschappelijke regelingen.
   
Bestuurlijk belang  Vertegenwoordiging door wethouder A.J. van Eekelen in het Drechtstedenbestuur. Daarnaast heeft elke fractie van de gemeenteraad een lid aangewezen, die namens de gemeente Papendrecht zitting heeft in de Drechtraad.
   
Deelnemende partijen Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papenrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.
   
Kerncijfers 
Jaarresultaat 2015 € 1.604.000  
  31-12-15 31-12-14
Eigen Vermogen  € 6.787.000  € 10.975.000
Vreemd vermogen  € 80.981.000  € 52.273.000
Begrotingsresultaat 2017  € 652.000,00 (voor bestemming)  € 0,00 (na bestemming)
Relatie met programma 1. Samenleving
2. Ruimte
3. Bestuur en regio
4. Algemene dekkingsmiddelen
   
Achtergrondinformatie 

In 2017 zal nader invulling worden gegeven aan de invulling van de taakstelling 2018 en verder, via de het principe 'Samen trap op, samen trap af. In de P&C cyclus van de Drechtsteden is een tweetal nieuwe instrumenten toegevoegd, naast de Jaarrekening en de Primaire begroting, die vooral financieel van aard zijn. Het Kompas, waarin wordt terug gekeken op de inzet van het voorgaande jaar en de Perspectiefnota waarin wordt vooruit gekeken. Deze instrumenten zijn vooral bedoeld om de Drechtraad meer inhoudelijk mee te nemen.
Aandachtspunten blijven de risico's met betrekking tot:
·       Inkomensondersteuning (WWB)
·       ontvlechting GR'en en ZHZ (hier heeft een aanmerkelijke
·       reductie plaatsgevonden; er bestaat echter wel een kans dat er een structurele frictiecomponent blijft bestaan)
·       zaak- en archiefsysteem: vervanging van het Mozaiek systeem.
·       openstaande vordering naar aanleiding van de rechtszaak bij het programma ICT op orde.
·       bezuinigingen op OCD-activiteiten: bezuinigingsopdrachten bij gemeenten hebben invloed op de grootte van de opdrachtenportefeuille van het OCD.

Eind 2015 heeft de Drechtraad besloten om de gemeente Hardinxveld-Giessendam toe te laten treden tot de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. In 2017 zal de feitelijke inbedding van Hardinxveld-Giessendam verder worden voorbereid. Deze toetreding zal uiterlijk 1 januari 2018 vorm krijgen.

   
 Kleur stoplicht Oranje
   
Website www.drechtsteden.nl 

(vergaderstukken van de Drechtraad zijn op de site raadpleegbaar)

 

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

 

2.

 

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

 Vestigingsplaats

 Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

Onderdelen

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Holland Zuid (GGD), Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (BLVS), Serviceorganisatie Jeugd, Regionale Ambulancevoorziening.

Doel

Het samenwerkingsverband heeft tot taak, vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur, en met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, een bijdrage te leveren aan het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten, teneinde een evenwichtige en voorspoedige ontwikkeling in het gebied te bevorderen. 

De behartiging van belangen geschiedt door het bepalen van de hoofdlijnen van gewenste ontwikkelingen door middel van sturing, ordening, integratie en in voorkomende gevallen uitvoering ter zake van de taakvelden publieke gezondheid, onderwijs en jeugd.

Openbaar belang 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van volksgezondheid, jeugd, onderwijs en welzijn.

Financieel belang

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

Bestuurlijk belang 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder J. R. Reuwer-Verheij.

Deelnemende partijen 

 Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 4.907.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

9.375.000

€ 720.636

Vreemd vermogen

24.537.000

€ 10.665.000

Begrotingsresultaat 2017

€ 0 (voor bestemming)

€ 0 (na bestemming)

 

Relatie met programma

1. Samenleving 

Achtergrondinformatie

 

De afgelopen jaren hebben bij de dienst Gezondheid & Jeugd in het teken gestaan van het op orde brengen van de financiën van de dienst. Er is inmiddels sprake van een sluitend financieel meerjarenperspectief, en er is ook een meerjarenbeleidsplan voor de dienst vastgesteld. 

Aandachtspunten blijven het benodigde weerstandsvermogen, de frictiekosten wegens boventallig personeel en de financiële gevolgen van de aangekondigde uittreding van Leerdam en Zederik uit de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2018. 

