Meer
Publicatiedatum: 16-10-2020

Inhoud

Paragrafen

Inhoud

1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf wordt beschreven hoe wij omgaan met risico's en hoe groot deze moet zijn om deze op te kunnen vangen. Weerstandsvermogen geeft aan of het vermogen van de gemeente Papendrecht toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast.
Het weerstandsvermogen bestaat uit een incidenteel en een structureel deel. Het incidentele deel is het vermogen om onverwachte incidentele tegenvallers op te vangen, het structurele deel om onverwachte tegenvallers structureel op te vangen.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door gecalculeerde risico's in mindering te brengen op de vrij besteedbare middelen en/of reserves en het begrotingsresultaat van het lopende jaar. Het weerstandsvermogen op termijn wordt berekend door gecalculeerde risico's in mindering te brengen op de vrij besteedbare middelen en/of reserves en het begrotingsresultaat op termijn. Het weerstandsvermogen geeft het volgende beeld:

 

Structureel weerstandsvermogen

Het structureel weerstandsvermogen is bestemd voor tegenvallers als gevolg van autonome ontwikkelingen en calamiteiten waarvoor geen budget aanwezig is. Het is toegestaan om gedurende een aantal jaren een bestemmingsreserve in te zetten. Structurele tegenvallers dienen uiteindelijk structureel uit het begrotingsresultaat te worden gefinancierd. Het structureel weerstandsvermogen van de gemeente Papendrecht is:

Toelichting:

1. Budget onvoorziene uitgaven
Voor onvoorziene uitgaven is jaarlijks € 100.000 beschikbaar.

2. Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit (het gat tussen de 1,7% en de macronorm is structureel € 154.000. Op termijn is sprake van een onbenutte belastingcapaciteit (cf. artikel 12) van € 1.900.000. Overige belastingen zijn 100% kostendekkend.

3. Rente-effect aanwending van alle reserves
De gemeente Papendrecht heeft ultimo 2024voor naar verwachting € 58 miljoen aan reserves. Het aanwenden van reserves heeft een ongunstig effect op het renteresultaat. Bij aanwending neemt de financieringsbehoefte toe en stijgen de rentelasten, dit kan leiden tot een nadeel van € 0,2 miljoen.

Incidenteel weerstandsvermogen

De stand van de reserves per 1-1-2022 wordt geraamd op € 61 miljoen. Hiervan is € 55 miljoen vrij besteedbaar. Dit betreft de algemene reserve en specifieke risico reserve grondexploitaties. Het risico wordt gecalculeerd op afgerond € 19 miljoen. Het incidenteel beschikbaar weerstandsvermogen komt hiermee uit op € 36 miljoen (voor de berekening zie tabel).

Het college kiest ervoor gezien de forse financiële opgave nu geen bestedingsdoelen aan de geoormerkte Enecogelden te koppelen. We kiezen ervoor eerst te focussen op het ombuigingstraject. Mogelijk dat deze reserve hier nog aan kan bijdragen. Het nu oormerken van de Enecogelden is niet opportuun.

Toelichting van de risico's

Risico frictie personeel
Dit betreft het risico op frictiekosten bij (re)organisaties als gevolg van lokale en regionale ontwikkelingen. De gemeente is bij aangaande ww-verplichtingen eigen risicodrager. Daarnaast brengt de begeleiding van medewerkers van werk naar werk ook kosten met zich mee.

Risico grondexploitaties
Voor de beheersing van het risico op de grondexploitaties wordt een reserve aangehouden ter grootte van het financiële risico. Dit wordt jaarlijks bij de jaarrekening geactualiseerd.

Risico deelnemingen
De gemeente loopt bij de deelneming en verstrekte lening aan de Fabriek Slobbengors CV en bij de verstrekte lening aan Rivas een financieringsrisico. Het risico is bepaald aan de hand van de jaarlijkse rentebaten.

Risico's verbonden partijen
Dit betreft het risico dat de gemeente loopt op de diverse verbonden partijen. Verbonden partijen hebben zelf beperkt weerstandvermogen, omdat de gemeenten als achtervang dienen.
Gemeenten zullen voor het overige deel in het lokale weerstandsvermogen middelen moeten reserveren. Voor bepaling van het gemeentelijke risico is uitgegaan van de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing uit de begroting 2021 van deze verbonden partijen. Daarnaast is rekening gehouden met het risico, dat verbonden partijen opgenomen taakstellingen niet halen of in tegenstelling tot voorgaande jaren geen sprake is van onderuitputting van budgetten. Deze risico's zijn vermeld in onderstaand overzicht.

Risico's afgegeven gemeentegaranties
De gemeente staat voor in totaal € 82 miljoen garant. Hiervan heeft € 72 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de zekerheidsstructuur van dat fonds is hieraan een relatief laag risico verbonden. De directe borgstellingen (exclusief de borgstelling voor de gemeenschappelijke regelingen) is € 10miljoen. Ook hier zijn voldoende zekerheden gesteld, waardoor het risico beperkt is.

Risico's overig
Dit betreft onder andere negatieve bijstelling van het gemeentefonds, schadeclaims, hogere inflatie en wijziging in (fiscale)wetgeving.

Beoordeling weerstandscapaciteit

Voor de beoordeling van de weerstandscapaciteit gaat het om een beoordeling van de relatie tussen het beschikbare weerstandsvermogen en het, aan de risico's gerelateerde, benodigde weerstandsvermogen. Voor de hoogte en samenstelling van het weerstandsvermogen zijn geen landelijke normen en richtlijnen vastgesteld. Een gangbare norm is het hanteren van een beoogde weerstandsratio (= weerstandsvermogen gedeeld door risico’s) van tussen de 1 en 1,5. Met een weerstandsratio van 2 of hoger is het weerstandsvermogen goed tot uitstekend te noemen. De norm voor het weerstandsvermogen is door de raad vastgesteld op 1. De gemeentelijke weerstandsratio is momenteel 2,9. De stand van de vrij besteedbare reserves is hiermee ruim voldoende om de risico's op te vangen. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen.

Financiële kengetallen

De kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad.

Netto schuldquote
Met de netto schuldquote worden de totale schulden afgezet tegen het totaal aan baten van de gemeente. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de gemeentelijke jaaromzet (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd. Tussen de 100% en 130% is matig, meer dan 130% is onvoldoende.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De verstrekte leningen betreffen o.a. de leningen aan Rivas en Fokker. Hiervoor wordt een rentevergoeding ontvangen.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio laat zien welk deel van het bezit van de gemeente wordt bekostigd met eigen vermogen. In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën" is aangegeven dat gemiddeld de solvabiliteitsratio zich begeeft tussen de 30% en 70%. Bij een solvabiliteitsratio tussen 20% en 30% is het matig en bij een percentage van <20% heeft een gemeente zijn bezit te zwaar belast met schuld.

Kengetal grondexploitatie
Met het aandeel grondexploitaties wordt aangeven hoe de boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale baten van de gemeente. De norm is maximaal 25%, meer dan 35% is onvoldoende.

Structurele exploitatieruimte
Het financiële kengetal structurele begrotingsruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is binnen de vastgestelde begroting of rekening en geeft daarmee aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De artikel 12 norm is 0,5%, de structurele ruimte is matig als deze tussen de 0,0% en 0,5% ligt.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit laat zien hoe de woonlasten zich verhouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Meer dan 110% is matig, meer dan 130% onvoldoende.

2. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf is aangegeven hoe omgegaan wordt met gemeentelijke kapitaalgoederen. De gemeente heeft op haar grondgebied kapitaalgoederen in de vorm van wegen, civiele constructies, riolering, openbare verlichting, water, groen, speelruimten, sportvelden en vastgoed. Deze kapitaalgoederen zijn afgestemd op de functie (nu en in de toekomst) en zijn van belang voor onder andere de volksgezondheid, handel, verkeer & vervoer en recreatie. De gemeente Papendrecht wil haar kapitaalgoederen goed onderhouden en in een goede staat houden. Deze paragraaf geeft inzicht in de wijze van onderhoud & vervanging en de benodigde financiële middelen.

De ambitie is om de technische kwaliteit en de leefbaarheid in Papendrecht verder te versterken, passend in een gezond financieel kader, waarbij het in Papendrecht goed vertoeven is met het oog op biodiversiteit en circulariteit. We gaan zorgvuldig om met onze kapitaalgoederen, waarbij de voorzieningen binnen een goed rentmeesterschap worden beheerd. Vooral in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties gaan we Papendrecht de komende periode nog mooier, prettiger, veiliger en leefbaarder maken.

Het beheer, onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen is vastgelegd in het Uitvoeringsplan IBOR, de individuele beleids-/beheerplannen en/of meerjarige onderhoudsplannen, waarbij aandacht is voor de komende energietransitie, klimaatadaptatie, verminderen afvalproductie, duurzaamheid en circulariteit. Bij riolering is dit vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan. Bij wegen is dit het Civiel Technisch Beheerplan en bij groen het Groenbeleids- en beheerplan. In 2021 wordt gestart met de actualisatie van het Civiel Technisch beheerplan en het groenbeheerplan.

Kerncijfers (in beheer) van Papendrecht

Verharding 1.770.000 m2 77% elementen, 21% asfalt en 2% overige verharding
Groen 1.712.000 m2 Incl. sportvelden, begraafplaats
Water 370.000 m2 Excl. onderhoud derden

Het beheerareaal omvat verder:

Riolering (vrijverval riolering)

157

km

Riolering (persleiding)

13

km

Gemalen

84

stuks

Bomen (excl. Waterschap en derden)

14.000

stuks

Beschoeiing en oevers

80

km

Lichtmasten

6.385

stuks

Speeltoestellen (incl. scholen)

727

stuks

Bruggen

201

stuks

Waterbushaltes

3

stuks

Damwanden en (wal)muren

1.891

m1

Geluidsschermen

4.100

m1

Buiten sportlocaties

8

stuks

Verkeersregelinstallaties

5

stuks

Beheervisie

De openbare ruimte wordt door middel van integraal beheer en onderhoud in stand gehouden. Belangrijk is de onderlinge samenhang voor een goed financieel beheer en effectief gebruik van de maatregelen waarbij klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging integraal worden uitgevoerd. Dit proces is, aan de hand van de levenscyclus van de weg, onderstaand in beeld gebracht.

Figuur 1: Onderhoudscyclus

Beheer wordt kort gedefinieerd als alle maatregelen waarmee de openbare ruimte in stand wordt gehouden. Naast het uitvoeren van fysieke onderhoudsmaatregelen, betekent dit ook sturing geven aan beleidsontwikkeling, het optimaliseren van de bedrijfsvoering, maar ook (functie) aanpassing door nieuwe ontwikkelingen. Bij het fysieke onderhoud onderscheiden we verzorging (van de openbare ruimte) en het technisch onderhoud van de objecten. Voorbeelden van deze verzorging zijn bijvoorbeeld de bestrijding van onkruid, het verwijderen van zwerfvuil en graffiti. Het technisch onderhoud omvat het onderhouden van de objecten door middel onderhoudsmaatregelen, bijvoorbeeld het herstraten van wegen, vervangen van brugdekdelen, etc. Belangrijk hierbij is dat zowel het klein onderhoud als het planmatig groot onderhoud en tijdige vervanging bijdragen aan een voldoende technische staat gedurende de technische levensduur van een voorziening.

Beleidskaders

Algemeen
Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, inclusief doorkijk naar 2025
Het Uitvoeringsplan IBOR 2015-2020 met de doorkijk naar 2025 gaat over het beheer en de kwaliteit van de openbare ruimte en de hierbij horende inzet van financiële middelen. Het uitvoeringsplan biedt een kader voor integraal beheer en samenwerking en leidt tot samenhangende planvorming, logische en efficiënte uitvoering en een financieel beheersbaar geheel.

Binnen de heroverwegingen 2020 zijn de financiële kaders geactualiseerd, en met een separate analyse beschouwd waarmee het Uitvoeringsplan de komende jaren nog steeds relevant is. Mede omdat in het Uitvoeringsplan een doorkijk tot 2025 is opgenomen. De doorwerkingen van de heroverwegingen kunnen aanleiding zijn om in de komende jaren de separate beleids- en beheerplannen te herzien.