In de risico-inventarisatie 2016 van de Serviceorganisatie Jeugd zijn de financiële risico's aangaande het uitvoeringsjaar 2016 opgenomen. De risico-inventarisatie is gekwantificeerd op 5,0 mln (voor Papendrecht € 292.000). De Serviceorganisatie heeft geen weerstandsvermogen/ reserves. Tegenvallers (en meevallers) ten opzichte van de begroting komen, zoals opgenomen in de bijdragenverordening ten laste van de deelnemende gemeenten. Eind 2016 wordt de risico-inventarisatie voor 2017 geactualiseerd.

Ten opzichte van de primaire begroting 2017 van de Serviceorganisatie Jeugd laat de mei-circulaire 2016 een toename zien van € 5 miljoen. 
Maar het Rijk en de VNG zijn het eens geworden over een neerwaartse aanpassing van de budgetten Jeugd en Wmo, die via de september-circulaire 2016 zullen worden verwerkt. Het betreffen aanpassingen van groepen cliënten, die in een andere domein terechtkomen, dan eerder verondersteld. Dit kan effect hebben op de gemeentelijke bijdrage. 

Kleur stoplicht

Oranje 

Website 

www.dienstgezondheidjeugd.nl

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

3.

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Vestigingsplaats 

Dordrecht 

Rechtsvorm 

 Gemeenschappelijke regeling 

Doel

 De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de deelnemers bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten.

Openbaar belang 

 Veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. 

Financieel belang 

 Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. 

Bestuurlijk belang 

Gemeente wordt in het algemeen bestuur door wethouder C. Koppenol vertegenwoordigd. Op voordracht van de colleges van de gemeenten Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht vertegenwoordigt de heer H. Mirck, wethouder uit Zwijndrecht de Drechtsteden in het dagelijks bestuur. 

 

Deelnemende partijen

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht en de provincie Zuid-Holland. 

 

 

 

 

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 572.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

1.905.000

€ 1.019.341

Vreemd vermogen

5.985.000

€ 4.457.680

Begrotingsresultaat 2017

€ 0 (voor bestemming)

€ 0 (na bestemming)

Relatie met programma 

2. Ruimte 

Achtergrondinformatie

De begroting 2017 van OZHZ is structureel in evenwicht. Voor zowel 2016 als vooralsnog ook voor 2017 heeft OZHZ geen indexering toegepast – de nullijn gehanteerd – voor de inwonerbijdrage, de tarieven en de opdrachtbudgetten. 

Er is echter ook sprake van een aantal veelal (exogene) majeure inhoudelijke en bestuurlijke ontwikkelingen met financiële consequenties in de toekomst. Voorbeelden zijn de Omgevingswet, de Private Kwaliteitsborging Bouw (PKB) en het fusietraject Leerdam, Zederik en Vianen. In de paragraaf weerstandsvermogen (IV, 2) wordt uitgebreid ingegaan op mogelijke impact, kans en beheersmaatregelen.

In de begroting 2017 is een vereenvoudiging van het financieringsmodel doorgevoerd. Het nieuwe financieringsmodel vergroot de transparantie en verbetert de sturingsmogelijkheden van de opdrachtgevers. Zo worden producten en diensten zoveel mogelijk opgenomen in de individuele jaarprogramma's van gemeenten en provincie en de inwonerbijdrage wordt uitsluitend benut voor de instandhouding, generiek ondersteunende activiteiten en de Wachtdienst. Verdeling geschiedt op basis van het aantal inwoners. Voor Papendrecht betekent de vereenvoudiging van het financieringsmodel dat het totaal aan inwonerbijdrage en het budget voor wettelijke taken daalt met € 37.113. Deze middelen worden ingezet voor de activiteiten van het jaarprogramma 2017. Ook daalt het tarief door deze vereenvoudiging van € 101,56 naar € 88 per uur. Het tarief is daarmee meer in lijn met andere omgevingsdiensten.

Kleur stoplicht 

Groen

Website 

 www.ozhz.nl 

 

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

4.

 

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Onderdelen

 

 

·    Regionale Brandweer Zuid-Holland Zuid: Dordrecht.

·    Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR).

·    Regionale Ambulance Voorziening Zuid-Holland Zuid (RAV) (BV): Zwijndrecht.

 

 

Doel

 

 

Het openbaar lichaam heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen met behoud van lokale verankering bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren, teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

 

Openbaar belang

 

 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: regionale brandweer, centrale post ambulancevervoer, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid.

 

 

Financieel belang gemeente

 

 

De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van onderdeel en activiteit een bijdrage. Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

 

Bestuurlijk belang

 

 

Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Burgemeester  A.J. Moerkerke vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

 

 

Deelnemende partijen

 

 

Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerncijfers

 

 

Jaarresultaat 2015

€ 1.403.917

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 6.083.000

€ 6.385.000

Vreemd vermogen

€ 68.694.000

€ 49.414.000

Resultaat Begroting 2017

-/- € 590.000 (voor bestemming)

€ 0 (na bestemming)

Relatie met programma 

3. Bestuur en regio

Achtergrondinformatie

 

Het jaar 2017 is het eerste jaar waarin de gevolgen van het meerjarenperspectief (MJP) doorwerken in de begroting. Door de genomen (en de te nemen) maatregelen in het kader van het MJP is het ondanks een aantal exogene ontwikkelingen niet nodig geweest de gemeentelijke bijdrage aan de VRZHZ te verhogen. Daarbij stijgen de bijdragen gemeenten niet door de eerdere tekorten, aangezien die worden goedgemaakt door de bezuinigingen. Het meerjarenperspectief wordt uitgevoerd en de resultaten gemonitord. 

Kleur stoplicht 

 Oranje

Website

www.vrzhz.nl
(vergaderstukken van het algemeen bestuur zijn op de site raadpleegbaar)

 

Gemeenschappelijke Regeling Drechtwerk

5.

Gemeenschappelijke Regeling Drechtwerk

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling 

Doel 

Het openbaar lichaam behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de sociale werkvoorziening en geeft in opdracht van de gemeenten uitvoering aan de in de wet en in deze regeling genoemde taken. 

Openbaar belang

Mogelijk maken dat mensen met een arbeidshandicap kunnen werken naar vermogen.

Financieel belang 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1. De algemene bijdrage per gemeente wordt bepaald op basis van het aantal geplaatste werknemers, afkomstig uit de betreffende gemeente, op 1 januari van het boekjaar.

Bestuurlijk belang 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder J.N. Rozendaal. 

Deelnemende partijen

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht

Kerncijfers

 

 

Jaarresultaat 2015

-/- € 4.590.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ -3.898.000

€ 1.030.000

Vreemd vermogen

€ 39.945.000

€ 12.981.000

Begrotingsresultaat 2017

 

€ 0 (voor bestemming)

 

€ 0 (na bestemming)

Relatie met programma

1. Samenleving

Achtergrondinformatie

 

De strategie van gedeeltelijke afbouw en verder vooral samenwerking met en (gedeeltelijke) verkoop aan marktpartijen van de BV's is in volle gang. Er is hierin een aantal zaken, waarvoor blijvende aandacht is. Dit betreft in ieder geval helderheid over financiële afspraken met betrekking tot andere positionering van (onderdelen van) Drechtwerk. Het gaat dan zowel om de verzelfstandiging van het leerbedrijf van Drechtwerk als het aangaan van social joint ventures van de werkbedrijven die daar voor in aanmerking komen. De positie van Drechtwerk Groen verdient bijzondere aandacht, nu het niet gelukt is een sociaal joint venture tot stand te brengen en andere mogelijkheden onderzocht worden. 

Drechtwerk heeft geen weerstandsvermogen, mede vanuit het perspectief, dat de deelnemende gemeenten als eigenaren risicodragend zijn. De ontwikkeling van het subsidieresultaat is een punt van aandacht in de begroting van Drechtwerk.

Kleur stoplicht

Oranje

Website

www.drechtwerk.nl

Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

 

6.

 

Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

Vestigingsplaats 

Hardinxveld-Giessendam 

Rechtsvorm 

Gemeenschappelijke regeling

Doel

 

Doel is het behartigen van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de gemeenten op het gebied van het beheren en in stand houden van de openbare verlichting van de gemeenten. 

Openbaar belang

Het beheren en in stand houden van de openbare verlichting.