Riolering
Beleidskader

  • Gemeentelijk Rioleringsplan Papendrecht (GRP) 2019-2023.
  • Stedelijk Waterplan 2007-2016 (met doorloop naar 2024).
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, incl. doorkijk naar 2025.
  • Gemeentelijke begroting 2021.
  • Klimaatstrategie nota

De Wet milieubeheer (binnenkort onderdeel Omgevingswet) bepaalt dat gemeenten verplicht zijn een geldig gemeentelijk rioleringsplan (GRP) te hebben. Een GRP wil zeggen dat de gemeente een zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater heeft. Naast deze zorgplichten zijn de kosten van de activiteiten en de gevolgen voor de rioolheffing op korte en lange termijn in beeld gebracht. In 2020 is het GRP door de Gemeenteraad vastgesteld.

In het GRP zijn de maatschappelijke opgaves, zoals klimaatadaptatie en (technische) tendensen opgenomen. Het gaat hierbij om een rechtvaardiger kostenverdeling tussen riolering en wegen/groen bij integrale vervanging, het vervangingstempo van de riolering en de inzet op klimaatadaptieve maatregelen bij reconstructies en stimuleringsmaatregelen voor derden.

Gemeente Papendrecht heeft gezamenlijk met Waterschap Rivierenland een Stedelijk Waterplan (SWP) vastgesteld. In 2017 is het Stedelijk Waterplan verder uitgewerkt en aangevuld met het streefbeelden waterplan. Het doel is het bevorderen van de flora & fauna in en rond de watergangen in de gemeente en het verbeteren van waterkwaliteit. Het huidig Waterplan blijft zijn geldigheid behouden.

De riolering is leidend in vervangingsprojecten, waarbij bij de vakdisciplines wegen en groen nadrukkelijk wordt gestuurd naar dit integrale vervangingsmoment. In de wijk Kraaihoek vindt specifieke afstemming plaats met Woonkracht 10 vanwege de komende vervanging van de woningen, inclusief de aanleg van een warmtenet. In de meerjarenplanning van het GRP wordt hierop gestuurd, waarbij het integrale vervangingsproject Weteringsingel/Boomgaardstraat als eerste project is opgenomen in de programmering.

De klimaatverandering heeft grote gevolgen voor het leefmilieu op de korte en langere termijn. Een belangrijk gevolg waarmee gemeenten op korte termijn te maken kunnen krijgen is het optreden lange droge periodes en van extreme neerslag, waarbij in relatief korte tijd veel neerslag valt. Veel rioolstelsels, afwateringssystemen en het oppervlaktewatersysteem zijn onvoldoende berekend op deze extremen waardoor wateroverlast ontstaat. Vanwege de klimaatveranderingen en bijbehorende droogte en wateroverlast wordt bij integrale vervangingsprojecten klimaatadaptieve maatregelen uitgewerkt en toegepast met extra waterberging en waar mogelijk aanvulling van het grondwater. Een structurele aanpak voor het omgaan met klimaatverandering is opgenomen in de strategienota die in 2018 door het college is vastgesteld. In deze strategie is het omgaan met klimaatverandering breder geïmplementeerd in de organisatie.

Klimaatadaptatie vergt op een andere blik kijken naar de inrichting van de openbare ruimte. Gazon kan hierbij worden ingezet voor tijdelijk bergen van water of het vertraagd afvoeren van hemelwater. Bij renovatie plannen van woningbouwcorporaties of nieuwbouw wordt 20 mm water op eigen terrein vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Hierdoor kan het water op particulier terrein tijdelijk worden opgevangen zodat er extra capaciteit in de openbare ruimte beschikbaar is om neerslag op te vangen. Vanuit het thema hitte worden er lichtere kleuren bestrating toegepast en meer groen (beplanting/bomen) aangebracht.

Om op particulier terrein water te bergen speelt Operatie Steenbreek een belangrijke rol om bewoners en bedrijven te bewegen om hun tuin klimaatbestendig in te richten.
Droogte, en daarmee samenhangend de verdeling van het water, vormt hierin een belangrijk onderdeel in zowel de plaatselijke als de regionale samenwerking. Het oppervlaktewaterpeil en grondwaterpeil wordt gemonitord. Beide zijn belangrijk vanwege de volksgezondheid en waterkwaliteit (botulisme/blauwalg) en de houten paalfunderingen van woningen.

Regionale klimaat strategie A5H (RAS)
Een risicodialoog is het voornaamste middel om vanuit een brede samenstelling te komen tot de doelen voor de klimaatadaptatie en bodemdaling A5H. Tijdens de risicodialoog komen de kwetsbaarheden aan bod voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico’s. Op deze wijze wordt co- creërend gewerkt aan een resultaatgerichte Regionale Klimaatadaptatie Strategie.

Vanuit 4 omgevingsthema’s waarbinnen op hitte, droogte, wateroverlast en overstroming op samenhangende wijze kan worden ingespeeld:

  1. Verstedelijking en gezonde leefomgeving
  2. Landbouw en natuur (toekomstbestendig landelijk gebied)
  3. Landschap en recreatie
  4. Veilige infrastructuur en vitale objecten

De RAS is een samenwerking vanuit de deelnemende gemeenten en het Waterschap en kent een provinciale betrokkenheid. Een kopgroep van betrokken wethouders faciliteert het proces en de bestuurlijk afstemming in de regio.

Wegen
Beleidskader

  • Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021.
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, incl. doorkijk naar 2025.
  • Gemeentelijke begroting 2021.

In 2017 is het Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021 (incl. doorkijk naar 2026) vastgesteld. Vanuit analyse in het ombuigingsproces komt naar voren dat dit beheerplan nog steeds actueel is. Het Civiel Technisch Beheerplan volgt uit de kaders vanuit het Uitvoeringsplan IBOR en omvat naast de wegen, ook de onderdelen civiele kunstwerken, openbare verlichting, baggeren havens, de VRI's en het straatmeubilair. Hierdoor wordt integraliteit bereikt tussen de verschillende onderdelen (zoals de aansturing in de uitvoering). Het beheerplan maakt inzichtelijk hoe, waar, wanneer en tegen welke kosten de verschillende civiel technische beheeronderdelen in Papendrecht worden beheerd en onderhouden om de kwaliteit en functie in stand te houden.

Het uitgangspunt is om de leefomgeving voor de inwoners van Papendrecht aantrekkelijk te houden of te verbeteren. Bij grootschalige projecten worden de bewoners uitgenodigd om actief mee te doen, en mee te denken. In 2020 is een pilot gerealiseerd bij het integrale vervangingsproject Da Costastraat, waarbij intensieve bewonersparticipatie heeft plaatsgevonden voor de (landschapellijke) inrichting van de openbare ruimte. In 2021 krijgt deze pilot een structurele inbedding in de voorbereiding van het vervangingsproject Grondmolen e.o. Voor de vervanging aan de wegen vindt hierin intensieve afstemming plaats met het Gemeentelijk Rioleringsplan en het Groenbeheerplan 2017-2021.

De begroting voorziet in de toename van grootschalig onderhoud van de wegen. Deze toename is vastgesteld in het Civiel Technisch Beheerplan, en omvat het gedeeltelijk ophogen van de verharding, en het grootschalig herstraten van rijbanen en fietspaden. Waar in de afgelopen jaren veelal gericht was op een hogere urgentie aan fiets- en voetpaden, is het nu noodzakelijk ook de wegen en parkeerterreinen op een gedegen wijze aan te pakken. Hierdoor is het mogelijk de kwaliteit van de verharding op peil te houden.
De leidraad voor het inrichten van wegen zijn de principes van Duurzaam Veilig. De technische kwaliteit van de wegen wordt gebaseerd op de landelijke erkende CROW – systematiek. Een onderdeel van het Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021 is de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Deze LIOR geeft aan op welke gestandaardiseerde wijze in Papendrecht invulling gegeven wordt aan werkvoorbereiding, uitvoering en onderhoud van de openbare ruimte.

Groen
Beleidskader

  • Groenbeleidsplan 2015-2024.
  • Programma Groen
  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, incl. doorkijk naar 2025.
  • Bomenverordening
  • Groenbeheerplan 2017-2021
  • Gemeentelijke begroting 2021.

Het Groenbeleidsplan 2015-2024 vormt samen met de visie uit het Groenblauwe netwerk het kompas voor het beheer, onderhoud en de investeringen in het groen en blauw binnen de gemeente Papendrecht. In 2017 is het Groenbeheerplan 2017-2021 (incl. doorkijk naar 2026) vastgesteld. Dit beheerplan volgt uit de kaders vanuit het Uitvoeringsplan IBOR en het Groenbeleidsplan.

In 2017 is de bomenverordening vastgesteld door de gemeenteraad en de vernieuwde Groene Kaart en het Handboek Groen door het college. De Bomenverordening vormt het kader voor de bescherming van gemeentelijke en particuliere bomen.

Binnen Papendrecht wordt gekeken naar het onderling verbinden en verder ontwikkelen van de bestaande groenstructuren tot een samenhangend netwerk voor groen, recreatie en flora & fauna. Deze doorontwikkeling zet zich in 2021 door in combinatie met de reconstructie N3 (versterken biodiversiteit langs de N3) en het doorontwikkelen van de parkzone ten zuiden van de A15.

Het collegeactieprogramma stelt tot doel:
- diverser en aantrekkelijker groen
- meer groen
- ecologischer groen.

Aan deze doelstellingen wordt binnen de vervangingsprojecten en vanuit het natuurvriendelijk beheer invulling aan gegeven.

Openbare verlichting
Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, incl. doorkijk naar 2025.
  • Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021.
  • Vervangingsplan Openbare Verlichting 2018-2028.
  • Gemeentelijke begroting 2021.

De openbare verlichting vervult een belangrijke functie op het gebied van sociale veiligheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Bij nieuwbouw en projectmatige vervanging wordt LED- verlichting aangebracht. Dit vanwege het lage energieverbruik door lage vermogens van de lichtbronnen. De Richtlijn voor Openbare Verlichting (NPR 13201) is hierin het richtsnoer.

Openbare verlichting is een onderdeel van het Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021 (incl. doorkijk t/m 2026). In het beheerplan is gelijktijdig de technische notitie openbare verlichting opgesteld. Deze notitie geeft meer inzicht in op de verlichtingstechniek en LED (en daarmee energiebesparing), en past binnen de kaders van het Uitvoeringsplan IBOR. Daarnaast geeft deze notitie het inzicht en richting voor de openbare verlichting in Papendrecht.

In het kader van de BBV wordt vervanging van armaturen en lichtmasten met een investeringskrediet bekostigd. Het meerjarige vervangingsplan openbare verlichting geeft aan op welke locaties in de komende jaren vervangingen noodzakelijk zijn aan de openbare verlichting. De meerjarenplanning voorziet in de komende jaren een toename van de vervanging van de armaturen binnen de gemeente.

Samenwerking bij openbare verlichting
De gemeente Papendrecht heeft samen met vijf andere gemeenten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden een Gemeenschappelijke Regeling (met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur ingericht voor het dagelijks beheer, databeheer en directievoering / toezicht op het onderhoudsbestek voor de openbare verlichting. Door één gezamenlijke aannemer worden de werkzaamheden vanuit een onderhoudsbestek aan de openbare verlichting uitgevoerd. Het groot onderhoud, vervanging en beheer binnen de gemeente wordt door Papendrecht aangestuurd en begeleid.

Civiele constructies
Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020, incl. doorkijk naar 2025.
  • Civiel Technisch Beheerplan 2017-2021 (met doorloop naar 2026).
  • Gemeentelijke begroting 2021.

Civiele kunstwerken, zoals bruggen, vis- en loopsteigers, tunnels, viaducten, geluidsschermen en damwanden, zijn belangrijke elementen binnen de openbare ruimte. Het zijn onvermijdelijke verbindingen in de hoofd- en verkeersstructuren in de wijken, verbindingen in grote waterstructuren, afschermende constructies en recreatieve elementen in de wijken. Naast functionaliteit is constructieve veiligheid een belangrijk aspect bij het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken.

Met de veroudering van het areaal van de civiele kunstwerken ontstaat in de komende periode extra aandacht voor de constructieve veiligheid bij de civiel kunstwerken (met name verkeersbruggen).

In 2021 wordt grootschalig onderhoud aan de geluidsschermen langs de A15 uitgevoerd. Dit vanwege houtrot aan de houten onderdelen van het geluidsscherm. Voor de vervanging van deze constructies zijn werkzaamheden is in deze begroting een investeringskrediet opgenomen.
Eveneens vindt vervanging van de damwand en voetbrug bij Van der Palmstraat-Vondelpark plaats vanuit het investeringskrediet civiel kunstwerken.