 

Financieel belang 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar tabel 1 - Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bedrag dat wordt berekend op basis van het aantal lichtobjecten, dat zich op het grondgebied van de gemeente bevindt.

Bestuurlijk belang 

 Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur door wethouder C. Koppenol

Deelnemende partijen

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 12.011

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

140.000

€ 127.640

Vreemd vermogen

60.000

€ 277.295

Begrotingsresultaat 2017

€ 0

 

Relatie met programma

 

2. Ruimte

Achtergrondinformatie

-

Kleur stoplicht

Groen 

Website

www.bureau-ovl.nl

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

7.

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

Vestigingsplaats

Dordrecht 

Rechtsvorm 

Gemeenschappelijke regeling 

Doel

Gevudo bezit 529 aandelen van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar (HVC) en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. 

Openbaar belang 

Afvalinzameling, - verwerking en straatreiniging. 

Financieel belang

 

Gevudo is aandeelhouder in de HVC met 529 aandelen op een totaal van 2.914 (18,15%).

Gevudo heeft met ingang van 2015 haar gemeenschappelijke regeling aangepast, zij is nu een 'houdstermaatschappij': zij voert geen operationele taken meer uit.

Bestuurlijk belang

Gemeente wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder C. Koppenol. 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Sliedrecht, Zederik en Zwijndrecht 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 0

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 62.000

€ 62.026

Vreemd vermogen

€ 503.000

€ 501.595

Begrotingsresultaat 2017

€ 0

 

Relatie met programma 

2. Ruimte
4. Algemene dekkingsmiddelen 

Achtergrondinformatie

 -

Kleur stoplicht

Groen

Website

N.v.t.

Eneco Holding NV

8.

Eneco Holding NV

Vestigingsplaats

Rotterdam 

Rechtsvorm 

Naamloze Vennootschap

Doel 

Doel van Eneco is in hoofdzaak het op een betrouwbare, veilige en maatschappelijk verantwoorde wijze produceren, verkopen en leveren van energie, warmte/ koude en gassen en daaraan gerelateerde producten aan particuliere en zakelijke klanten en samenwerking en deelneming in andere rechtspersonen. 

Openbaar belang 

Energievoorziening

Financieel belang

De gemeente is aandeelhouder van minder dan 2% (0,69%) van de aandelen (verder wordt verwezen naar tabel 1). 

Bestuurlijk belang

 

De gemeente wordt in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) door wethouder A.J. van Eekelen vertegenwoordigd. 

Deelnemende partijen

http://www.eneco.com/nl/organisatie/aandeelhouders/

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 196.000.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 5.346.000.000

€ 4.683.000.000

Vreemd vermogen

€ 3.475.000.000

€ 4.963.000.000

 

 

Relatie met programma

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

 

Achtergrondinformatie

 

Het jaar 2016 stond voor Eneco ook in het teken van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON), een wet uit 2006 die voorschrijft dat Nederlandse energiebedrijven moeten splitsen in een energie- en een netwerkbedrijf. De voorbereidingen voor de aanstaande splitsing zijn in volle gang. In een bijzondere aandeelhoudersvergadering op 30 november 2016 zal hierover besluitvorming plaatsvinden.

Kleur stoplicht 

Groen

Website

www.eneco.com/nl

Bank Nederlandse Gemeenten NV

9.

Bank Nederlandse Gemeenten NV

Vestigingsplaats 

Den Haag

Rechtsvorm 

 Naamloze Vennootschap

Doelstelling 

 Kredietverlening aan de publieke sector

Openbaar belang

 

De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak. 

Financieel belang

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 6.318 aandelen. Het totaal aantal geplaatste aandelen bedraagt 55.690.720 aandelen.

Bestuurlijk belang 

De gemeente wordt in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AVA) vertegenwoordigd door wethouder A.J. van Eekelen.