Speelplaatsen
Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020.
  • Gemeentelijke begroting 2021.

Papendrecht telt een groot aantal speelplekken. In de komende jaren zijn meer dan in het verleden speeltoestellen aan vervanging toe. We zien een groeiende vraag naar andere speelmogelijkheden. Het gaat steeds minder om de toestellen zelf, maar veel meer om de speelaanleidingen in de buitenruimte. In verkeersveilige buurten en met meer mogelijkheden voor 'Natuurlijk Spelen'. Samen met inwoners zoeken we naar nieuwe creatieve mogelijkheden en blijven we zorgen voor een goed bespeelbare leefomgeving.

De veiligheid van de openbare speelvoorzieningen is geborgd. Onveilige speelelementen worden hersteld, vervangen of verwijderd. Als herstel niet meer mogelijk is, wordt een speeltoestel of weggehaald of vervangen. Daarbij volgen we de eisen in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en de Europese normen 1176 en 1177. Bij vernieuwing van speelplaatsen maken we gebruik van onderhoudsvriendelijke en duurzame materialen.

Sportvelden
Beleidskader

  • Meerjarenplan Sportvelden 2019-2038
  • Gemeentelijke begroting 2021

In 2019 is de meerjarenplan Sportvelden 2019-2038 door het college vastgesteld. Op basis van deze meerjarenplanning vindt de renovatie aan de verschillende sportvelden binnen Papendrecht plaats.
Met de verenigingen vindt afstemming plaats over de vervanging van de sportvelden, waarbij de nieuwe constructie zo goed mogelijk wordt afgestemd op het gewenste gebruik. Het meerjarenplan is hierin het vertrekpunt.

Baggeren
Beleidskader

  • Uitvoeringsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2015-2020.
  • Beheer- en Onderhoudsplan vijvers en watergangen 2020-2026.
  • Stedelijk Waterplan 2007-2016 (met doorloop naar 2024).
  • Gemeentelijke begroting 2021

Door bladval en aangroei van baggerslib, groeien de watergangen langzaam dicht. Door te baggeren worden de watergangen op diepte gehouden, en zorgt het voor de regulering van het regen- en grondwater. Het beheer- en onderhoudsplan vijvers en watergangen 2020-2026 (baggeren) geeft inzicht in de waterbodems en de beschoeiingen en de aanpak voor de toekomst. Het beheer en onderhoudsplan vijvers & watergangen is in 2020 geactualiseerd.

Parkeergarages
Beleidskader

  • Voorzieningen Parkeergarages
  • Notitie Parkeerbeleid
  • Nota Hoofdlijnen Parkeerbeleid Centrum
  • Parkeergarages De Meent en De Overtoom –Technisch beheerplan 2018-2023
  • Gemeentelijke begroting 2021.

In het Centrumgebied van Papendrecht vindt een regulering van het parkeren plaats om de leefbaarheid in het Centrum te ondersteunen. Papendrecht exploiteert voor het kort parkeren twee parkeergarages (De Meent en Overtoom). In de nota ‘Hoofdlijnen Parkeerbeleid Centrum’ is het gemeentelijke beleid beschreven. Voor de parkeergarages zijn de tarieven en de kaders voor beheer en exploitatie vastgelegd. De notitie Parkeerbeleid is in 2016 opgesteld en is een aanvulling op dit beleid, waarmee beoogd wordt het gebruik van de parkeergarage voor het parkeren te bevorderen.

In 2018 zijn de technische beheerplannen van de parkeergarages De Meent en De Overtoom door het college vastgesteld. Hiermee wordt een integraal beeld gegeven van het beheer de komende planperiode 2018-2023.

Vastgoed

In de gemeente Papendrecht zijn circa 30 panden beschikbaar voor maatschappelijke doeleinden en sportactiviteiten. Ook worden vijf woningen, die in eigendom van onze gemeente zijn, verhuurd. Per pand wordt uitvoering gegeven aan het opgestelde beleid maatschappelijke accommodaties, waarbij één van de uitgangspunten is om kostendekkend te verhuren. Periodiek vindt analyse plaats op de exploitatiebegroting van het betreffende pand.

Regionale samenwerking

Voor de samenwerking geldt dat we in Papendrecht lokaal doen wat lokaal kan. In deze complexe samenleving kunnen we echter niet alles alleen. Daarom wordt samengewerkt in de Drechtsteden en in de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden waar dat meerwaarde geeft.

In de regio Drechtsteden vindt vanuit Papendrecht samenwerking en kennisuitwisseling plaats. Voor de openbare ruimte gaat het hierbij op zowel uitvoeringniveau (o.a. samenwerking met uitvoeringbestekken) tot op beheersmatig niveau, zoals de energie transitie en de implementatie van een gezamenlijk beheersysteem. Voor de klimaatadaptatie wordt samengewerkt als onderdeel van de regionale groeiagenda. Op operationeel/ inhoudelijk niveau wordt efficiënt samengewerkt op inhoud door gezamenlijk uitvoeringsbestekken voor te bereiden, aan te besteden en uit te laten voeren. Voorbeelden hiervan zijn het bestek beschoeiingen, leveren bomen en beplanting, en samenwerking met betrekking tot de flora & fauna.

Ook in de regio Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden wordt intensief samengewerkt. Zowel op het gebied van riolering en zuivering (GAAV) als op het gebied van openbare verlichting (BOVL). In regionaal verband wordt samengewerkt in A5H verband en tevens in Drechtsteden verband met partners als provincie, waterschap, omgevingsdienst, veiligheidsregio, GGD en andere partners.
Voor de regionale klimaatadaptatie wordt samengewerkt in de RAS A5H. Vanuit de klimaatstresstest en klimaatatlas gaat het gesprek gevoerd worden met lokale partners om vervolgens regionale thema's te benoemen. Met de klimaatstresstest wordt inzichtelijk gemaakt waar de knelpunten zijn als gevolg van klimaatverandering. Papendrecht is in de regio een zelfstandig poldergebied en wordt als zodanig als een individueel gemeentelijk oppervlak beschouwd met een specifiek Papendrechtse klimaatstresstest.

Optimalisatie in het proces van installatieverantwoordelijkheid wordt binnen de Drechtsteden onderzocht, waarbij de inzet is de effectiviteit bij het onderhoud aan elektrotechnische installaties te verbeteren en hoe de procesverantwoordelijkheid belegt kan worden. Voor het onderdeel openbare verlichting vindt samenwerking plaats binnen de gemeenschappelijke regeling van Bureau OVL.

Financiering van werken

De BBV schrijft voor dat vervangingswerken met maatschappelijk nut geactiveerd moeten worden. Dit betekent dat de volgende werken in de openbare ruimte met investeringskredieten gefinancierd worden:

  • Riolering
  • Asfaltwegen
  • Geluidsschermen
  • Civiele kunstwerken
  • Openbare verlichting
  • Speelplaatsen
  • Sportvelden

Voor groot onderhoud waarbij sprake is van in standhouden van kapitaalgoederen zonder verlening van levensduur, schrijft de BBV voor dat een voorziening gevormd kan worden om de kosten te egaliseren over de looptijd van een onderhoudscyclus. Groot onderhoudswerkzaamheden waar een voorziening voor gevormd is zijn:

  • Waterbuspontons, met een onderhoudscyclus van 5 jaar en een jaarlijkse dotatie van € 35.000.
  • Baggeren havens, met een onderhoudscyclus van 16 jaar en een jaarlijkse dotatie van € 62.500.
  • Baggeren vijvers en watergangen, met een onderhoudscyclus van 12 jaar en een jaarlijkse dotatie van € 178.000.
  • Parkeergarages, met een onderhoudscyclus variërend van 1 tot 60 jaar (conform MJOP) en een jaarlijkse dotatie van € 29.000.

Geplande werkzaamheden jaarschijven 2021 t/m 2025

Met de hieronder genoemde activiteiten en bedragen voor de jaren 2021, 2022 en 2023 wordt bij de reconstructies rekening gehouden met de meerjarenplanning vanuit het Gemeentelijke Rioleringsplan. Omdat de ontwikkeling van Kraaihoek in de komende jaren een bepalende factor is in deze meerjarenplanning, waarbij het uitvoeringsjaar in samenwerking met Woonkacht 10 plaatsvindt, ontstaan mogelijke bijstelling in de financiën van de projecten in de onderstaande jaarschijven plaats.

Geplande werkzaamheden in 2021

*opgenomen in kadernota 2021

 

Geplande werkzaamheden in 2022

 

Geplande werkzaamheden 2023

 

Geplande werkzaamheden 2024

*opgenomen in kadernota 2021

 

Geplande werkzaamheden in 2025

*opgenomen in kadernota 2021

3. Financiering

Financiering

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Algemeen

Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (vnl. Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Papendrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Binnen de financiële functie van de gemeente is het van belang om onderscheid te maken tussen de treasury- en de controlfunctie.
Treasury zorgt voor de beschikbaarheid van geldmiddelen; de controlfunctie is belast met het toezicht en de bewaking van de aanwending ervan. Vanuit deze rollen is de focus bij treasury gericht op feitelijke in- en uitgaande kasstromen, terwijl de controlfunctie veelal redeneert in termen van baten en lasten. In deze paragraaf staan voornamelijk de feitelijke kas- en financieringsstromen centraal.

Rente ontwikkelingen
De rente op de geld- en kapitaalmarkten heeft nog steeds een laag niveau. In mei 2020 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten het opkoopprogramma van obligaties verder uit te breiden om de economie van de eurozone extra steun te bieden. Dit betekent vooralsnog een voortzetting van de lage (negatieve) rentetarieven.
De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief.
De kapitaalmarktrente beweegt zich wel wat meer, maar blijft laag. De rente voor 10-jarige staatsleningen bedraagt medio juli -0,15%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2020 circa 0,30% (30 basispunten).

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld. Door de onvoorziene economische omstandigheden wordt door de grootbanken vanaf het voorjaar 2020 geen rentevisie voor een jaar verstrekt.

Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Financieringspostitie

Interne rente
De BBV-notitie rente verplicht in de financieringsparagraaf inzicht te geven in de rentelasten, de aan taakvelden, grondexploitaties toe te rekenen rente en het renteresultaat. In onderstaande tabel is dit samengevat. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 1%.

Renteschema

Renterisico's

Renterisico’s kunnen vanuit Wet fido-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2021 kan de kasgeldlimiet als volgt worden bepaald:

De gemeente Papendrecht verwacht in 2021 binnen de kasgeldlimiet te opereren.

Wij gebruiken veelal 1-maands kasgeldleningen als onderliggende financiering. Rekening houdend met de op te nemen lange-termijn financiering verwachten wij in 2021 binnen de normen van de kasgeldlimiet (max. drie kwartalen overschrijding) te kunnen blijven. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm
De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rente typische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Conform voorschrift van de Wet fido wordt het renterisico in de navolgende tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar. Uit deze tabel blijkt dat de renterisiconorm van de gemeente Papendrecht voor 2021 circa € 18,4 miljoen bedraagt, zijnde 20% van het begrotingstotaal.

Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Papendrecht binnen de grenzen van de renterisiconorm opereert.

Kredietrisico's

Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen en beleggingen) of uit verstrekte garanties.

Verstrekte geldleningen
De gemeente heeft per 1 januari 2021 voor een totaalbedrag van circa € 18,9 miljoen aan leningen verstrekt. Dit kan als volgt worden gespecificeerd naar risicocategorie:

De per jaarultimo vermelde bedragen betreffen:

  • Semi-overheidsinstellingen: Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)
  • Overige toegestane instellingen volgens Treasurystatuut:
    • Rivas (€ 8,3 miljoen)
    • Fabriek Slobbengors CV (€ 1,4 miljoen)
    • Hoofdkantoor Slobbengors CV (€ 8,2 miljoen)
    • Kinderboerderij (€ 45.000)
    • Intens BV (€ 128.000)
    • Voetbalvereniging Papendrecht (€ 4.600).

Verleende garanties
De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd naar risicogroep:

Schatkistbankieren
Bij het gemeentelijk saldobeheer dienen de voorschriften rond Schatkistbankieren in acht te worden genomen. Onder deze regeling dienen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een drempelbedrag, bij het Ministerie van Financiën te stallen. Het drempelbedrag voor de gemeente Papendrecht voor 2021 kan als volgt worden berekend:

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Ondanks een oproep van de VNG-IPO-UVW tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, houdt het kabinet nog steeds vast aan het verplichte schatkistbankieren voor decentrale overheden. Wellicht dat in de nabije toekomst een verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag mogelijk wordt, maar dit is ten tijde van het opstellen van deze paragraaf nog niet bekend.

Informatievoorziening
Enkele keren per jaar vindt een overleg plaats met het Servicecentrum Drechtsteden over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken. Indien daartoe vanuit de gemeente of vanuit het SCD behoefte dan wel noodzaak wordt gevoeld, vindt daarnaast ook contact op incidentele basis plaats.
Voor zover relevant zullen door het SCD rapportages worden opgeleverd voor in- of extern gebruik.

4. Lokale heffingen

Lokale heffingen

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

Ontwikkelingen en rijksbeleid

a. Herziening gemeentelijk belastinggebied
Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de herziening cq. verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief heeft op 18 mei jl. het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. In het bijbehorende syntheserapport zit een voorbeeldpakket met meerdere varianten over een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ bestaat uit 10 rapporten met 169 voorstellen over de volle breedte van het Nederlands belastingstelsel. De uitgewerkte beleidsopties bestaan elk uit verschillende ambtelijke bouwstenen. Voor wat betreft gemeentelijke belastingen is het bouwsteenrapport 'Herziening gemeentelijk belastinggebied' een belangrijke bijdrage. Zowel de beleidsopties als de meeste bouwstenen kunnen op verschillende manieren worden gecombineerd. Ze kunnen ook los van elkaar worden toegepast.

Op gemeentelijke belastinggebied gaat het samengevat om:

  • Verruimen van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingschuif van Rijk naar gemeenten (indicatieve omvang: € 4 tot 6 miljard). Daarbij neemt het gemeentefonds met hetzelfde bedrag af en worden inwoners gecompenseerd door lagere inkomstenbelasting.
    Invullen van deze belastingschuif kan via herinvoering van de OZB-gebruikers woningen en/of ingezetenenheffing.
  • Verbreden van de belastinggrondslag door het afschaffen van één of meer waarderingsuitzonderingen voor de WOZ / OZB.
  • Moderniseren van de belastingmix door de toeristenbelasting anders vorm te geven en de
    hondenbelasting af te schaffen.

Dit biedt ruimte voor verschillende politieke keuzes. Dit is aan het volgende kabinet.

b. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten
Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB).
Deze macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamde uit 2007.

In 2014 is uit onderzoek gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is, omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, daar de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen.

Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten, OZB, afvalstoffen- en rioolheffing, tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten.
In de begroting 2020 is aangekondigd dat deze macronorm zal worden vervangen door een jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken.

Volgens De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Kajsa Ollongren, past de invoering van een benchmark goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Op lokaal niveau vraagt dit van gemeenten nog beter uitvoering te geven aan de al bestaande verplichting om de lastenontwikkelingen in de gemeentelijke begroting deugdelijk te onderbouwen. Aan de hand van de gegevens uit de benchmark kan jaarlijks, tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen, het gesprek gevoerd worden over de ontwikkeling van de lokale lasten.

In deze benchmark voor 2020, opgenomen in de Coelo atlas 2020 vanaf pagina 135, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 139 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente voor 2020 en de tariefswijzigingen per gemeente ten opzichte van 2019.

De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn). Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 776 en voor Zuid-Holland is dit € 788. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2019 bedraagt voor beide 5%.
Verder kan de hoogte van de ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken.
Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen.

Naast deze benchmark vindt u onder 'Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)' nog vergelijking met andere gemeenten aan.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (x 1.000)

Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2021 en 2020, evenals de verantwoorde opbrengsten over 2019. Wij merken op dat de verschillen tussen 2021 ten opzichte van 2020 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis¬houdens in euro’s weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de voor dat jaar geldende tarieven opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2021 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2021 met 7,6% zullen stijgen ten opzichte van het jaar ervoor.

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.

Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Zoals onder Ontwikkelingen en rijksbeleid is opgenomen is deze vervangen door de benchmark lokale lasten.

De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2021 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2020. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen.
De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2019 naar 1 januari 2020 is voor woningen berekend op 8% en voor niet-woningen op 1%. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2021 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten terzake. 
In Papendrecht gebeurt dit kostendekkend. Dit blijkt uit onderstaande berekening.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Rioolheffing

Met ingang van 2010 is het rioolrecht ex artikel 229 van de Gemeentewet vervangen door de rioolheffing ex artikel 228a van diezelfde wet. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Hiermee hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om naast de kosten van zorgplicht voor het afvalwater ook de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten terzake. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald dient met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld.

In Papendrecht gebeurt dit kostendekkend. Dit blijkt uit onderstaande berekening.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Papendrecht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2020 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2020 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

Overige lokale heffingen

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting waarvan de opbrengst naar de algemene middelen van de gemeente gaat.
De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare ruimte, zoals het hebben van terrassen, reclameborden, uitstallingen, bouwmaterialen, kabels en leidingen, etc.

De tarieven worden verhoogd met 1,7% zoals vastgesteld in de Kaderbrief 2021-2024.
1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaald dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven.
Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot en met 2021 precariobelasting hiervan blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

BIZ (Bedrijven InvesteringsZones)
Zowel ondernemers als gemeenten hebben belang bij investeringen in de bedrijfsomgeving. Voor het bedrijfsleven is de kwaliteit en veiligheid van de bedrijfsomgeving een belangrijke factor voor de aantrekkelijkheid van een onderneming voor klanten. Voor de lokale overheid is een veilige en leefbare openbare ruimte van belang om bedrijven (werkgelegenheid) en bezoekers aan te trekken. Een leefbare bedrijfsomgeving heeft invloed op de leefbaarheid van het omliggende gebied; burgers willen een veilige en leefbare omgeving om in te werken, te wonen en te winkelen. Het collectieve belang van de ondernemers valt op deze punten samen met het algemene belang van een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsomgeving. Gezamenlijke investeringen liggen voor de hand omdat dit synergievoordelen oplevert en het effect van de investeringen groter wordt.

Gemeenten hebben met de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen (de bedrijveninvesteringszone (BIZ)) waarbinnen een bestemmingsbelasting (de BIZ-bijdrage) mag worden geheven ter financiering van door een meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste extra voorzieningen. De voorzieningen dienen zowel het gezamenlijk belang van de ondernemers als het algemeen belang. De BIZ kan echter niet worden ingezet voor de financiering van concrete verantwoordelijkheden die de wetgeving exclusief aan de gemeente opdraagt. De BIZ is alleen bedoeld om een hogere kwaliteit aan voorzieningen tot stand te brengen die de gemeente op grond van een optimale verdeling van de beschikbare middelen zelf niet kan en hoeft te realiseren.

Papendrecht kent sinds 2018 deze heffing voor Centrum Papendrecht. Het doel van deze BIZ is om de concurrentiekracht van het winkelgebied te vergroten.

Deze bijdrage wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken in het centrum, zijnde de niet-woningen. Gebruikers van de panden betalen een vast bedrag, eigenaren betalen een percentage van de WOZ-waarde.

Kostendekkendheid

Overige leges

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.
Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Naar verwachting wordt in 2021 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

Grondbeleid

5. Grondbeleid

Algemeen
Het grondbeleid van de gemeente Papendrecht is ondersteunend aan het ruimtelijk beleid zoals dat onder andere in de Structuurvisie, Dijkvisie, Visie op het Groen- Blauwe Netwerk en diverse andere regionale en lokale sectorale visies wordt benoemd. Papendrecht kent sinds de actualisatie van haar beleid een actief situationeel grondbeleid om de doelstellingen uit deze visies te realiseren. In de praktijk is sturing via grond in Papendrecht beperkt. Vrijwel de gehele gemeente is volgebouwd en er is nog slechts één, relatief kleine, uitleglocatie in ontwikkeling. De gemeente heeft, in vergelijking met andere gemeenten, relatief weinig grond in eigendom en er wordt nauwelijks actief aangekocht. Een randvoorwaarde bij het grondbeleid is namelijk, dat er geen onaanvaardbaar maatschappelijk en/of economisch risico gelopen wordt. In praktijk wordt hierdoor met verwerving terughoudend omgegaan.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Papendrecht zijn sinds een aantal jaar omgeslagen van (grote) uitleggebieden naar om herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Dat betekent automatisch dat er veel meer spelers zijn met een grotere diversiteit aan belangen. Ontwikkelingen zijn daardoor complexer, duren langer, vragen meer (ambtelijke) inzet en de uitkomsten kennen een hogere mate van onzekerheid.

De woningmarkt kenmerkt zich momenteel als een sterke vraagmarkt, waarbij inmiddels als gevolg van de cornoa crisis een aanzienlijk risico bestaat op (abrupte) terugval. Dit neemt niet weg dat de belangstelling bij ontwikkelaars, beleggers en aannemers om in Papendrecht te bouwen vooralsnog onverminderd groot is. Er zijn echter nauwelijks locaties beschikbaar waar dit op relatief korte termijn en gemakkelijk kan.

De beperkte hoeveelheid grond in eigendom maakt dat de financiële risico's in omvang beperkt zijn. Deze financiële risico’s in grondexploitaties zijn bij de twee lopende complexen Centrum en het Land van Matena aanwezig.

Werkwijze
De afgelopen jaren zijn de taken bij het voeren van de grondexploitatie over meerdere personen verdeeld. De uitvoering en control zijn van elkaar gescheiden. Voor alle projecten worden aparte dossiers opgesteld, waarin alle relevante financiële gegevens, taxaties, ramingen en onderliggende contracten verzameld zijn. Deze werkwijze zal in 2021 voortgezet worden.

Afronding projecten
In 2020 is de situatie dat aan 3 grondexploitatieprojecten gewerkt wordt; Land van Matena, Sportcentrum en het Centrum. De laatst genoemde is in de eindfase en kan volgens de laatste inzichten in 2022 afgerond en afgesloten worden. Het Sportcentrum is mid 2020 afgerond en zal eind dit jaar worden afgesloten.
Omdat het complex Land van Matena winstgevend is zal vanaf 2022 het grondbedrijf waarschijnlijk vennootschap belasting plichtig zijn. Het gevolg hiervan is dat minder netto winst uit het complex opgehaald kan worden.
Het meerjarenperspectief geeft aan dat na 2023 vooralsnog geen grondexploitatie complexen in uitvoering zijn.

Meerjarenperspectief Grondexploitaties
De exploitatieberekeningen worden jaarlijks bij de jaarstukken herzien. Enerzijds wordt daarbij teruggeblikt op de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven ten opzichte van de ramingen, anderzijds wordt vooruitgekeken. Door middel van (her)taxaties worden de ingeschatte opbrengsten opnieuw gewaardeerd en de ramingen voor de nog uit te voeren werkzaamheden worden geactualiseerd. Zo nodig worden de fasering en de looptijd van het project aangepast en de parameters voor rente en inflatie opnieuw beoordeeld. Voor de berekening van de financieringslasten wordt uitgegaan van een rentepercentage van 1,3% bij zowel een positieve boekwaarde (inkomsten groter dan de uitgaven) en een negatieve boekwaarde (uitgaven groter dan inkomsten). De geraamde kosten voor latere jaren zijn gecorrigeerd met 3% kostenstijging in 2021 en 2% voor de jaren daarna.

Niet in exploitatie genomen gronden
Strategische grondaankopen zijn opgenomen bij de materiële vaste activa

In exploitatie genomen gronden
Voor complexen waar een tekort wordt verwacht, wordt een voorziening gevormd. In onderstaande tabel is een prognose van het totaal in exploitatie genomen gronden opgenomen. Het totaal verwachtte resultaat bedraagt, conform verwachting, € 24.1 miljoen negatief. Tegenover dit geprognosticeerde negatieve resultaat staan voorzieningen om dit negatieve resultaat op te vangen.

Verloop van het totaal van in exploitatie genomen gronden zoals opgenomen in het MPG 19

Winstneming
Winsten op grondexploitaties worden tussentijds genomen of bij afsluiting van een complex. Dit is, afhankelijk van de grootte van het complex, per deelgebied of voor het hele complex. Bij winstneming wordt het behaalde resultaat verrekend met de risicoreserve grondexploitaties. Winstneming geschied volgens de voorschriften van het BBV volgens de poc (naar rato van realisatie) methode.