 

Deelnemende partijen

 

 

De BNG bank is een structuurvennootschap. Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 226.000.000

 

 

 

31-12-2014

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 4.163.000.000

€ 3.582.000.000

Vreemd vermogen

€ 145.348.000.000

€ 149.923.000.000

 

Relatie met programma

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

Achtergrondinformatie

 

 

De bank werd eind 2015 door DNB aangemerkt als nationaal systeemrelevante bank. Daardoor dient de bank als aanvulling op het minimaal vereiste kapitaal een systeemrelevantiebuffer aan te houden van 1% van de naar risico gewogen activa. Deze extra buffer wordt gefaseerd ingevoerd over de komende 4 jaar. De bank voldoet nu al ruimschoots aan de hogere eis. De lastendruk als gevolg van Europees toezicht blijft toenemen.

Kleur stoplicht 

Groen

Website

www.bng.nl

 

Oasen NV

10.

Oasen NV

Vestigingsplaats 

Gouda

Rechtsvorm

Naamloze Vennootschap

Doel

Leveren van helder en betrouwbaar drinkwater

Openbaar belang

Drinkwatervoorziening 

Financieel belang

 

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 29 van de 748 aandelen (3,9%). De aandelen hebben een nominale waarde van € 455 per aandeel. Er zijn 748 aandelen geplaatst bij de gemeenten in het verzorgingsgebied van Oasen NV. Dit komt ongeveer neer op ongeveer 1 aandeel per 1.000 inwoners. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) bestaat uit vertegenwoordigers van aandeelhoudende gemeenten.

Bestuurlijk belang 

 De gemeente wordt vertegenwoordigd in de aandeelhoudersvergadering door wethouder J.N. Rozendaal 

Deelnemende partijen

http://www.oasen.nl/over-oasen/Paginas/aandeelhouders-artikel.asp

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

€ 3.971.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 94.042.000

€ 90.071.000

Vreemd vermogen

€ 143.661.000

€ 128.725.000    

 

 

Relatie met programma

 

4. Algemene dekkingsmiddelen

Achtergrondinformatie

-

Kleur stoplicht

Groen

Website

www.oasen.nl

Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden

11.

Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden

Vestigingsplaats

 

Dordrecht

Rechtsvorm

Binnen de ROM-D groep participeert gemeente Papendrecht direct in de:
-           naamloze vennootschap ROM-D holding (ROM-D Holding NV);
-           commanditaire vennootschap ROM-D Dordtse Kil III (ROM-D Dordtse Kill III CV).

Doel

Versterken en uitbouwen regionale economie

 

Openbaar belang

 

Economisch belang: Versterken en uitbouwen van de regionale economie door: uitgifte van kavels, ontwikkeling van bedrijventerreinen, revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en promotie van de regio Drechtsteden.

Financieel belang

 

De gemeente heeft een kapitaalinbreng in

- ROM-D Holding van € 150.000.

- ROM-D Dordtse Kil III € 194.000.

Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal: € 344.000. Deze inbreng bestaat uit aandelen in ROM-D Holding, respectievelijk deelname in het commanditair kapitaal van ROM-D Dordtse Kil III.

Bestuurlijk belang

 

De gemeente Papendrecht heeft binnen de ROM-D Holding NV een aandeel van 3% en in de ROM-D Dordtse Kil III een aandeel van 2%.

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, de Provincie Zuid-Holland, de BNG en Rotterdam.

Kerncijfers

 

ROM-D NV

Jaarresultaat 2015

€ 9.831

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 3.763.522

€ 3.753.691

Vreemd vermogen

€ 4.552.407

€ 4.552.224

 

ROM-D CV

Jaarresultaat 2015

€ 0

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 6.837.942

€ 6.803.347

Vreemd vermogen

€ 12.386.113

€ 11.389.318

Relatie met programma

2. Ruimte
4. Algemene dekkingsmiddelen

Achtergrondinformatie

 

Papendrecht participeert in een regionale ambtelijke werkgroep die de mogelijkheden voor de doorontwikkeling van ROM-D onderzocht. De Provincie Zuid-Holland is hierbij nauw betrokken. Bij het ontwikkelen van toekomstscenario's wordt met name onderzocht of middelen op basis van de marktbehoefte kunnen worden ingezet ten behoeve van herstructurering van bedrijventerreinen en innovatie-support.

Kleur stoplicht

Groen 

Website

 

www.rom-d.nl

Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

12.

Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

Vestigingsplaats

Papendrecht 

Rechtsvorm

Besloten vennootschap 

Doel

Deelnemen in een besloten vennootschap die participeert als beherend vennootschap in een commanditaire vennootschap ter exploitatie van een fabriek gelegen op het terrein Slobbengors.