Risicoreserve grondexploitatie
De Risicoreserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen voor grondexploitaties en is bedoeld om financiële risico’s op te kunnen vangen en tekorten op lopende grondexploitaties af te dekken. Komt de risicoreserve boven of onder het gewenste niveau, dan zal dit in lijn met het gemeentelijk beleid worden geëgaliseerd.

Risicobepaling grondexploitaties
In lijn met de nota grondbeleid worden risico’s in de grondexploitatie per complex geïnventariseerd. Van deze risico’s wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat een bepaald risico zich voordoet. Uitgangspunt bij het bijstellen van exploitatieberekening is, dat risico’s waarvan de kans dat het zich voordoet groter dan of gelijk is aan 50% volledig worden verwerkt in de exploitatieopzet van betreffend complex. Risico’s worden situationeel beoordeeld, en afhankelijk van het ingeschatte risico, voorzien van een wegingsfactor. Voor deze wegingsfactor wordt 10%, 20%, 30% en 40% gehanteerd. Het totaal gewogen risico (risicobedrag x kans) is berekend op € 2,0 miljoen.

Meerjarenbegroting 2019 – 2023
Budgetten van de grondexploitatie zijn onderdeel van de gemeentebegroting. In onderstaande tabel uit het MPG 19 is een specificatie opgenomen per kostensoort van de verwacht uitgaven en inkomsten.
Actualisatie van de begrotingscijfers vindt steeds plaats bij herziening van het MPG als onderdeel van het jaarrekening proces.

6. Verbonden Partijen

Inleiding

De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen. De gemeente ervaart een duidelijke meerwaarde van samenwerking met deze partijen. Met behoud van eigen karakter en identiteit zal continuering van regionale samenwerking plaatsvinden. Hoewel de gemeente de taken niet meer zelf uitvoert, blijft zij hiervoor wel verantwoordelijk.

Uitgangspunt is dat verbonden partijen een bijdrage leveren aan het gemeentelijk beleid. Waar verbonden partijen betrokken zijn bij de uitvoering van de speerpunten uit het collegeakkoord wordt hier extra op toegezien. Uiteraard wordt hierbij wel gekeken naar de mate van invloed. Waar de gemeente relatief weinig invloed heeft wordt minder gestuurd. Hierdoor kan de (ambtelijke) capaciteit gerichter worden ingezet op verbonden partijen waar invloed groter is. De gewenste sturing per verbonden partij is geïnventariseerd en in deze paragraaf opgenomen.

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het financiële belang bestaat uit de middelen die aan de verbonden partij beschikbaar zijn gesteld en die niet verhaalbaar zijn bij een faillissement van de verbonden partij, dan wel uit een bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het bestuurlijk belang verwijst naar hetzij de zeggenschap uit hoofde van vertegenwoordiging in bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden:

Gemeenschappelijke regelingen

  1. GR Drechtsteden
  2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid
  3. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
  4. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
  5. GR Sociale werkvoorziening Drechtwerk
  6. GR Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede
  7. GR Gevudo

    Vennootschappen en Coöperaties
  8. Stedin groep NV
  9. Bank Nederlandse Gemeenten NV
  10. Oasen NV
  11. Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden
  12. Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV
  13. Recreatie en Cultuur holding BV

Deze paragraaf geeft inzicht in de betrokkenheid van de gemeente Papendrecht bij door verbonden partijen uit te voeren taken en processen. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke en financiële belangen blijft inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen gewenst. Voor de beleidsmatige ontwikkelingen wordt verwezen naar de betreffende programma’s.

Met de verkoop van aandelen Eneco (raadsvergadering januari 2020) is deze NV voor de gemeente geen verbonden partij meer. Verder is de risicoprofiel en sturing op de verbonden partijen Stedin en Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede op maatwerk gezet. Verdere toelichting wordt gegeven bij de betreffende verbonden partij.
De gevolgen van de coronacrisis zijn voor de verbonden partijen nog onzeker en hiermee zijn de financiële consequenties nog niet in te schatten.

Risicoprofiel
Per verbonden partij wordt volgens de stoplichtenmethode in beeld gebracht welke risico's de gemeente loopt in haar financiële, informatieverstrekkende en bestuurlijke relatie met de verbonden partij. Ook algemene omstandigheden, bijvoorbeeld ‘jonge’ regeling, worden meegewogen. De wijze van risicobepaling is gebaseerd op basis van de Nota Verbonden Partijen 2017. Indien het bestuurlijk en/of financieel risico beperkt is, is het stoplicht groen. Kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden, kleurt het stoplicht oranje. Mocht de relatie met de verbonden partij risicovol zijn dan is het stoplicht rood. De risico's van de verbonden partijen zijn (nader) toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. De tabel geeft ook inzicht in de overige verbonden partijen en het in het boekjaar ontvangen dividend.

Gezien de diversiteit van de verschillende onderdelen binnen de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) wordt in onderstaande tabel een nadere detaillering van de bijdrage per dienst weergegeven.

Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden

 

1.

 

Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden

 

Vestigingsplaats

 

Dordrecht/Sliedrecht

 

Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Onderdelen

 

 

 

  • Bureau Drechtsteden, Griffie, Servicecentrum Drechtsteden(SCD)/ Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD), Sociale Dienst Drechtsteden (SDD): Dordrecht;
  • Gemeentebelastingen Drechtsteden (GBD)/Onderzoekcentrum Drechtsteden: Sliedrecht

 

Doel

 

  1. Drechtsteden heeft tot doel, binnen de kaders als genoemd in en voortvloeiend uit deze regeling, draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied.
  2. Ter verwezenlijking van de in het vorige lid genoemde doelstelling behartigt Drechtsteden, met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:
    1. Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
    2. Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, beheer basisregistraties en verkeersveiligheid)
    3. Sociaal (sociale zekerheid en -ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
    4. Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
    5. Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
    6. Sociaal-geografisch onderzoek
    7. De uitvoering van de belastingheffing en -invordering.
  3. Naast de in het tweede lid genoemde belangen heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:
    1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgesteld, elk voor zover het hun gebied betreft
    2. de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft

 

Openbaar belang

 

Het in algemene zin behartigen van regionale belangen op het terrein van:

economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme), fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen en publieke infrastructuur), sociaal (sociale zekerheid en - ontwikkeling, sociale werkvoorziening, kennisinfrastructuur, sport en cultuur), bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid, staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering, sociaal-geografisch onderzoek, uitvoering van de belastingheffing en -invordering.

 

Financieel belang

 

De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van het onderdeel en de activiteit een bijdrage. Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

 

Bestuurlijk belang

 

Vertegenwoordiging door wethouder P.L. Paans in het Drechtstedenbestuur. Daarnaast heeft elke fractie van de gemeenteraad een lid aangewezen, die namens de gemeente Papendrecht zitting heeft in de Drechtraad.

Deelnemende partijen

Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

 

 

Kerncijfers

 

 

 

 

 

Jaarresultaat 2019

€ 830.000

 

 

 

 

31-12-2019

31-12-2018

 

 

Eigen vermogen

€ 1.148.000

€ 676.000

 

 

Vreemd vermogen

€ 44.878.000

€ 60.746.000

 

 

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

€ 0

voor bestemming

 

 

Eigen vermogen

€ 0

ultimo 2021

 

 

Vreemd vermogen

€ 53.000.000

ultimo 2021

 

 

 

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en Ondersteuning

2. Verkeer, vervoer en waterstaat

3. Economie

6. Sociaal Domein

7. Volksgezondheid en milieu

8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

 

Achtergrondinformatie

 

 

Om inzicht te krijgen in de financiële consequenties voor de gemeenten van de ontwikkelingen in het sociaal domein wordt een nieuw financieel kader ontwikkeld, dat in de tweede helft van 2020 aan de gemeenten en Drechtraad wordt aangeboden.

Conform de voorstellen van Deetman ligt de uitvoering van de groeiagenda bij gemeenten; met ingang van 2020 wordt de uitvoeringsorganisatie vanuit de gemeente Dordrecht gestuurd.

De kostenbegroting van de sociale dienst is gebaseerd op een aantal onzekere aannames over de groei van de vraag naar voorzieningen. Het gaat om open-eindregelingen waarvan de ontwikkeling zich niet precies laat voorspellen.

De Drechtraad (juli 2020) heeft met de voorgestelde bezuinigingsmaat-regelen in financiële zin € 2,0 miljoen ingevuld van de voor het sociaal domein geldende taakstelling van € 2,9 miljoen. Voor verdere maatregelen is op dit moment geen breed draagvlak. Het restant van de taakstelling blijft wel staan. Voor de resterende € 0,9 miljoen is de inspanningsverplichting dat naar mogelijkheden wordt gezocht in het verder vormgeven van het lokaal maatwerk. 

 

Kleur stoplicht

 

Rood

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

 

Actief

 

www.drechtsteden.nl

(vergaderstukken van de Drechtraad zijn op de site raadpleegbaar).

 

 

Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

 

2.

 

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Onderdelen

 

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Holland Zuid (GGD), Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (BLVS), Serviceorganisatie Jeugd (SOJ), Regionale Ambulancevoorziening.

 

Doel

 

 

Het samenwerkingsverband heeft tot taak, vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur, en met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, een bijdrage te leveren aan het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten, teneinde een evenwichtige en voorspoedige ontwikkeling in het gebied te bevorderen.

De behartiging van belangen geschiedt door het bepalen van de hoofdlijnen van gewenste ontwikkelingen door middel van sturing, ordening, integratie en in voorkomende gevallen uitvoering ter zake van de taakvelden publieke gezondheid, onderwijs en jeugd.

 

Openbaar belang

 

 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van volksgezondheid, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp, veilig thuis, onderwijs en welzijn.

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder P.L. Paans.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2019

€ 1.495.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 4.772.000

€ 4.169.000

Vreemd vermogen

€ 36.492.000

€ 58.402.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

-/- € 708.000

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 1.705.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 31.190.000

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

4. Onderwijs

6. Sociaal Domein

7. Volksgezondheid en milieu

 

Achtergrondinformatie

 

 De kostenontwikkeling van jeugdhulp blijft de begroting van gemeenten, net als voorgaande jaren, ernstig onder druk houden. In het regionale beleid zijn maatregelen opgenomen die moeten leiden tot het terugdringen van de jeugdhulp uitgaven in onze regio. De maatregelen zijn gebaseerd op zgn. de Omdenknotitie Jeugdhulp. Omdat de financiële ambities vooralsnog niet worden gerealiseerd, is vanuit Papendrecht het klemmende beroep gedaan richting het bestuur van deze gemeenschappelijke regeling om zich samen met deskundigen te buigen over het vraagstuk van reëel begroten en het realiseren van kostenbeheersing.

 

Kleur stoplicht

 

 

Rood

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

Actief

 

www.dienstgezondheidjeugd.nl

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

 

                                      3.

 

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

 

 

Doel

 

 

De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de deelnemers bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten.

 

 

Openbaar belang

 

 

Veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid.

 

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

Gemeente wordt in het algemeen bestuur door wethouder A.M.J.M. Janssen vertegenwoordigd.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht en provincie Zuid-Holland.

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2019

€ 252.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 3.485.000

€ 1.735.000

Vreemd vermogen

€ 2.154.000

€ 6.693.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

-/- € 341.000

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 1.896.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 7.690.000

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

 

7. Volksgezondheid en milieu

Achtergrondinformatie

Vanuit opdrachtgeverschap vindt actieve sturing plaats op het uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst, waarin de lokale prioriteiten en aandachtspunten van handhaving worden opgenomen.

Met de uittreding van de gemeenten Leerdam en Zederik heeft de GR vanuit de frictie een financiële opgave.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

Sturingsarrangement

 

Website

 

Passief

 

www.ozhz.nl

 

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

4.

 

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

 

Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

 

Onderdelen

 

  • Regionale Brandweer Zuid-Holland Zuid: Dordrecht.
  • Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR).

 

Doel

 

Het openbaar lichaam heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen met behoud van lokale verankering bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren, teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

Openbaar belang

 

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: regionale brandweer, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid.

 

Financieel belang gemeente

 

 

De gemeente betaalt jaarlijks afhankelijk van onderdeel en activiteit een bijdrage. Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Burgemeester A.J. Moerkerke vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

 

 

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2019

€ 3.811.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 8.272.000

€ 8.363.000

Vreemd vermogen

€ 59.786.000

€ 60.630.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

-/- € 681.000

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 3.341.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 74.868.000

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

1. Veiligheid

Achtergrondinformatie

 

Per 1-1-2019 is de gemeente Vijfheerenlanden gevormd en onderdeel van de provincie Utrecht geworden. Als gevolg van het wegvallen van deze gemeente heeft de Veiligheidsregio een frictieopgave.

 

Kleur stoplicht

 

 

Oranje

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

Actief

 

www.vrzhz.nl

(vergaderstukken van het algemeen bestuur zijn op de site raadpleegbaar).

 

Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Drechtwerk



 

5.

 

Gemeenschappelijke Regeling Drechtwerk

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

 

Doel

 

Het openbaar lichaam behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de sociale werkvoorziening en geeft in opdracht van de gemeenten uitvoering aan de in de wet en in deze regeling genoemde taken.

 

Openbaar belang

 

Mogelijk maken dat mensen met een arbeidshandicap kunnen werken naar vermogen.

 

Financieel belang

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. De algemene bijdrage per gemeente wordt bepaald op basis van het aantal geplaatste werknemers, afkomstig uit de betreffende gemeente, op 1 januari van het boekjaar.

 

Bestuurlijk belang

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder P.L. Paans.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2019

€ 893.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 1.041.000

€ 1.140.000

Vreemd vermogen

€ 27.912.000

€ 30.064.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

€ 0

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 103.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 27.230.000

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

6. Sociaal Domein

 

Achtergrondinformatie

 

Ten opzichte van eerdere meerjarenramingen zijn de resultaten positiever. Uit de begroting 2021 blijkt evenwel dat de tekorten van Drechtwerk na een tijdelijke daling de komende jaren zullen toenemen.

Medio 2019 heeft het Algemeen Bestuur besloten dat Drechtwerk en de SDD intensiever gaan samenwerken, maar dat er voorlopig sprake zal zijn van twee afzonderlijke organisaties. Verdere uitwerking hiervan vindt nog plaats. 

 

Kleur stoplicht

Rood

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

Actief

 

www.drechtwerk.nl

 

Gemeenschappelijke regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

 

6.

 

Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

 

Vestigingsplaats

 

 

Hardinxveld-Giessendam

 

Rechtsvorm

 

Gemeenschappelijke regeling

Doel

 

Doel is het behartigen van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de gemeenten op het gebied van het in stand houden van de openbare verlichting van de gemeenten.

 

Openbaar belang

 

 

Het in stand houden van de openbare verlichting.

 

Financieel belang

 

 

Voor de bijdrage in de gemeenschappelijke regeling wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bedrag dat wordt berekend op basis van het aantal lichtobjecten, dat zich op het grondgebied van de gemeente bevindt.

 

Bestuurlijk belang

 

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur door wethouder C. de Ruijter.

 

Deelnemende partijen

 

Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Vijfheerenlanden.

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2019

€ 12.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 141.000

€ 150.000

Vreemd vermogen

€ 171.000

€ 195.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

 € 12.000

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 130.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 167.000

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

2. Verkeer, vervoer en waterstaat

 

Achtergrondinformatie

Per 1 mei 2020 heeft uittreding plaatsgevonden van de gemeente Krimpenerwaard. Door uittreding van deze gemeente dient een afweging te worden gemaakt over de vaste personele bezetting. Als de basis op weer op orde is wordt de beschikbare capaciteit steeds meer projectmatig ingezet, waarbij de kosten kunnen worden doorberekend aan de opdrachtgever. De ontwikkelingen zullen vanuit de gemeente gevolgd worden. 

 

Kleur stoplicht

 

Sturingsarrangement

 

Oranje

 

Maatwerk

 

Website

www.bureau-ovl.nl

 

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

 

7.

 

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

 

Vestigingsplaats

 

Dordrecht

 

Rechtsvorm

 

 

Gemeenschappelijke regeling

Doel

Gevudo bezit 529 aandelen van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar (HVC) en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC.

 

Openbaar belang

 

Afvalinzameling, - verwerking en straatreiniging.

 

Financieel belang

 

Gevudo is aandeelhouder in de HVC met 529 aandelen op een totaal van 2.914 (18,15%).

Gevudo heeft met ingang van 2015 haar gemeenschappelijke regeling aangepast, zij is nu een 'houdstermaatschappij': zij voert geen operationele taken meer uit.

 

Bestuurlijk belang

 

Gemeente wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder A.M.J.M. Janssen.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht,  Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden en Zwijndrecht.

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2019

€ 0

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 30.000

€ 30.000

Vreemd vermogen

€ 536.000

€ 536.000

Begrotingsresultaat 2021

€ 0

na bestemming

€ 0

voor bestemming

Eigen vermogen

€ 30.000

ultimo 2021

Vreemd vermogen

€ 0

ultimo 2021

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en Ondersteuning

7. Volksgezondheid en Milieu

 

Achtergrondinformatie

 

-

 

Kleur stoplicht

 

Groen

 

Sturingsarrangement

 

Website

Passief

 

N.v.t.

 

Stedin Groep

 

8.

 

Stedin Groep

 

Vestigingsplaats

 

Rotterdam

 

Rechtsvorm

 

 

Naamloze Vennootschap

Doel

 

Stedin Groep zorgt voor een energienet in met name de Randstad aan particuliere en zakelijke klanten.

 

Openbaar belang

 

 

Energievoorziening

Financieel belang

 

De gemeente is voor 0,68% aandeelhouder. Voor het dividend wordt verwezen naar het overzicht in de inleiding: Bijdragen gemeenschappelijke regelingen.

 

Bestuurlijk belang

 

De gemeente wordt in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) door wethouder P.L. Paans vertegenwoordigd.

 

Deelnemende partijen

 

https://www.stedingroep.nl/aandeelhouders

Kerncijfers

Jaarresultaat 2019

€ 325.000.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 2.949.000.000

€ 2.699.000.000

Vreemd vermogen

€ 4.340.000.000

€ 4.292.000.000

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en ondersteuning

 

Achtergrondinformatie

Stedin staat voor grote investeringen in de verbetering van het netwerk. Dit zal resulteren in lagere toekomstige winstuitkeringen. Stedin verwacht de komende jaren tussen de 750 miljoen en 1 miljard euro aan extra eigen vermogen nodig te hebben om die investeringen te kunnen doen. Voor een belangrijk deel hiervan doet Stedin een beroep op haar aandeelhouders. De ontwikkelingen zullen vanuit de gemeente gevolgd worden. 

Kleur stoplicht

 

Sturingsarrangement

Oranje

 

Maatwerk

 

Website

https://www.stedin.net/

 

Bank Nederlandse Gemeenten NV

 

9.

 

Bank Nederlandse Gemeenten NV

 

Vestigingsplaats

 

Den Haag

 

Rechtsvorm

 

Naamloze Vennootschap

 

Doelstelling

 

 

Kredietverlening aan de publieke sector

Openbaar belang

 

De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

 

Financieel belang

 

 

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 6.318 aandelen. Het totaal aantal geplaatste aandelen bedraagt 55.690.720 aandelen.

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AVA) vertegenwoordigd door wethouder P.L. Paans.

 

Deelnemende partijen

 

De BNG bank is een structuurvennootschap. Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2019

€ 163.000.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 4.887.000.000

€ 4.991.000.000

Vreemd vermogen

€ 144.802.000.000

€ 132.518.000.000

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en ondersteuning

Achtergrondinformatie

 

-

Kleur stoplicht

Groen

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

 

Passief

 

www.bng.nl

 

Oasen NV

 

10.

 

Oasen NV

 

Vestigingsplaats

 

Gouda

 

Rechtsvorm

 

Naamloze Vennootschap

 

Doel

 

Leveren van helder en betrouwbaar drinkwater

 

Openbaar belang

 

Drinkwatervoorziening

 

Financieel belang

 

 

De gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 29 van de 748 aandelen (3,9%). De aandelen hebben een nominale waarde van € 455 per aandeel. Er zijn 748 aandelen geplaatst bij de gemeenten in het verzorgingsgebied van Oasen NV. Dit komt ongeveer neer op ongeveer 1 aandeel per 1.000 inwoners. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) bestaat uit vertegenwoordigers van aandeelhoudende gemeenten.

 

Bestuurlijk belang

 

 

De gemeente wordt vertegenwoordigd in de aandeelhoudersvergadering door wethouder A.M.J.M. Janssen. 

 

Deelnemende partijen

 

https://www.oasen.nl/over-oasen/bedrijfsstructuur/aandeelhouders

 

Kerncijfers

 

Jaarresultaat 2019

€ 3.693.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 112.187.000

€ 108.494.000

Vreemd vermogen

€ 168.537.000

€ 160.973.000

 

 

Relatie met programma

 

0. Bestuur en ondersteuning

 

Achtergrondinformatie

 

-

 

Kleur stoplicht

 

Groen

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

 

Passief

 

www.oasen.nl

 

Regionale Onwikkelmaatschappij Drechtsteden

 

11.

 

Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden

 

Vestigingsplaats

 

 

Dordrecht

Rechtsvorm

 

Binnen de ROM-D groep participeert gemeente Papendrecht direct in de:

  • naamloze vennootschap ROM-D holding (ROM-D Holding NV);
  • commanditaire vennootschap ROM-D Dordtse Kil III (ROM-D Dordtse Kill III CV).

 

Doel

 

Versterken en uitbouwen regionale economie.

 

Openbaar belang

 

Versterken en uitbouwen van de regionale economie door: uitgifte van kavels, ontwikkeling van bedrijventerreinen, revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en promotie van de regio Drechtsteden, als vestigingslocatie voor bedrijven.

 

Financieel belang

 

De gemeente Papendrecht heeft een kapitaalinbreng in

- ROM-D Holding van € 150.000. 

- ROM-D Dordtse Kil III € 194.000.

Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal: € 344.000. Deze inbreng bestaat uit aandelen in ROM-D Holding, respectievelijk deelname in het commanditair kapitaal van ROM-D Dordtse Kil III. De gemeente heeft binnen de ROM-D Holding N.V. een aandeel van 3% en in de ROM-D Kil III een aandeel van 2%.

 

Bestuurlijk belang

 

De gemeente wordt in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) door wethouder P.L. Paans vertegenwoordigd.

 

Deelnemende partijen

 

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, de Provincie Zuid-Holland en Rotterdam.

 

Kerncijfers

ROM-D NV

Jaarresultaat 2019

-/- € 8.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 4.118.000

€ 4.126.000

Vreemd vermogen

€ 2.162.000

€ 2.150.000

 

ROM-D CV

Jaarresultaat 2019

€ 1.056.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 9.457.000

€ 10.389.000

Vreemd vermogen

€ 8.987.000

€ 9.013.000

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en ondersteuning

3. Economie

8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

 

Achtergrondinformatie

 

Het voornemen om in 2020 met de gemeente Rotterdam overleg te voeren over haar uittreding.

 

Kleur stoplicht

 

 

Groen

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

Passief

 

www.rom-d.nl

Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

 

12.

 

Gemeente Papendrecht Slobbengors Beheer BV

 

Vestigingsplaats

 

Papendrecht

 

Rechtsvorm

 

Besloten vennootschap

 

Doel

 

Deelnemen in een besloten vennootschap die participeert als beherend vennootschap in een commanditaire vennootschap ter exploitatie van een fabriek en een kantoor gelegen op het terrein Slobbengors.

 

Openbaar belang

 

 

Borging werkgelegenheid.

 

Financieel belang

 

Gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 100% van de aandelen. Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal € 18.000.

 

Bestuurlijk belang

 

De gemeente wordt vertegenwoordigd door wethouder P.L. Paans.

 

Deelnemende partijen

Papendrecht

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2018

-/- € 4.000

 

 

31-12-2018

31-12-2017

Eigen vermogen

€ 8.000 

€ 12.000

Vreemd vermogen

€ 13.000

€ 12.000

 

 

Relatie met programma

 

 

0. Bestuur en ondersteuning

3. Economie

 

Achtergrondinformatie

 

-

 

Kleur stoplicht

 

Sturingsarrangement

 

Groen

 

Passief

 

Website

 

 -

Recreatie en Cultuur holding BV

 

13.