Openbaar belang

Borging werkgelegenheid. 

Financieel belang 

Gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 100% van de aandelen. Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal € 18.000.

Bestuurlijk belang

De gemeente wordt vertegenwoordigd door wethouder A.J. van Eekelen. 

Deelnemende partijen

Papendrecht 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2015

-/- € 4.000

 

 

31-12-2015

31-12-2014

Eigen vermogen

€ 18.000

€ 18.000

Vreemd vermogen

€ 12.000

€ 12.000

Relatie met programma 

4. Algemene dekkingsmiddelen

Achtergrondinformatie 

-

Kleur stoplicht 

Groen 

Website

 

-


Opm.: De begrotingsgegevens van de betreffende verbonden partijen zijn in de tabel opgenomen, voor zover bekend op het moment van opstellen van deze begroting.

 

7. Bedrijfsvoering

7. Bedrijfsvoering

Doorontwikkeling organisatie

Het begrotingsjaar 2017 staat in het licht van uitvoering van de ontwikkellijnen. Dat betekent dat op de volgende terreinen acties worden ontplooid:
-        Externe ontwikkelingen
-        Kwaliteit
-        Gedeelde verantwoordelijkheid
-        Rolverantwoordelijkheid
-        Lerende organisatie
-        Goed werkgeverschap

Veel acties zijn gericht op verandering van houding en gedrag, de cultuurkant van de organisatie. Maar ook de structuurkant krijgt zeker aandacht door kritisch te kijken naar de wijze van managen van de organisatie (aantal MT-leden), werken met zelfsturende teams en de verzelfstandigingen. De in gang gezette onderzoeken naar verzelfstandiging zullen in 2017 leiden tot besluitvorming.

Personeel

De samenleving is in beweging, er komt veel af op de gemeenten. De wijze van samenwerken, de uitvoering van de Omgevingswet, de dienstverlening en de ontwikkeling van de openbare ruimte zijn onderwerpen die de agenda voor de komende jaren mede gaan bepalen. Van burgers wordt gevraagd actief mee te denken en te doen. Dit vraagt van de gemeentelijke organisaties een externe oriëntatie.  
Medewerkers zullen steeds meer de samenwerking moeten zoeken in de regio maar ook met burgers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Daarnaast verlangen burgers ook kwaliteit van beleid en dienstverlening. Dit alles vraagt van medewerkers een andere inzetbaarheid, andere competenties, een andere manier van werken. Voor dit werken in een interactieve omgeving, zowel richting burgers als binnen de samenwerkingsverbanden, is een gemotiveerd, deskundig en flexibel ambtelijk apparaat nodig. Vakkennis blijft vereist maar het effectief inspelen op wat leeft in de samenleving en het effectief kunnen overbrengen op welke wijze daaraan uitvoering wordt gegeven, wordt steeds belangrijker.

Flexibiliteit en mobiliteit

Het streven is te werken aan een flexibeler ambtelijke organisatie die in staat is zich waar wenselijk aan te passen aan de veranderende eisen die de omgeving, waaronder inwoners en samenleving, stelt.
Door de steeds veranderende vraag aan gemeenten en de bijbehorende wijziging van taken is een voortdurende ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie nodig.

Als medewerker niet meegaan met de gevraagde ontwikkeling, ontstaat een mismatch tussen zittende medewerkers en de organisatie. Om die mismatch te voorkomen en te zorgen dat medewerkers inzetbaar zijn en blijven, wordt een methode voor strategische personeelsplanning (SPP) gehanteerd. Op basis van strategische visies en externe ontwikkelingen zal steeds een vertaling dienen plaats te vinden naar de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve formatie. Het denken in functies zal daarbij plaatsmaken voor een meer flexibele toedeling van werkzaamheden op basis van (specifieke) kwaliteiten.
Om dit veranderen in denken te stimuleren, is binnen de Drechtsteden een programma duurzame inzetbaarheid ontwikkeld, waarbinnen naast kaders ook praktische instrumenten worden aangeboden die medewerkers ondersteunen in de bewustwording van het belang van duurzame inzetbaarheid en hun eigen actieve bijdrage daarin.