 

Recreatie en Cultuur holding BV

 

Vestigingsplaats

 

Papendrecht

 

Rechtsvorm

 

Besloten vennootschap

 

Doel

 

Deelnemen in een besloten vennootschap die de exploitatie van Theater De Willem en de binnensportaccommodaties verzorgt.

 

Openbaar belang

 

Borging voorzieningen op het gebied van sport en cultuur.

 

Financieel belang

 

Gemeente Papendrecht is aandeelhouder van 100% van de aandelen. Het financiële risico omvat de kapitaalinbreng van in totaal € 450.000.

 

Bestuurlijk belang

 

De gemeente wordt vertegenwoordigd door wethouder C. de Ruijter.

Deelnemende partijen

Papendrecht

 

Kerncijfers

Jaarresultaat 2019

€ 22.000

 

 

31-12-2019

31-12-2018

Eigen vermogen

€ 472.000

€ 585.000

Vreemd vermogen

€ 1.146.000

€ 1.076.000

 

 

Relatie met programma

 

 

5. Sport, Cultuur en recreatie

 

Achtergrondinformatie

 

De holding exploiteert het theater en binnensportaccommodaties van Papendrecht.

Met ingang van 2019 zijn op basis van de Wet Omzetbelasting diensten vrijgesteld die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen.

Medio 2020 heeft de belastingdienst ingestemd met het ingebrachte standpunt van het sportbedrijf, dat zij een winst beogende instelling is waardoor de genoemde vrijstelling buiten toepassing blijft.

 

Kleur stoplicht

 

 

Oranje

 

Sturingsarrangement

 

Website

 

Maatwerk

 

www.sportpapendrecht.nl

www.theaterdewillem.nl

7. Bedrijfsvoering

Ontwikkeling organisatie en ontwikkeling HRM

In 2021 zal vooral voortgeborduurd worden op een professionele ondersteuning aan teamleiders gericht op de verdere uitvoering van het organisatieontwikkelingsproces. In het leiderschapstraject dat in 2020 start en een doorloop kent in 2021, gaat het met name om versterking van leiderschapskwaliteiten. Daarnaast vindt (collectief en op individueel niveau) praktische ondersteuning plaats door de P-adviseurs gericht op een juiste toepassing van het HRM-instrumentarium.

In 2021 zal gewerkt gaan worden met een nieuw HRM-systeem. Dit systeem zal naast de uitvoering van de personeels- en salarisadministratie, ook als managementinformatiebron dienen en biedt ondersteuning bij ziekteverzuim en werving en selectie.

Tijdens de coronacrisis is ervaring opgedaan met andere manieren van werken. Gekeken gaat worden of vanuit die ervaring bedrijfsvoeringsprocessen efficiënter ingericht kunnen worden. De mogelijkheden van thuiswerken kunnen verruimd en beter ondersteund worden zeker waar er een werkgeversbelang aanwezig is of een algemene belang wordt gediend.

Door de coronacrisis is het opleidingsplan 2020 maar beperkt uitgevoerd. Gekeken wordt welke consequenties dit heeft voor de organisatie en welke alternatieve ontwikkelings- en opleidingsmogelijkheden er zijn naast de meer traditionele opleidingsvormen.

Personeel

Medewerkers moeten steeds meer de samenwerking zoeken met de samenleving, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Daarnaast verlangen inwoners ook kwaliteit van beleid en dienstverlening. Dit alles vraagt van medewerkers een andere inzetbaarheid, andere competenties en een andere manier van werken.
Als werkgever willen we een spiegel zijn van wat van een participatiemaatschappij wordt verwacht. Dit betekent dat ook in het HRM-beleid flexibiliteit, verantwoordelijkheid, ruimte maar ook respect en integer handelen belangrijke waarden zijn. Dit moet blijvend leiden tot zelfstandige, goed gekwalificeerde en tevreden medewerkers die flexibel en duurzaam inzetbaar zijn.

Het (regionale) contract met de huidige arbodienst, ARBO-unie Nederland, kent een verlengingsmoment op 1 april. Einddatum van het vierjarige contract is 1 april 2022. Naast een besluit over verlenging van het contract vraagt dit ook een start van een nieuw aanbestedingstraject met een marktverkenning. Momenten die benut kunnen worden voor verbeteringen in de dienstverlening.

CAO en wetgeving

De huidige CAO kent een looptijd tot eind 2020. De voorbereidingen op een nieuwe CAO zijn inmiddels gestart. In de nieuwe cao worden afspraken vastgelegd over een vitaliteitsbeleid en een harmonisatie van verlof.

De organisatie kan niet zonder inhuur van specifieke deskundigheid en extra capaciteit om alle taken op het gewenste moment uit te voeren. Om toekomstbestendig te zijn maar ook vanuit een goede uitvoering van de nieuwe wetgeving is wel een passend evenwicht van de capaciteitsinzet van eigen medewerkers en externe inhuur van belang.

Ondersteuning vindt plaats via een brokerdienstverlening op basis van een raamovereenkomst, die ook waarborgen biedt voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen ten aanzien van externe inhuur. De laatste jaren is er veel nieuwe wetgeving vastgesteld om flexibele arbeid goed te regelen (fiscaal, arbeidsrechtelijk, aanbestedingsregels). Het huidige contract eindigt op 1 januari 2021. Het aanbestedingstraject moet leiden tot een nieuw contract dat naast de garantie op het tijdig kunnen aanleveren van goede kandidaten, voorziet op een juiste uitvoering van die wetgeving en ruimte biedt om tijdig te kunnen inspelen op ontwikkelingen in deze dynamische markt.

Regionale aanpak: Goed werkgeverschap

Vanuit 'Goed werkgeverschap' is regionaal een aantal thema's benoemd, die ook in 2021 verder uitgewerkt gaan worden:

  • Duurzame inzetbaarheid (nader uitgewerkt)
  • Talentmanagement en Branding
  • Belonen en waarderen en functiegebouw
  • Mobiliteit / Faciliteren uitwisseling personeel
  • Terugdringen ziekteverzuim

Duurzame inzetbaarheid

Regionaal maar ook vanuit de nieuwe cao blijft duurzame inzetbaarheid een speerpunt. Omdat de uitvoering vooral een lokale aangelegenheid is, wordt dit nader toegelicht.
Belangrijk onderdeel van lokale uitvoering is dat goed inzicht is in de (toekomstige) behoefte aan capaciteit en kwaliteit afgezet tegen talenten van medewerkers. Met de teamleiders zal via strategische personeelsplanning dat inzicht geconcretiseerd worden. Beoogd wordt dat medewerkers voldoende in staat zijn hun werkzaamheden af te stemmen en aan te passen op de ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie. Daarnaast en in lijn daarmee zal er ruimte moeten zijn voor het tegemoetkomen aan wensen op het gebied van (loopbaan)ontwikkeling en moet er sprake zijn van een goede balans tussen werk, privé en zorg. Het is aan de medewerker zelf om de regie te nemen met een faciliterende rol voor de werkgever. Het vitaliteitsbeleid dat onderdeel uit gaat maken van de nieuwe CAO 2021 speelt daarbij een grote rol.

Juridische kwaliteitszorg

De Wet digitale overheid wordt naar verwachting medio 2020 gepubliceerd in het Staatsblad, en zal aansluitend gefaseerd in werking treden. Deze wet richt zich op het verbeteren van de digitale overheid door standaarden voor elektronisch verkeer verplicht te stellen. Ook biedt deze wet regels aan over informatieveiligheid en over de toegang van burgers en bedrijven tot online dienstverlening bij de (semi)overheid.

De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wet MEBV) treedt op 1-1-2021 in werking, op grond waarvan de inwoners alle formele verzoeken aan de overheid digitaal kunnen indienen.
De Wet elektronische publicaties (Wet EP) treedt ook op 1-1-2021 in werking en bevat een uitbreiding van de verplicht digitaal bekend te maken besluitvorming. Dit houdt in dat in aanvulling op de huidige situatie, beleidsregels volledig digitaal gepubliceerd moeten worden.

Verder blijft de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) (waaronder de informatieveiligheid) onverminderd grote aandacht vragen. Nadruk ligt in 2021 op voorlichting, ondersteuning en advisering van teamleiders bij uitvoering van risicoanalyses (BRA en eventueel DPIA), maatregelen en verwerkersovereenkomsten.

De toekomst van de regionale samenwerking in de Drechtsteden vraagt qua regelgeving ook de nodige aandacht van het taakveld.

De accounthoudersrol van diverse disciplines richting het SCD, waaronder het Juridisch kenniscentrum, wordt structureler ingericht met als doel betere kennisdeling en daardoor verbeterde dienstverlening.

Mandaatbesluit
In wettelijke regelingen zijn bevoegdheden toegekend aan de raad, het college en de burgemeester. In het mandaatregister zijn de gemandateerde bevoegdheden aan bepaalde functionarissen toegekend. In 2021 staat herziening van het mandaatbesluit op de planning. Het uitgangpunt van het Algemeen Mandaatbesluit is dat bevoegdheden op een verantwoorde manier laag in de organisatie worden belegd. Dit komt een efficiënte bedrijfsvoering ten goede en motiveert betrokkenen verantwoordelijkheid te nemen.

Maatregelen

1a. Uitvoeren van de wet MEBV en de wet EP, waarbij het taakveld voorlichters/adviseursrol heeft

1b. Voorlichten en adviseren proceseigenaren met betrekking tot verantwoordelijkheid uitvoering risico analyses (BRA's en DPIA's) en sluiten verwerkersovereenkomsten

1c. Actualiseren Mandaatbesluit

1d. Adviseren inzake gemeenschappelijke regelingen

Bezwaarschriften, klachten en Wob/Woo
De afgelopen jaren is de inzet van mediationvaardigheden bij afhandeling van bezwaarschriften en klachten gemeengoed geworden. Toch blijft altijd een deel over dat op formele wijze wordt afgedaan, dat zien we vooral bij het toenemende aantal burenkwesties. Het aantal verzoeken op grond van Wet openbaarheid van bestuur is de afgelopen periode sterk verminderd. De verwachting is dat in 2021 de Wet open overheid (Woo) van kracht wordt, die de Wet openbaarheid van bestuur vervangt (Wob). Deze nieuwe wet heeft tot doel om overheden transparanter te maken. De wet stelt regels op over toegankelijkheid en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De kern van de wet is dat overheidsorganisaties verplicht zijn om meer categorieën documenten actief openbaar te maken. Daarbij gaat het in ieder geval om informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie. De implementatie van deze wet zal de nodige tijd vergen.

Verder wordt gewerkt aan de voorbereiding van het oprichten van een regionale commissie bezwaarschriften. Papendrecht krijgt jaarlijks een gering aantal bezwaarschriften binnen. Eén regionale commissie kan leiden tot meer uniformiteit in de advisering. Ook kan vaker vergaderd worden waardoor de commissieleden meer kennis en ervaring opdoen. Wordt de commissie minder kwetsbaar door meer leden en worden de behandeltermijnen korter (vaker en efficiënter vergaderingen ingepland). Hierbij leidt een volle agenda tot minder kosten voor de deelnemende gemeenten, omdat de leden per sessie een vergoeding krijgen en niet per zaak.

Maatregelen

2a. Implementatie Woo (regionaal?)

2b. Regelgeving opstellen met betrekking tot regionale commissie bezwaarschriften en oprichting begeleiden.

Integriteit
De gemeente is wettelijk verplicht tot het voeren van een integriteitbeleid. Reeds in 2015 is een totaalpakket aan regionale integriteitregelingen vastgesteld. Hiermee is een basis gelegd voor het voeren van een gemeenschappelijk integriteitbeleid binnen de organisaties in het netwerk op grond van gedeelde normen en waarden. Gemeente Papendrecht voert integriteitbeleid met aandacht voor zowel de ambtelijke organisatie als politieke organen. Voor 2021 staat het onderhouden van het moreel beraad op de agenda, daarmee wordt meer bewustwording gecreëerd van mogelijke dilemma's en wordt moresprudentie gemaakt: het duiden van grijs naar zwart of wit: 'zo doen we dat hier'. In verband met de organisatieontwikkeling en een groot aantal nieuwe teamleiders staat voor 2021 een integriteitprogramma (met onder meer de training morele oordeelsvorming en een risicoanalyse kwetsbare posities) op het programma.

Maatregelen

3a. Geven van Training Morele Oordeelsvorming aan teamleiders en nieuwe medewerkers

3b. Risicoanalyse organisatie teamleiders

3c. Moreel beraad medewerkers agenderen

Vertrouwenspersoon
De gemeente Papendrecht heeft twee (gecertificeerde)vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen en integriteit. In navolging van het regionale integriteitbeleid wordt hier ook ingezet op regionale samenwerking. De vertrouwenspersonen hebben zitting in een intervisiegroep in de regio en kunnen elkaar in bijzondere gevallen ook vervangen. Medewerkers die grensoverschrijdend gedrag ervaren, kunnen deze vertrouwenspersonen op vertrouwelijke basis benaderen voor een luisterend oor, advies en bijstand. De vertrouwenspersoon is er in de eerste plaats voor opvang en begeleiding van medewerkers die ongewenst gedrag (hebben) ervaren. Daarnaast zijn zij binnen de organisatie ook van betekenis voor de voorlichting over grensoverschrijdend gedrag en voor gevraagd en ongevraagd advies aan het management over het stellen en handhaven van gedragsnormen.
De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht en een intern verschoningsrecht. Hij is alleen verantwoording schuldig aan het hoogste gezag van de organisatie en legt geen inhoudelijke verantwoording af aangaande individuele gevallen.

Informatiemanagement en ICT

Informatieveiligheid

Informatiebeveiliging omvat niet alleen techniek, maar ook mens en organisatie. Het gaat om de beschikbaarheid, integriteit en betrouwbaarheid van gegevens of dit nu digitaal of analoog is. Het gaat om de waarde van kennis.

Het belang van (cyber)secure gedrag is actueler dan ooit. Door COVID-19 is een groot deel van Nederland van de ene op de andere dag anders gaan werken, veel vanuit huis, waar ook anderen verblijven. Cybercriminelen laten zich niet weerhouden en zitten niet stil.

Bij samenwerken met derden (in participatietrajecten), het mandateren of delegeren van taken is bewustzijn hoe om te gaan met de informatiestromen en eigendom van gegevens noodzakelijk.

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een betrouwbare, integere en veilige informatievoorziening. Zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties is ook in wetgeving vastgelegd. Het is van belang dat in de organisatie een open en veilige cultuur aanwezig is zodat een ieder risico's proactief kan melden bij de juiste personen en adequaat kan worden gereageerd op dreigende risico's.

Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO is een gezamenlijk normenkader voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISO-normatiek.

Het in 2020 aangenomen regionaal strategisch informatiebeveiligingsbeleid wordt geëvalueerd en verder aangevuld met tactisch en operationeel beleid. De nadruk wordt gelegd op de volgende 10 onderdelen:

  1. Risicomanagement
  2. Kennis & Bewustzijn
  3. Compliance management
  4. Klantbeleving
  5. Innovatiemanagement
  6. Leveranciers en contractmanagement
  7. Informatiemanagement
  8. Incidenten / Crisis management
  9. Advisering
  10. Security Governance

Informatiebeveiliging is niet een eenmalig iets maar een proces waarbij steeds
de Plan-Do-Check-Act cyclus wordt doorlopen. Voor het verantwoordingsjaar 2021 wordt gebruik gemaakt van een nieuwe landelijke tooling voor ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De huidige landelijke tooling kent te weinig flexibiliteit voor de inrichting van de interne verantwoording en het risicomanagement.

De zelfevaluatie 2021 dient voor 31 december 2021 te zijn afgerond. De verticale en horizontale verantwoording 2020 zullen conform de planning respectievelijk voor 1 mei 2021 en voor 15 juli 2021 worden aangeboden.

Maatregelen

1a. Verantwoording informatiebeveiliging 2020

1b. Risicoanalyses maken van de (nieuwe) processen en systemen

1c. Implementeren en evalueren van de verplichte BIO normen

1d. Bewustzijn creëren

1e. Risk appetite vastleggen

ICT

De gemeente Papendrecht streeft voor 2021 naar de uitvoering van een sterke positionering van het strategisch informatiebeleid. Rode draad hierbij vormt de langetermijnvisie (4 jaarschijven) die tot uitdrukking komt in de update van het vigerende informatiebeleidsplan in 2020. Dit informatiebeleidsplan bevat tevens een tijdspad voor de informatievoorzieningsthema's die komende jaren belangrijk worden gevonden. Voor de prioritering wordt hierbij zo veel mogelijk de aansluiting gezocht met de zes benoemde pijlers uit het coalitie actieprogramma, wetgeving en de wensen en eisen die door de portefeuillehouder ICT, management en teamleiders worden geuit.

De aansluiting van het informatievoorzieningsjaarplan van Papendrecht met de regio wordt bewerkstelligd door het samenvoegen van alle jaarplannen tot een regionaal jaarplan.

Op het gebied van de geo-informatievoorziening staat het jaar 2021 enerzijds in het teken van wettelijke verplichtingen voor de geo-basisregistraties, anderzijds in het verder benutten van de Geo-informatie. De geo-informatievoorziening wordt hierbij ingezet om analyses te kunnen uitvoeren, dashboards te publiceren en de eerste toepassingen in 3D. Daarnaast wordt in 2021 een voorstel met de geo-visie voor de komende jaren uitgewerkt.

Het jaar 2021 staat daarnaast in het teken van de voorbereidingen op de uitgestelde Omgevingswet die per 1 januari 2022 in gaat. Om volledig klaar te zijn voor deze wet wordt het jaar 2021 benut om ervaring op te kunnen doen met de nieuwe wetgeving. Dit doen we met ondersteuning van nieuwe software en door deze aan te sluiten op het Digitale Stelsel Omgevingswet.

Voor de uitrol van meer digitale producten en diensten zijn we afhankelijk van de ontwikkelwerkzaamheden van de leverancier Centric. Wij streven ernaar om de diensten die digitaal beschikbaar worden gemaakt ook zo snel mogelijk voor Papendrecht in te zetten.

De uitbraak van het coronavirus heeft het nieuwe werken in een stroomversnelling gebracht. In 2021 zal het hybride werken in het tijdperk ná Corona verder worden geconcretiseerd en gefaciliteerd.

Ook de inspanningen om bewustzijn rond het thema informatieveiligheid onder de aandacht te brengen zullen worden gecontinueerd. Hierbij wordt gestreefd naar een kanteling van bewustzijn naar daadwerkelijk bewust handelen van medewerkers. Informatieveiligheid moet worden geborgd in de processen, ook in de samenwerking met onze partners.

De afgelopen jaren heeft de gemeente stappen gezet in het intensiveren van de samenwerking en kennisuitwisseling tussen ICT, informatiemanagement, informatieveiligheid, geo en ruimtelijke ontwikkeling. Deze samenwerking en kennisuitwisseling zullen in 2021 structureel worden voortgezet om informatievoorzieningsthema's vroegtijdig te signaleren en op te kunnen pakken.

Inkoop- en aanbestedingsbeleid

Inkoop en aanbesteding zijn onderwerpen die in Papendrecht bestuurlijke aandacht krijgen. De kern daarbij is dat lokale ondernemers een eerlijke kans moeten krijgen om opdrachten te verwerven. In het coalitieakkoord is daar het volgende over opgenomen:

"Ook onderzoeken we hoe we lokale ondernemers bij inkoop en aanbestedingen voorrang kunnen geven. Dat geldt zeker voor die ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaam investeren."

Eerder dit jaar is een nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld door de gemeente Papendrecht. De daarin opgenomen inkoopdoelen zijn voor alle Drechtstedengemeenten gelijk. Uiteraard is daarbij aandacht besteed aan de rol van lokale ondernemers bij inkoop en aanbesteding. Lokale ondernemers kunnen worden gezien als behorend tot de Drechtsteden en tot Papendrecht. Elke gemeente bepaalt zelf het ambitieniveau per doel en hoe ze dat wil bereiken. Papendrecht heeft voor de volgende vijf inkoopdoelen een ambitieniveau bepaald:

  1. Versterken lokale economie
  2. Bevorderen sociaal klimaat
  3. Bijdragen aan duurzaamheidsambities
  4. Verbeteren bereikbaarheid en verminderen overlast
  5. Zekerstellen continuïteit van bedrijfsvoering

Genoemde percentages worden afgeleid van het NBI (Netto Beïnvloedbaar Inkoopvolume).

  1. Versterken lokale economie
    Gekozen wordt om voor het inkoopdoel versterken lokale economie het ambitieniveau te bepalen op 10 -15%. De ambitie is om de lokale economie nog verder te versterken door aanbestedingen lokaal te gunnen. Tegelijk wordt erkend dat er al veel gebeurt en dat het percentage onder invloed van de aard van opdrachten elk jaar kan wisselen.

    Voor de gemeente is een 0-meting uitgevoerd in 2019. De gemeente heeft 52% uitgegeven binnen de grenzen van de 7 Drechtsteden, waarvan 5% binnen Papendrecht. Vooral voor het Midden en kleinbedrijf (MKB) zijn lokale opdrachten gewenst. Voor het komende jaar wordt ingezet op bewustwording in de interne organisatie dat het juist bij kleine opdrachten goed is om te kijken wat er lokaal uitgevoerd kan worden. De doelstelling is ambitieus, maar geheel passend bij de geest en de letter van het coalitieakkoord.

  2. Bevorderen sociaal klimaat
    Gekozen wordt om voor het inkoopdoel bevorderen sociaal klimaat het ambitieniveau te bepalen op 20-30%. Wel zijn er nog weinig data m.b.t. dit inkoopdoel en de meetmethode zal dit jaar wijzigen. De komende jaren zal hier meer duidelijkheid over ontstaan.

    Tot en met 2019 werd alleen Sociaal Return on Investment gemeten (SRoI). Vanaf 2020 telt naast SRoI ook mee of in een aanbesteding bijvoorbeeld burgerparticipatie (denk aan onderhoud groen, schoonhouden straten en wijken) is meegenomen. Hieronder valt ook het zogenaamde 'sociaal ondernemerschap'. Voor de gemeente is er een 0-meting uitgevoerd in 2019. Het percentage met enkel de toepassing SRoI was over 2019 21%

  3. Bijdragen aan duurzaamheidsambities
    Gekozen wordt om voor het inkoopdoel bijdragen aan duurzaamheidsambities het ambitieniveau te bepalen op 15-25%. De organisatie wil in 2030 CO2-neutraal zijn. De monitoring op het gebied van inkoop moet echter nog verder worden ontwikkeld. Daarnaast is de markt nog niet altijd klaar om haar diensten of producten geheel duurzaam aan te leveren.

    Het percentage was over 2019 15%. We zetten uiteraard in op het verder verduurzamen van de inkoop. Wel blijkt de markt nog niet altijd klaar om in de verduurzamingsslag mee te kunnen. Daarom komt er de komende tijd vooral aandacht hoe je toch zo duurzaam mogelijk kunt inkopen. Er komt een specifieke handreiking duurzaam inkopen voor de organisatie. De duurzaamheidsdoelstelling is passend bij de ambitie in het coalitieakkoord.

  4. Verbeteren bereikbaarheid en verminderen overlast
    Gekozen wordt om voor het inkoopdoel verbeteren bereikbaarheid en verminderen overlast nog geen ambitieniveau te bepalen. Deze gegevens zijn namelijk tot 2020 niet gemeten. De komende jaren zullen meer inzicht geven in de werkelijke data en de streefwaardes voor de gemeente Papendrecht.

    Het komende jaar zal verder worden onderzocht of trainingen op dit gebied behulpzaam kunnen zijn. Daarnaast wordt gekeken hoe het evalueren en feedback geven richting aannemers (past performance) kan worden geoptimaliseerd.

  5. Zekerstellen continuïteit van bedrijfsvoering
    Gekozen wordt om voor het inkoopdoel zekerstellen continuïteit van bedrijfsvoering nog geen ambitieniveau te bepalen. Deze gegevens zijn namelijk tot 2020 niet gemeten. De komende jaren zullen meer inzicht geven in de werkelijke data en de streefwaardes voor de gemeente Papendrecht.

Bij toekomstige overeenkomsten zal worden geïnventariseerd welke risico's er zijn voor de dienstverlening van de gemeente (kwetsbaarheid als een partij uitvalt, etc.). Er zal proactief worden doorverwezen naar het SCD waar experts mee kunnen kijken met de inkoop en kunnen controleren welke risico's er zijn voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.