Arbeidsvoorwaarden

Binnen die bewegingen past ook een modernisering van arbeidsvoorwaarden. Landelijk wordt ingezet op een modernisering met als leidraad de werkgeversvisie 'Naar een CAO van de toekomst'. Die visie voorziet in nieuwe arbeidsvoorwaarden maar ook andere arbeidsverhoudingen.

Per 1 januari 2016 is in de landelijke rechtspositie een nieuw beloningshoofdstuk ingevoerd dat een uitwerking krijgt op regionaal niveau. Onderdeel daarvan is de invoering van het Individueel Keuzebudget in 2017. Dit IKB wordt opgebouwd uit bestaande beloningselementen zoals de eindejaarsuitkering en de vakantie-uitkering en biedt de medewerker de mogelijkheid om het beschikbare bedrag naar eigen behoefte op een zelf te bepalen moment en voor verschillende doelen uit te laten betalen of in te zetten.

Arbeidsmarkt

Sprake is van een sterk vergrijzende personeelsopbouw, landelijk maar ook binnen de Drechtsteden en Papendrecht. Dit uit zich ook in lange dienstverbanden en veel medewerkers die al in hun eindschaal zitten. Er is weinig uitstroom en, versterkt door bezuinigingen, is daarmee ook de instroom laag. Gezocht gaat worden naar arrangementen, bijvoorbeeld traineeprogramma's, om met name de instroom van jongeren mogelijk te maken. De gemeentelijke organisatie zal voor die jongeren een boeiende en uitdagende werkomgeving moeten zijn. 

Werkgevers hebben in het Sociaal Akkoord afgesproken om in 2025 125.000 banen te realiseren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op regioniveau wordt hieraan uitvoering gegeven.

Huisvesting

In 2017 is de onze huisvesting in het centrum van Papendrecht weer in gebruik. Dat betekent dat we volgens een nieuw concept van flexwerken het gebouw gebruiken. Het gebouw biedt veel meer mogelijkheden om flexibeler gebruik te maken van de ruimten. Dit heeft voordelen op het vlak van samenwerken met derden, maar ook rondom thema's of projectopdrachten kan gemakkelijker met elkaar worden gewerkt.

Planning en control

Op het gebied van planning en control zal steeds meer aandacht worden besteed aan het optimaal gebruiken van de begrotingsapp 2.0. De begroting 2017 is voor het eerst in de nieuwe begrotingsapp 2.0 opgenomen. Naast deze wijziging (eerste keer dat de begroting in de app is opgenomen) zijn er veel inhoudelijke wijzigingen als gevolg van de wijzigingen in de BBV.

Informatieveiligheid

In december 2015 is regionaal het informatiebeleid  vastgesteld. Dit beleid sluit volledig aan bij de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG). De implementatie van het beleid conform de BIG is een permanent proces waar we volop mee bezig zijn. Aandachtspunten zijn het vergroten van kennis en bewustzijn bij alle betrokkenen en het daarmee in lijn brengen van het daadwerkelijke gedrag.
Onze gemeente heeft zich – evenals de andere Drechtstedengemeenten – aangesloten bij IBD tot en met stap 3. Dat betekent dat de volgende stappen zijn gezet:

-         Het aanstellen van Algemene Contactpersonen Informatiebeveiliging (ACIB’s)
-         Het aanstellen van Vertrouwde Contactpersonen Informatiebeveiliging (VCIB’s)
-         Het doorgeven van IP-adressen en URL’s

Ten aanzien van de inhoud van het beleid met betrekking tot gegevens, informatie, informatievoorziening, bedreigingen, kwetsbaarheid en risico's kan worden gemeld dat in eerste instantie aansluiting bij IBD is gebeurd (wij volgen de stappen tot en met 3). Daarnaast kennen we een Meldplicht Datalekken. Hierin is melding van een datalek bij het JKC voorgeschreven. 
Ook is een actieve bewustwordingscampagne (digitaal en posters) in gang gezet.
Naar de toekomst toe is het raadzaam te streven naar een structureel beleid op het gebied van informatieveiligheid, waarover de gemeenteraad zich ook expliciet zou kunnen uitspreken. Dat kan alleen door informatieveiligheid niet alleen te zien als een bedrijfsvoeringsvraagstuk, maar meer als een beleidsmatig of strategisch vraagstuk.